Geef jij voorkeur aan advies op de vestiging of op afstand? De keuze is aan jou. Lees meer.

2020

Nieuws, Blogs, Vlogs

Toon

20 jaar vast veruit populairste rentevaste periode

30 november 2020

Over de hypotheekrenteontwikkeling van afgelopen week kunnen we kort zijn: behalve een paar incidentele rentewijzigingen, was het weer behoorlijk stil. Een mooie gelegenheid om eens terug te kijken.

In bijna de helft van alle hypotheekaanvragen in 2020 is de rentevaste periode 20 jaar. De renteperiode 10 jaar vast volgt op gepaste afstand als tweede en wordt de helft minder vaak (24%) gekozen als 20 jaar vast.

Sinds vier jaar zien we ook een opmars van 30 jaar vast (3e plaats op de lijst van populaire rentevaste periodes), al is die stijging gestagneerd. Al enkele jaren was de trend dat consumenten voor langere zekerheid kozen, maar dit jaar heeft 20 jaar vast een duidelijke sprong gemaakt. Zie onderstaand de verdeling naar de belangrijkste rentevaste periodes van HDN aanvragen in de jaren 2015 tot en met 2020 (gebaseerd op HDN cijfers).

Verdeling rentevaste periodes

Renteverschil 20 en 10 jaar steeds kleiner

Bij de keuze tussen 20 of 10 jaar vast is de belangrijkste afweging de langere zekerheid over de hoogte van je maandlasten die je hebt bij 20 jaar vast versus de hogere rente die je betaalt. Een belangrijke verklaring voor de groei van 20 jaar vast, en in de slipstream ook 30 jaar vast, is dat het renteverschil met 10 jaar vast veel kleiner is geworden. Het renteverschil tussen 20 en 10 jaar vast lag in de jaren 2016 en 2017 rond de 0,7% en in de jaren 2018 tot en met een groot deel van 2019, rond de 0,6%. Sinds eind 2019 daalt dit renteverschil rap en is nu nog slechts de helft, namelijk 0,3%. Dat maakt het voor de consument makkelijker om voor langere zekerheid te kiezen, omdat het maar weinig extra kost.

We zien sowieso dat de gemiddelden van de rentevaste periodes dichter naar elkaar toe zijn gekropen. Met name de populariteit van 20 jaar rentevaste periode zorgt ervoor dat geldverstrekkers hier een zo concurrerend mogelijk tarief neer willen zetten. Wat mede heeft geleid tot de dalende rente trend. De populariteit van 20 jaar vast en de concurrentie vanuit geldverstrekkers op deze rentevaste periode versterken elkaar dus.

Ontwikkeling renteverschillen

Nieuwe spelers

De sterke opkomst van 20 en 30 jaar vast heeft ook te maken met de rol van nieuwe spelers op de hypotheekmarkt, zoals regiepartijen die hun hypotheken bijvoorbeeld funden met pensioengelden. Deze nieuwe partijen en verzekeraars willen graag hypotheekgelden voor een langere periode uitzetten en kunnen dit ook tegen een goedkopere rente aanbieden dan bijvoorbeeld de grootbanken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Eerder met pensioen vraagt op tijd actie

23 november 2020

Het CBS maakte vorige week bekend dat de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers in 2019 is gestegen naar 65 jaar en 1 maand. Dat lag in 2018 nog 4 maanden lager. Aan het begin van deze eeuw lag de gemiddelde pensioenleeftijd nog op 61 jaar. Het betekent dat we qua pensioenleeftijd steeds dichter in de buurt komen van de AOW-gerechtigde leeftijd, die nu en volgend jaar op 66 jaar en 4 maanden ligt.

Leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan

Het CBS laat in een grafiek zien op welke leeftijd we met pensioen gaan en hoe dit in de loop van de tijd is gewijzigd:

Leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan

Wat je in de grafiek kunt zien is dat we op steeds latere leeftijd met pensioen gaan. Toch gaan er nog genoeg mensen een jaar of zelfs meerdere jaren eerder met pensioen. Verder meldt het CBS dat werknemers in de leeftijdscategorie 45 tot 65 jaar aangeven tot gemiddeld 64,5-jarige leeftijd te willen werken. De helft van hen wil zelfs wel langer doorwerken, als dat kan met minder uren dan nu.

