Hoe profiteer jij van jouw overwaarde? Download ons gratis whitepaper hier.
Kosteloos eerste gesprek
100% onafhankelijke financieel advies
We vergelijken ruim 40 geldverstrekkers
Telefonisch, online of op de vestiging

Actueel

Nieuws, Blogs, Vlogs

Toon

Hypotheekrentes op hoogste niveau van 2022, stijging zet door

26 september 2022

Afgelopen week verhoogden de centrale banken van de Verenigde Staten en Engeland hun rentetarieven met respectievelijk 0,75% en 0,5%. De marktrentes vertonen nog steeds een stijgende trend en de hypotheekrentes volgen die stijgende trend. Na een klein dipje in de zomer, hebben de marktrentes de afgelopen week nieuwe jaarrecords bereikt en dat geldt ook voor de 5 en 10 jaar vaste hypotheekrentes. Inmiddels is 10 jaar vast de meest populaire rentevaste periode. Deze week volgen waarschijnlijk nieuwe hoogterecords voor 2022 bij 20 en 30 jaar vast. We zien overigens dat afgelopen week de stijging bij de kortere rentevaste periodes iets sneller gaat dan voor lang vast.

Gemiddelde hypotheekrente ontwikkeling september

Rente verschillen

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Prinsjesdag 2022: dit zijn de belangrijkste plannen op een rij

21 september 2022

Het kabinet heeft afgelopen dinsdag de plannen voor 2023 bekendgemaakt. De miljoenennota staat dit jaar in het teken van de koopkracht, omdat steeds meer huishoudens in de knel komen door de hoge gas- en energierekening én inflatie. Het kabinet komt met veel plannen om huishoudens tegemoet te komen. We zetten de belangrijkste voor je op een rij op het gebied van:

Koopkracht
Energie
Belasting
Wonen
Pensioen

 

Koopkracht:

De koopkrachtcijfers laten zien hoeveel inkomen huishoudens gemiddeld te besteden hebben. De algehele koopkracht is sterk afgenomen door de hoge inflatie. Huishoudens met een laag of gemiddeld inkomen worden momenteel hard geraakt. Het kabinet wil deze huishoudens helpen bij de koopkrachtproblemen. Het gaat om een 'historisch' koopkrachtpakket. Huishoudens krijgen volgend jaar 3,9% meer te besteden, blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau CPB. Dat is een ‘reparatie’ omdat de koopkracht dit jaar bijna 7% achteruit gaat.

 

Energie:

 

Tijdelijk prijs-plafond voor energietarieven

Met een prijsplafond wil het kabinet vanaf 1 november 2022 de energierekening van de burgers verlagen. Deze tijdelijke maatregel loopt door tot eind 2023. Op welk bedrag de prijs wordt vastgezet, is nog niet helemaal zeker. Er wordt gedacht aan een prijsplafond van maximaal € 1,50 voor een kuub gas en € 0,70 per kWh, inclusief overheidsheffingen. De lage prijs geldt voor de eerste 1200 kuub gas en de eerste 2400 kWh stroom. Wie meer verbruikt, betaalt hiervoor het hogere contractuele tarief. De korting die een gemiddeld huishouden krijgt, omgeven met onzekerheden, is € 2.280,- op jaarbasis. Bovenstaand voorstel voor het tijdelijke energieprijs-plafond moet echter nog wel officieel door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Vermindering energiebelasting onzeker

Door de invoering van het energieprijs-plafond gaat de verlaging van de energiebelasting voor 2023 waarschijnlijk niet door.

Btw-tarief op energie van 9% naar 21%

Sinds 1 juli 2022 geldt een tijdelijke verlaging van het btw-tarief voor de levering van stroom, aardgas of stadswarmte. Dit lage tarief geldt ook over de netbeheerkosten op de energienota. Het verlaagde btw-tarief van 9% eindigt op 1 januari 2023. Per die datum geldt het reguliere btw-tarief van 21%.

Energietoeslag

Het kabinet heeft besloten om in 2023 de energietoeslag voort te zetten. Gemeenten mogen in 2023 een eenmalige energietoeslag van ongeveer € 1.300,- beschikbaar stellen aan huishoudens met een laag inkomen. Hoe deze compensatie is ingericht, verschilt per gemeente.

Noodfonds

Het kabinet verwacht dat ruim 600.000 mensen als gevolg van de gestegen energieprijzen in 2022 in de financiële problemen komen. Hiervoor wordt een speciaal noodfonds opgericht om te voorkomen dat kwetsbare huishoudens met een betalingsachterstand te grote schulden opbouwen. De energieleverancier zal eerst een coulante betalingsregeling voor de energierekening aanbieden. Mocht dit niet voldoende zijn dan kunnen huishoudens bij het noodfonds terecht dat voor maximaal de winterperiode het bedrag uitkeert aan de energieleverancier.