Begin op tijd met het plannen van je voortijdig pensioen

Wil je eerder met pensioen gaan of minder gaan werken dan moet daar natuurlijk wel financiële ruimte voor zijn. Vraag op tijd aan je adviseur om een financieel plan op te stellen. Je adviseur helpt je in kaart te brengen wat je wensen zijn en wat die betekenen voor je inkomsten en uitgaven. De meeste mensen hebben geen tot weinig inzicht in hun besteedbaar inkomen bij pensionering. Laat staan als je eerder met pensioen gaat of minder gaat werken. Met een financieel plan geeft je adviseur je inzicht. Zonder dit inzicht ondernemen de meeste mensen geen actie en zijn de mogelijkheden om eerder met pensioen te gaan of minder te werken een stuk kleiner.

Hulp van financieel adviseur

Na dit inzicht, kan je financieel adviseur je helpen met het nemen van beslissingen om daadwerkelijk eerder met pensioen te kunnen gaan of minder te gaan werken in de toekomst. Oplossingen die bijvoorbeeld voorbij kunnen komen: Is het verstandig om een extra bedrag te sparen of past beleggen beter bij jou, of is nu extra aflossen op je hypotheek verstandiger? Is het zinvol om een lijfrente af te sluiten? En biedt wellicht de overwaarde in de woning ruimte om een bepaalde periode van geen of minder inkomen te overbruggen?

Maak een afspraak

Minder renteverlagingen en eerste verhogingen

16 november 2020

Het aantal renteverlagingen was afgelopen week heel beperkt en meestal ging het ook nog eens om verlagingen van vaak maar één of twee honderdsten; en de verlagingen die we zagen waren met name bij hypotheken met NHG. De gemiddelde hypotheekrentes voor hypotheken zonder NHG bleven afgelopen weken dan ook ongewijzigd. Naast het beperkte aantal renteverlagingen zagen we ook enkele renteverhogingen.

Bodem bereikt?

Het zou ons niet verbazen als we ongeveer de bodem van de hypotheekrentes bereikt hebben. Sinds de zomer hebben geldverstrekkers de hypotheekrentetarieven steeds met hele kleine stapjes verlaagd. De gemiddelde hypotheekrentes voor 5, 10, 20 en 30 jaar vast gingen tot nu toe met slechts 0,1% à 0,2% omlaag. Dat is niet heel spectaculair, maar daardoor zitten we wel heel dicht aan tegen de laagterecords van maart en is voor 30 jaar vast met NHG dat laagterecord al gebroken.

Wij zien niet heel veel ruimte meer voor grote renteverlagingen en de eerste verhogingen kunnen best eens een voorbode kunnen zijn van het bereiken van de bodem. Dankzij de overheidssteun zijn tot nu toe extra hypotheekverliezen uitgebleven, maar het blijft afwachten of dit beeld de komende maanden niet gaat wijzigen als er een einde komt aan tijdelijke betalingspauzes (dat betekent dat je tijdelijk geen rente en aflossing hoeft te betalen) en de werkloosheid waarschijnlijk verder gaat oplopen.

Maak een afspraak

0% overdrachtsbelasting: grens aan maximale koopsom

09 november 2020

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken wil met ingang van 1 april 2021, de per 1 januari 2021 in te voeren 0% overdrachtsbelasting voor starters alleen laten gelden voor een koopsom onder de € 400.000,-. Deze extra maatregel is nodig ter financiering van een aantal aanpassingen op de begroting van Binnenlandse Zaken. Die aanpassingen zijn afgedwongen door de linkse partijen PvdA en GroenLinks, die dreigden geen steun te geven aan de begroting van de minister in de Eerste Kamer.

De belangrijkste aanpassingen zijn:

• De huren mogen maximaal stijgen met de inflatie + 1%, voor zowel de sociale huursector als de vrije huursector.
• De voorgenomen verlaging van inkomensgrens voor eenpersoonshuishoudens gaat niet door. Wel blijft staan de verhoging van de inkomensgrens voor meerpersoonshuishoudens, zodat die makkelijker toegang krijgen tot de sociale huursector.
• De minister stelt € 450 miljoen extra ter beschikking voor investeringen in leefbaarheid en verduurzaming kwetsbare gebieden.