Btw-tariefverlaging aanschaf en installatie zonnepanelen

Vanaf 1 januari 2023 geldt een 0% btw-tarief op zowel losse als in het dak opgenomen zonnepanelen. Huiseigenaren hoeven dan niet langer btw te betalen bij de aankoop van zonnepanelen. Nu betalen huiseigenaren nog 21% btw op zowel de aanschaf- als plaatsingskosten waarbij zij een groot deel van de btw kunnen terugvorderen bij de Belastingdienst. Deze tariefverlaging geldt ook voor een tweede set zonnepanelen.

Afbouw salderingsregeling

Als zonnepaneeleigenaar ontvang je nu nog een terugleververgoeding voor de opgewekte stroom die je zelf niet gebruikt. Ook wel salderen genoemd. Het kabinet wil met ingang van 1 januari 2025 de salderingsregeling jaarlijks stapsgewijs afbouwen. In 2031 zal de salderingsregeling volledig zijn afgebouwd. Om huishoudens te beschermen, wil het kabinet in de wet opnemen dat huishoudens recht hebben op een redelijke terugleververgoeding van minstens 80% van de marktprijs (exclusief belastingen).

 

Belasting:

 

Flinke stijging WOZ-waarde

In 2022 wordt een flinke stijging van ongeveer 15% verwacht van de WOZ-waarde. De WOZ-beschikking wordt in het begin van ieder jaar verstuurd naar alle huiseigenaren.

De WOZ-waarde is bepalend voor de hoogte van een aantal belastingen. Denk aan de gemeentelijke belastingen zoals de onroerendezaakbelasting (ozb) en rioolheffing. Het waterschap gebruikt het voor het heffen van de watersysteemheffing. En de Belastingdienst voor bijvoorbeeld inkomstenbelasting (via het eigenwoningforfait), schenkbelasting en erfbelasting. Controleer daarom goed of de WOZ-waarde goed is vastgesteld. Zo niet, teken dan bezwaar aan.

Wijziging belastingheffing over vermogen (box 3)

In 2023 geldt een heffingsvrij vermogen in box 3 van € 57.000,- (in 2022 was dit € 50.650,-). Voor fiscale partners geldt een heffingsvrij vermogen van € 114.000,- (in 2022 was dit € 101.300,-). Box 3 belastingtarief wordt in 2023 met 1% verhoogd naar 32% (in 2022 was dit 31%).

Vrijstelling schenken (jubelton) afgebouwd

Tot het einde van dit jaar (31 december 2022) is het nog mogelijk om tot € 106.671,- belastingvrij te schenken. De schenkingsvrijstelling eigen woning (jubelton) wordt per 1 januari 2023 verlaagd tot € 28.947,-. De vrijstelling zal per 1 januari 2024 helemaal worden afgeschaft. Heb je dus plannen om te gaan schenken, doe het dan nog dit jaar!

Startersvrijstelling overdrachtsbelasting voor duurdere woning

De woningwaardegrens van de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting wordt per 1 januari 2023 verhoogd van € 400.000,- naar € 440.000,-.

Laatste afbouwstap hypotheekrenteaftrek

Als je jaarinkomen hoger is dan € 73.031,- heb je per 1 januari 2023 minder voordeel van de hypotheekrenteaftrek: het aftrekpercentage daalt van 40% naar 36,93%. Dit is het tarief van de eerste inkomstenbelastingschijf. Ook de rente over restschulden, betaalde alimentatie en giften zijn tegen dit lagere percentage aftrekbaar. 

Aftrekpost wet Hillen wordt verder afgebouwd

Heb je geen of een kleine hypotheekschuld? Oftewel: is je eigenwoningforfait hoger dan je aftrekbare kosten, zoals de hypotheekrenteaftrek? Dan heb je volgens de Wet Hillen recht op een extra aftrekpost ter grootte van het verschil. Deze aftrek wordt sinds 2019 in 30 jaar afgebouwd.

In 2023 is nog 83,34% van het positieve verschil tussen de aftrekbare kosten eigen woning en het eigenwoningforfait aftrekbaar; in 2022 was dit 86,67%. Omdat je door deze afbouw mogelijk inkomen uit je eigen woning krijgt, kan het zijn dat je meer inkomstenbelasting gaat betalen.

Verlaging eigenwoningforfait

Voor woningen met een WOZ-waarde tot 1,2 miljoen wordt in 2023 het percentage van het eigenwoningforfait verlaagd naar 0,35% (2022: 0,45%). Voor woningen boven de 1,2 miljoen blijft het percentage 2,35%.

Of deze daling leidt tot een lager eigenwoningforfait is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarde.