Grens aan maximale koopsom

De maximale koopsomgrens van € 400.000,- om in aanmerking te komen voor de 0% overdrachtsbelasting zal slechts een beperkte groep starters raken, omdat die veelal in een lagere prijscategorie starten. Door deze extra maatregel komt de stimulering voor starters ook met name neer bij degene die het duwtje in de rug extra nodig hebben.
Het zal met name enkele doorstromers raken die toevallig in de juiste leeftijdscategorie vielen. Als die toch van het douceurtje gebruik willen maken, dan moeten ze nog voor 1 april 2021 een nieuwe woning kopen, die dan ook nog voor die datum bij de notaris passeert. En dit alles is sowieso nog afhankelijk van de aanname van de nieuwe overdrachtsbelasting wetgeving door de Eerste Kamer.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Studieschuld telt minder zwaar mee

02 november 2020

Op een studielening betaal je in veel gevallen geen of slechts een hele lage rente. Daarom heeft een studielening een veel minder zware invloed op de maximale hypotheek, dan een gewoon consumptief krediet. Op aandringen van de Tweede Kamer en na onderzoek van het Nibud zal vanaf 2021 de studieschuld nog iets minder tellen bij het bepalen van de maximale hypotheek.

Uitgaande van bijvoorbeeld een stel met elk een inkomen van € 30.000,- en elk een gemiddelde studieschuld van € 13.700,- (volgens CBS de gemiddelde studieschuld in 2019) kunnen zij in 2021 bijna € 8.000,- meer hypotheek krijgen.
Hoe zwaar een studielening drukt op de hypotheek is afhankelijk van onder welke regeling je valt: de oude studiefinanciering regeling of de nieuwe wet studievoorschot.

Rekenvoorbeeld:
Zonder studieschuld kan dit stel in 2021 bij een gemiddelde 20 jaar vaste rente van 1,5% maximaal € 282.510,- aan hypotheek krijgen.
Stel ze hebben beiden een oude studiefinanciering van elk € 13.700,-, dan kunnen ze in 2021 € 230.905,- aan hypotheek krijgen. Met de oude regeling was dit € 222.966,-.
Als ze beiden een studielening hebben onder de wet studievoorschot van elk € 13.700,-, dan kunnen ze in 2021 € 254.723,- aan hypotheek krijgen. Met de oude regeling was dit € 246.784,-.

Spaargeld gebruiken om hypotheek te verlagen of studieschuld af betalen

Stel dit stel heeft naast spaargeld om de bijkomende kosten te betalen, nog een bedrag over van € 27.400,-. Is het dan handiger om de studieschulden in één keer af te lossen of om het hypotheekbedrag te verlagen en de studieschuld voorlopig te laten lopen?

Voor wie onder de nieuwe wet studielening valt, is het vanuit financieel oogpunt interessanter om dit spaargeld te gebruiken om het hypotheekbedrag te verlagen. Omdat je over de hypotheek rente betaalt en de rente van de studielening (rond de) 0% bedraagt. De verlaging van de studieschuld is namelijk nagenoeg gelijk aan wat je meer kunt lenen als je die studieschuld aflost.

Voor wie onder de oude studiefinanciering regeling valt, kan het soms toch noodzakelijk zijn om te kiezen voor aflossing van de studieschuld. Want door een aflossing van € 27.600,- stijgt in ons voorbeeld de maximale haalbare hypotheek met € 51.605,- (namelijk van € 230.905,- naar € 282.510,-).

Spaarpot voor studie kind

Hoeveel moet ik ongeveer maandelijks opzij zetten als ik wil voorkomen dat mijn kind, als hij/zij gaat studeren, een studielening nodig heeft?

Laten we eens uitgaan van de gemiddelde studieschuld van € 13.700,- uit 2019. Je moet er rekening mee houden dat de kosten van studie zullen stijgen. Uitgaande van een pasgeborene en een stijging van de kosten met ongeveer 2% dan heeft je kind ongeveer € 20.000,- nodig op het moment dat het gaat studeren. Bij de huidige rente van nagenoeg 0% moet je ongeveer € 80,- maandelijks opzij zetten om te voorkomen dat er een studielening nodig is.

Kan je kind met dit bedrag alle kosten betalen? Nee, want we vergelijken het met de huidige gemiddelde student met een studielening en die krijgt ook deels ondersteuning van ouders en dekt een deel van zijn kosten met inkomsten uit een bijbaantje.
En wat als een nieuw kabinet besluit om het hele idee van studielening over boord te zetten? Dan heeft je kind een mooie spaarpot om de eerste stap naar de woningmarkt te vergemakkelijken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Funderingsproblematiek; bouwkundig onderzoek belangrijk

26 oktober 2020

Vanaf 1 juli 2021 gaan taxateurs een indicatief funderingslabel opnemen in het taxatierapport. Als huizenkoper is het zaak om al in een eerder stadium rekening te houden met een eventuele slechte fundering. Daarom is het heel belangrijk om bij oude woningen een bouwkundig onderzoek te laten doen en hierover een voorbehoud op te nemen in de voorlopige koopovereenkomst.

Omvang funderingsproblemen

Een wat onderbelicht probleem in Nederland is de fundering van woningen. Volgens het KCAF heeft of krijgt ongeveer 1 miljoen woningen in meer of minder mate te maken met funderingsproblemen. Dat speelt met name voor woningen die gebouwd zijn voor 1970; het gaat dan om bijna 1 op de 4 woningen (25%). Het kan gaan om houten palen die bijvoorbeeld verrot raken, maar ook verzakking van stalen constructies. Het kan leiden tot scheve vloeren en scheuren in muren en plafonds.

Indicatief funderingslabel

Taxateurs gaan vanaf 1 juli 2021 een indicatief label opnemen in het taxatierapport. De labels lopen van A tot en met E. We zetten op een rij wat deze betekenen.

Risicolabel A
Geen verhoogd risico.

Risicolabel B
Geen verhoogd risico. In de toekomst mogelijk een licht verhoogd risico doordat bepaalde onderdelen in de ondergrond of van de funderingsconstructie gevoelig zijn voor het ontstaan van funderingsproblematiek bij veranderende omstandigheden. Denk aan grondwaterstandsaanpassingen, ouderdomseffecten van de funderingsconstructie of andere invloeden vanuit de omgeving.

Risicolabel C
Licht verhoogd risico. Bepaalde onderdelen in de ondergrond of van de funderingsconstructie zijn gevoelig voor de funderingsproblematiek.

Risicolabel D
Verhoogd risico. Meerdere toetsingscriteria worden overschreden. Daarmee een hoge kans dat funderingsproblematiek zich nu ontwikkelt.

Risicolabel E
Sterk verhoogd risico (urgent). Er zijn tekenen van schade gesignaleerd of het zakkingsgedrag van het pand wijkt af van vergelijkbare panden in de directe omgeving.

Bouwkundig onderzoek

De funderingsproblematiek laat nog maar weer eens zien hoe belangrijk het is om bij een oude woning een bouwkundig onderzoek te laten doen en hier ook een voorbehoud over op te nemen in de koopovereenkomst. Want, ook de verkoper is vaak niet bekend met de status van de fundering. De kosten om schade aan de fundering te herstellen lopen snel in de tienduizenden euro’s. Door een ontbindende voorwaarde op te nemen in het koopcontract kun je onder de koop uit of alsnog andere afspraken maken met de verkoper.

Woningmarkt en werkloosheid: gemengde signalen

19 oktober 2020

Het kabinet kondigde vorige week extra maatregelen aan om onze sociale contacten en verplaatsingen te verminderen. De zorg kraakt aan alle kanten. Maar de woningmarkt liet mooie groeicijfers zien en de werkloosheid daalde in september.

Woningmarkt

De coronacrisis had in het afgelopen kwartaal nog geen negatieve invloed op de woningmarkt. De NVM maakte bekend dat in juli tot en met september 41.583 woningen werden verkocht, bijna 15% meer dan in dezelfde periode vorig jaar. En misschien wel dankzij corona, omdat veel Nederlanders thuis bleven en in de normaal gesproken wat rustige zomermaanden hun slag probeerden te slaan. De verkoopprijs van de gemiddeld verkochte woning lag in september 11,6% hoger dan vorig jaar.

Vraag naar woningen

Het aantal woningen dat te koop staat neemt nog steeds verder af, terwijl het aantal verkopen stijgt. Dit betekent dit dat de omloopsnelheid heel hoog ligt; woningen worden steeds sneller verkocht. Tot nu toe blijft de woningmarkt oververhit. De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwt dat de vraag naar woningen in de toekomst kan dalen, als de werkloosheid verder toeneemt en het besteedbaar inkomen van huishoudens daalt. Maar daar staat tegenover dat er waarschijnlijk ook minder woningen gebouwd worden. DNB verwacht dat er sprake blijft van een tekort aan woningen.