 

Wonen:

 

Tot 2031 € 100 miljoen per jaar beschikbaar voor woningbouwplannen

Voor de bouw van extra woningen stelt het Kabinet vanaf 2022, voor de periode van tien jaar, jaarlijks €100 miljoen beschikbaar. Dit geld is bedoeld voor nieuwe woningbouwplannen, niet voor de versnelling van bestaande projecten.

Gemeente mag de helft van koop- en huurhuizen toewijzen aan eigen inwoners

Het kabinet wil dat gemeenten met ingang van volgend jaar de helft van alle koop- en huurwoningen kunnen toewijzen aan mensen die al binnen de gemeente wonen. Ook mensen met een cruciaal beroep, zoals leraren en verpleegkundigen, mogen voorrang krijgen. Deze aanpassingen in de Huisvestingswet moeten nog politiek behandeld worden. Het gaat bij het toewijzen zowel om nieuwbouwwoningen als om bestaande woningen. Bij koopwoningen geldt de wetswijziging alleen voor huizen onder de prijsgrens van de Nationale Hypotheek Garantie (op dit moment 355.000 euro of minder).

Studieschuld en hypotheek

Voor koopstarters wordt bij het aanvragen van een hypotheek de actuele studieschuld bepalend. Nu is dat nog de oorspronkelijke studieschuld. Het Nibud onderzoekt, in het kader van het jaarlijkse adviesrapport over de leennormen, hoe dit vormgegeven kan worden.

 

Pensioen:

 

Verhoging AOW-uitkering

Het kabinet verhoogt aankomend jaar het wettelijk minimumloon. Per saldo stijgt het minimumloon met 10,15% vanaf 1 januari 2023. De AOW-uitkering blijft gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en stijgt hierdoor mee met het minimumloon. De AOW-uitkering wordt hierdoor ook ruim 10% hoger.  

Wetsvoorstel toekomst pensioenen

Het kabinet wil graag dat het nieuwe pensioenstelsel ingaat vanaf 1 januari 2023. Het kabinet gaat voor een nieuwe premieregeling, waarbij de inleg en de opbouw meer geïndividualiseerd worden. De doorsneepremie verdwijnt. Ook is het doel dat de pensioenuitkering eerder kan worden verhoogd als de financiële resultaten goed zijn. De pensioenuitkering kan daarbij eerder worden verlaagd als de financiële resultaten slecht zijn. Verder moet het nieuwe pensioenstelsel zorgen voor een transparanter en persoonlijk pensioen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Pensioen update

20 september 2022

In de Tweede Kamer wordt de Wet toekomst pensioenen behandeld. Door de gestegen rente is de situatie in pensioenland inmiddels fors gewijzigd. Het pensioenvermogen is door negatieve rendementen gedaald van € 1.800 miljard naar minder dan € 1.500,- miljard. Slecht nieuws zou je denken, maar door de gestegen rente zijn de toekomstige verplichtingen nog harder gedaald. De gemiddelde indicatieve dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen bedroeg daardoor in augustus maar liefst 128% (en ook de indicatieve beleidsdekkingsgraad steeg naar 117%). Sommige pensioenfondsen verhoogden de pensioenen al deze zomer en een gedeeltelijke of zelfs volledige indexatie per 1 januari 2023 lijkt voor veel pensioenfondsen steeds dichterbij te komen.

Nieuw pensioenstelsel

Probleem is dat we in het huidige pensioenstelsel vooral de problemen ondervonden van de lage rente, waardoor de toekomstige verplichtingen hoog gewaardeerd werden. Daardoor was er ondanks de grote en stijgende pensioenvermogens geen ruimte voor indexatie. In het nieuwe pensioenstelsel gaan we juist meer meebewegen met de ontwikkeling van de beleggingsresultaten. Zouden we dus nu al onder het nieuwe pensioensysteem zitten, dan zouden de pensioenuitkeringen dus misschien juist versoberd moeten worden, omdat de pensioenvermogens dalen. Al zitten er in het nieuwe stelsel ook wel maatregelen, waardoor niet meteen alle pijn direct hoeft te worden genomen. 
 
Gevolg is wel dat er nu in de Tweede Kamer twijfel begint te ontstaan of we wel naar een nieuw pensioenstelsel toe moeten. Een lastig onderwerp is daarbij ook de overgangsperiode naar het nieuwe pensioenstelsel. Voor sommige groepen is het nieuwe pensioenstelsel ongunstiger. Hoe gaan deze groepen gecompenseerd worden? Dat zou deels moeten worden betaald uit het beschikbare pensioenvermogen maar daar is nu minder ruimte voor als gevolg van het gedaalde pensioenvermogen. Bovendien zijn er ook nog veel praktische openstaande vragen rond de nieuwe pensioenwet, waardoor Tweede Kamerleden het lastig vinden om een goed oordeel te vormen over deze wet. Aan de andere kant wordt er vanuit de pensioenfondsen gevraagd om haast te maken, omdat zij anders onvoldoende tijd hebben om alle systemen op tijd klaar te hebben.  