Werkloosheid

In september daalde de werkloosheid naar 413.000 personen, wat neerkomt op 4,4% van de beroepsbevolking, terwijl die in augustus nog 4,6% bedroeg. De verwachting is dat dit slechts een korte positieve opleving is. Door aangekondigde reorganisaties zal de werkloosheid de komende maanden gaan oplopen. De tweede coronagolf zal dat proces alleen maar versterken. In het basisscenario van het Centraal Planbureau komt de werkloosheid in 2021 uit op ongeveer 6% en dit kan oplopen naar 8% bij een tweede golf. Dat zijn heel veel extra werklozen.

Lees hier een aantal mogelijkheden om je financieel minder kwetsbaar te maken bij baanverlies.

AFM: uitstel betalingsverplichting niet altijd geschikt als lange termijn oplossing

Tot nu toe hebben 22.000 huishoudens een betaalpauze gekregen voor het betalen van hun hypotheeklasten. Dit zijn tijdelijke maatregelen. Betaalpauzes zijn niet altijd geschikt als lange termijn oplossing. Het is belangrijk dat geldverstrekkers maatwerk bieden. Dat betekent voor de geldverstrekker dus kijken naar de individuele situatie van de klant en naast een betaalpauze denken aan bijvoorbeeld rentemiddeling, herstructureren van de hypotheek of het kwijtschelden van bepaalde kosten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Gestage langzame rentedaling

12 oktober 2020

Al ruim twee maanden lang verlagen de geldverstrekkers hun hypotheekrentes. Het gaat vaak om verlagingen voor slechts een paar rentevaste periodes en het zijn hele kleine verlagingen van slechts een paar honderdsten. Daardoor gaat de gemiddelde hypotheekrente voor bijvoorbeeld de lange rentevaste periodes van 10, 20 en 30 jaar met ongeveer één honderdste per week omlaag. Al die kleine verlagingen bij elkaar hebben de afgelopen ruim twee maanden geleid tot een verlaging van 0,14% voor 20 en 30 jaar vast en 0,11% voor 10 jaar vast.

In dezelfde periode vorig jaar gingen de lange vaste hypotheekrentes een stuk harder omlaag, met tussen de 0,4 á 0,6%.

In dit tempo, met een verlaging van gemiddeld één honderdste per week, duurt het nog 8 weken voordat voor de meest populaire rentevaste periode van 20 jaar een nieuw record is bereikt. Maar voor 30 jaar vast is het laagterecord al heel dicht binnen bereik. Overigens blijft het de vraag of nieuwe laagterecords voor alle rentevaste periodes daadwerkelijk bereik komen. De kleine verlagingen van nu laten zien dat er weinig ruimte is bij geldverstrekkers, ze willen tenslotte een gezonde marge blijven behouden.

PROFITEREN VAN DE LAGE RENTE

Wil je weten of jij ook kunt profiteren van de huidige lage rente, bijvoorbeeld door oversluiting, rentemiddeling of verlaging van de rente-opslag, maak dan een afspraak en dan kijken wij naar jouw persoonlijke situatie.

Maak een afspraak

Nieuw pensioenstelsel geen tovermiddel

05 oktober 2020

De kogel is al enkele maanden door de kerk; we krijgen een nieuw pensioenstelsel. De contouren staan, maar de detailuitwerking en overgang naar het nieuwe pensioenstelsel gaat nog wel een paar jaar duren. Het huidige pensioenstelsel piept en kraakt ondertussen. Een groot aantal pensioenfondsen heeft een dekkingsgraad die te laag is volgens de regels en dat vraagt volgens de regels om ingrijpen. Volgens die regels zouden veel pensioenfondsen de pensioenpremies moeten verhogen en de pensioenuitkeringen moeten verlagen. En niet alleen omdat 2020 een incidenteel jaar is waarin het even slecht gaat, maar omdat de dekkingsgraden van de meeste pensioenfondsen al jaren onder het gewenste niveau staan van minimaal 104,3%.

Uitstel om maatregelen te treffen

Eind vorig jaar besloot minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid al om de pensioenfondsen een jaar uitstel te geven als de minimale dekkingsgraad in ieder geval 90% bedroeg. Hier maakten veel pensioenfondsen gebruik van. De situatie is door de coronacrisis niet verbeterd en opnieuw was de oproep vanuit zowel werknemer- als werkgeverorganisaties om ook voor 2021 uitstel te geven om in te grijpen. Minister Koolmees heeft vorige week bekendgemaakt om aan deze oproep gehoor te geven, onder dezelfde condities als vorig jaar. Het pensioenfonds mag besluiten om maatregelen volgend jaar uit te stellen als de dekkingsgraad minimaal 90% is. De vraag is overigens of alle pensioenfondsen op 31 december 2020 aan deze eis voldoen.

Maar omdat ook de pensioenfondsen die wel actie moeten ondernemen slechts hoeven te herstellen naar een dekkingsgraad van 90%, zal een eventuele pensioenkorting heel beperkt zijn tot waarschijnlijk 0,2%.

Overgangsperiode

In de periode 2022 tot 2026 moet er een overgang plaatsvinden naar het nieuwe pensioenstelsel. In dit nieuwe pensioenstelsel wordt niet meer gewerkt met vaste pensioenuitkeringen maar zijn die afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markten. De minister is bereid om ook voor de komende jaren te kijken naar een versoepeling van de huidige pensioenregels tot het nieuwe pensioenstelsel is ingegaan. Maar het aanpassen van de regels lost uiteraard de financiële problemen van de pensioenfondsen niet op en ze zullen goed moeten kijken of bij een ongewijzigd beleid de positie van nieuwe en zittende pensioenklanten niet te veel verslechterd. Want het risico is dat als nu bepaalde aanpassingen niet worden gedaan, het nieuwe stelsel belast wordt met een erfenis uit het huidige stelsel en kan het lastig worden om het gewenste indexatieperspectief in het nieuwe stelsel te realiseren.

Pensioenpremieverhogingen en pensioenkortingen zijn dan ook voor de komende jaren niet uitgesloten. Zo zal bijvoorbeeld naar verwachting de premie van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) volgend jaar al met een paar procent omhoog gaan.

Pensioenen worden duurder

DNB-president Knot waarschuwt dat we ons moeten realiseren dat pensioenen duurder worden. Dat lost zich niet op met een nieuw pensioenstelsel. Oorzaak is de lage rente en daar gaan we nog jaren last van hebben. Een lagere rente betekent dat we meer moeten sparen om hetzelfde bedrag aan pensioen te krijgen. Alternatief is dat we genoegen nemen met een lager pensioen. Een gemakkelijke oplossing is er niet. Knot pleit er dan ook voor om vooral eerlijk en duidelijk te communiceren; iedereen is gebaat bij een helder inzicht in de te verwachten hoogte van het pensioen én de bijbehorende onzekerheden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

NHG wijzigingen per 2021

28 september 2020

Enkele voorwaarden van de Nationale Hypotheek Garantie wijzigen per 1 januari 2021. Wat betekent dit wellicht voor jou? Wij hebben de belangrijkste wijzigingen voor jou op een rij gezet:

  • Het maximale NHG bedrag, de kostengrens, stijgt naar € 325.000,- (nu: € 310.000,-). Dat is een stijging van bijna 5%, maar bedenk dan wel dat het CBS bekend maakte dat de prijzen van bestaande woningen in augustus met meer dan 8% gestegen waren in vergelijking met augustus 2019.

    Is er sprake van energiebesparende maatregelen dan is de maximale kosten grens € 344.500,- (nu: € 328.600,-).

  • Niet gewijzigd: de kosten voor NHG; die blijven 0,7% van het hypotheekbedrag. Dit heb je in de meeste gevallen binnen twee jaar terugverdiend.
  • Het tweede inkomen gaat meer meetellen bij het bepalen van de hoogte van de woonquote, namelijk 90% in plaats van 80%. Dat kan betekenen dat een huishouden met twee inkomens meer kan lenen, maar dat is nog geen zekerheid.

    Een voorbeeld op basis van de inkomensnormen: Stel de rente is 1,7% en een stel heeft een inkomen van € 30.000,- en € 20.000,-. Bij het bepalen van de woonquote geldt het eerste inkomen plus 80% van het tweede inkomen; ofwel € 46.000,- en dan geldt een woonquote van 19,5%. De maximale hypotheek bedraagt € 229.003,-.

    Als het tweede inkomen voor het bepalen van de woonquote meetelt voor 90% wordt de woonquote bepaalt op basis van een inkomen van € 48.000,-. De woonquote is dan nog steeds 19,5% en de maximale hypotheek blijft dan gelijk op € 229.003,-.

    Bovendien moeten de financieringsnormen voor 2021 nog vastgesteld worden. Die kan in theorie verhoogd worden, maar de kans op een verlaging is groter dan een verhoging. De kans bestaat dus dat dit stel met dezelfde inkomens in 2021 minder kan lenen dan nu ondanks de verhoging van het meetellen van het tweede inkomen voor het bepalen van de woonquote.
  • Studieleningen gaan iets minder zwaar wegen, waardoor er iets meer geleend kan worden.
  • Consumenten met de Britse nationaliteit moeten als gevolg van de Brexit in 2021 over een verblijfsdocument in Nederland beschikken. Een Brits paspoort is dan niet meer voldoende.

Strengere voorwaarden om een hypotheek zonder NHG over te sluiten naar NHG

Tot slot willen we een wijziging toelichten die betrekking heeft op consumenten die een hypotheek zonder NHG willen oversluiten naar een hypotheek met NHG. Vaak is de aanleiding daarvoor dat ze dan een lagere rente krijgen. Omdat NHG zich meer alleen wil richten op kwetsbare groepen en consumenten in kwetsbare situatie gaan er extra regels gelden voor deze groep consumenten. Om van niet-NHG over te kunnen sluiten naar NHG, is het oversluiten naar NHG nodig om woningbehoud voor de klant mogelijk te maken of dient de aflossingsvrije hypotheek deels te worden omgezet naar een hypotheek met aflosvorm. Wie alleen voor de lage rente een hypotheek met NHG wil afsluiten, moet dus snel zijn.

Een enorme run op NHG hypotheken door oversluiters voor het einde van het jaar is niet waarschijnlijk. Veel oversluiters komen niet in aanmerking voor een hypotheek met NHG, omdat de waarde van de woning groter is dan € 310.000,-. Daarnaast merken wij in de praktijk dat de meeste oversluiters al behoorlijk wat overwaarde in hun woning hebben zitten, waardoor het rentevoordeel van NHG al een stuk minder is dan voor starters. Dat betekent dat de terugverdientijd van de NHG kosten meestal ook wat langer zijn. Toch kan het voor sommige huishoudens interessant zijn om een niet-NHG hypotheek over te sluiten naar een NHG hypotheek.

Vrijstelling box 3 omhoog naar € 50.000

17 september 2020

De vrijstelling voor de vermogensbelasting gaat in 2021 fors omhoog naar € 50.000,- per belastingplichtige, terwijl dat dit jaar ‘slechts’ € 30.846,- was. Een koppel mag dus in 2021 € 100.000,- vermogen hebben, zonder vermogensbelasting te hoeven betalen. Dat betekent dat in 2021 bijna een miljoen belastingplichtigen geen vermogensbelasting meer hoeven te betalen.

Voor degene die wel vermogensrendementsheffing moeten betalen gaat het tarief wel iets omhoog van 30% naar 31%. Dat betekent dat per saldo een single belastingplichtige er bij een vermogen tot € 220.000,- er op vooruit gaat en een stel bij een vermogen tot € 440.000,- er op vooruit gaat.

Voor het kabinet is er nog steeds de uitdaging om het belasting systeem voor box 3 aan te passen. Er wordt namelijk nog steeds gerekend met een forfaitair rendement. Het kabinet wil op termijn het werkelijke rendement belasten, maar dat is uitvoeringstechnisch op korte termijn niet te realiseren.

Hoe wordt ook al weer de belasting berekend?

Er geldt dus een vrijstelling van € 50.000,- per belastingplichtige.

Vervolgens zijn er in box 3 drie schijven:
Schijf 1 loopt van € 50.000,- tot € 100.000,-.
Schijf 2 loopt van € 100.000 tot € 1.000.000,-.
Schijf 3 is boven € 1.000.000,-.

De Belastingdienst rekent met een forfaitair rendement van 0,03% voor sparen en 5,69% voor beleggingen, waarbij per schijf uitgegaan wordt van een vaste mix van sparen en beleggen, namelijk:

Schijf 1: 67% sparen en 33% beleggingen.
Schijf 2: 21% sparen en 79% beleggingen.
Schijf 3: 100% beleggingen.

Over het forfaitair rendement betaal je vervolgens 31% belasting.

Stel je hebt € 60.000,- vermogen. Dan heb je in 2021 een vrijstelling van € 50.000,-. Van het meerdere, € 10.000,-, wordt uitgegaan dat je 67% spaart tegen 0,03% en 33% belegt met een rendement van 5,69%. In 2021 betaal je € 58,- belasting, terwijl dit over 2020 nog € 156,- is.

Meer over Prinsjesdag 2020

Minder hypotheekrenteaftrek en eigenwoningforfait

0% overdrachtsbelasting voor doorstromer jonger dan 35 jaar

Minder hypotheekrenteaftrek en eigenwoningforfait

17 september 2020

Het tarief voor de eerste schijf van de inkomstenbelasting gaat omlaag van 37,35% naar 37,10%. Goed nieuws, want dat betekent dat we iets meer van ons bruto inkomen overhouden. Het betekent ook voor de lagere en middeninkomens dat de hypotheekrenteaftrek tegen een iets lager percentage gaat. Stel je betaalt op jaarbasis € 6.000,- aan hypotheekrente (je hebt bijvoorbeeld een hypotheek van € 300.000,- en de rente is 2%), dan heb je in 2021 op maandbasis € 1,- minder hypotheekrenteaftrek. Dat is te overzien.

Voor de hogere inkomens gaat de maximale hypotheekrenteaftrek omlaag van 46% (2020) naar 43% (2021). Stel je hebt een hypotheek van € 400.000,- en je hypotheekrente bedraagt 2%, dan betaal je op jaarbasis € 8.000 aan hypotheekrente (voor de eenvoud gaan we even uit van een aflossingsvrije hypotheek). Je hypotheekrenteaftrek is in 2021 per maand € 20,- lager. Er zijn ook genoeg huishoudens die een rente vast hebben gezet voor 4% of hoger. Dan gaat het dus al om € 40,- minder aftrek per maand.

Tip: Heb je een hoog inkomen en heb je oversluitplannen, dan kan het interessant zijn omdat nog in 2020 te doen, omdat je aftrek van de boeterente en bijkomende financieringskosten 46% bedraagt in plaats van 43%. Stel dat bijvoorbeeld je boeterente en financieringskosten in totaal € 20.000,- bedragen, dan bespaar je € 600,- als je voor het einde van dit jaar je hypotheek oversluit. Wil je dat? Onderneem dat snel actie, omdat geldverstrekkers aan het einde van het jaar druk zijn, waardoor je de kans loopt dat je niet op tijd kunt passeren.

Voor AOW’ers gaat het belastingtarief in de eerste en tweede belastingschijf ook omlaag met 0,25%.

Eigenwoningforfait omlaag

Ter compensatie van de lagere maximale hypotheekrenteaftrek gaat het eigenwoningforfait omlaag van 0,6% in 2020 naar 0,5% in 2021. Maar bedenk wel dat de WOZ-waarde van je woning ook stijgt.

Voorbeeld:

Stel de WOZ-waarde van je woning is begin dit jaar vastgesteld op € 300.000,- (peildatum 1-1-2019). Het eigenwoningforfait, het bijtellingsbedrag voor de inkomstenbelasting was dan € 1.800,-. De lagere en middeninkomens betaalden dan ongeveer € 56,- per maand belasting over.

Stel de WOZ-waarde stijgt met de gemiddelde prijsstijging van 6,9% (volgens CBS). De WOZ-waarde neemt dan toe naar € 320.700,-. Het eigenwoningforfait in 2021komt dan uit op ongeveer € 1.604,-. De lagere en middeninkomens betalen in 2021 daar dan ongeveer
€ 50,- per maand belasting over. Een netto meevaller van ongeveer € 6,- per maand.

Stijgt de WOZ-waarde van je woning harder dan gemiddeld of heb je een hoger inkomen dan valt het voordeel relatief lager uit. Sowieso geldt voor de hogere inkomens dat de lagere hypotheekrenteaftrek niet volledig gecompenseerd wordt door het lagere eigenwoningforfait.

Wet Hillen verder afgebouwd

De Wet Hillen wordt volgens schema verder afgebouwd in 2021. Dat betekent dat mensen met geen of een geringe eigenwoningschuld nog maar 90% van de bijtelling van het eigenwoningforfait als aftrekpost mogen opvoeren.

Meer over Prinsjesdag 2020

Vrijstelling box 3 omhoog naar € 50.000

0% overdrachtsbelasting voor doorstromer jonger dan 35 jaar