Onsnieuwepensioen.nl 

De overheid heeft speciaal voor de consument de website onsnieuwepensioen.nl ingericht, die op veel vragen rond het nieuw pensioenstelsel antwoord probeert te geven. Op een eenvoudige manier wordt uitgelegd wat het nieuwe pensioenstelsel voor de consument betekent, wat pensioen is en waarom er nieuwe regels voor pensioen gewenst zijn.

Hogere levensverwachting 

De levensverwachting in Nederland blijft stijgen en gaat sneller dan eerder verwacht. Het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG) heeft deze hogere levensverwachting verwerkt in de zogenaamde Prognosetafel. Dat betekent dat pensioenfondsen er rekening mee moeten houden dat ze langer pensioenuitkeringen moeten verstrekken. Tenzij ze de pensioenleeftijd mogen verhogen.  

Tot dit jaar heeft de levensverwachting nog geen invloed op de AOW-leeftijd gehad, die is nu 66 jaar en 7 maanden. In 2023 stijgt die naar 66 jaar en 10 maanden, om in 2024 verder verhoogd te worden naar 67 jaar. In 2025, 2026 en 2027 blijft de AOW leeftijd 67 jaar.

De overheid moet altijd 5 jaar van te voren aangeven of de AOW-leeftijd verhoogd gaat worden. Voor het einde van het jaar horen we of de verhoging van de resterende levensverwachting nu wel of niet leidt tot een verhoging in 2028. 

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Valt er volgend jaar nog te jubelen?

19 september 2022

Wie zijn kind nog belastingvrij een jubelton wil schenken heeft daar nog ruim drie maanden de tijd voor. Vanaf 1-1-2023 mag je nog maar € 27.231,- belastingvrij schenken aan een kind jonger dan 40 jaar. Maar dat betekent niet dat je per 1-1-2023 geen ton of meer mag schenken aan je kind. Alleen moet je kind daar dan schenkingsbelasting over betalen. Schenk je bijvoorbeeld een ton dan moet je kind ongeveer € 7.277,- schenkbelasting betalen. Als je kind toch al op zoek is naar een woning en je het voornemen hebt om je kind een grote schenking te geven, dan kun je je kind een paar duizend euro belasting besparen als het kind de woning nog koopt in 2022. Dit wil zeggen dat de woning ook bij de notaris passeert in 2022.

Spaargeld of overwaarde gebruiken 

Als je voldoende spaargeld hebt, dan is dat een prima manier om een bedrag te schenken. Maar als je onvoldoende spaargeld hebt of als je dit spaargeld voor andere zaken achter de hand wilt houden, dan kun je ook een extra hypotheek nemen. Je inkomen moet wel voldoende zijn om de extra hypotheeklasten nu, maar ook op termijn bij een waarschijnlijk lager pensioeninkomen op te kunnen vangen.  
 
Bedenk wel dat de rente dit jaar een stuk hoger ligt dan een jaar geleden. Voor 10 jaar vast betaal je waarschijnlijk een rente van iets onder de 4% en bij 20 jaar vast ligt die een paar tienden boven de 4%. Het goedkoopste is een aflossingsvrije hypotheek, maar dat betekent dat er dus ook niet afgelost wordt op die schuld. Stel je leent een ton extra via een aflossingsvrije hypotheek met een rente van 4%, dan betaal je daar ruim € 333,- per maand voor. De rente is niet aftrekbaar omdat het om een nieuwe aflossingsvrije hypotheek gaat én de hypotheek niet gebruikt wordt voor de eigen woning. 

Aandachtspunten

De meeste ouders hebben vaak al een langere tijd een koopwoning en die is de afgelopen jaren meestal fors in waarde gestegen. Dat betekent dat velen een behoorlijke overwaarde hebben. Maar bedenk je dan wel dat er niks met zekerheid valt te zeggen over de ontwikkeling van de huizenprijzen in de toekomst. Als je een extra hypotheek neemt, moet je voldoende overwaarde overhouden om ook een prijsdaling op te kunnen vangen. 
 
Zoals we hiervoor al aangaven is het belangrijk dat de hypotheek ook betaalbaar blijft als aan het einde van de rentevaste periode de rente een stuk hoger staat dan nu, of als je op het moment van pensionering een lager inkomen krijgt. Bedenk je goed dat je bij een rentevaste periode van 10 jaar veel eerder te maken krijgt met een nieuwe rente dan wanneer je de rente 20 jaar vast. 
 
Tot slot is het belangrijk, als je meerdere kinderen hebt, dat je meteen goed nadenkt over wat je uiteindelijk aan alle kinderen wilt schenken en daar ook met je financiering rekening meehoudt. 

Alternatief voor schenken: familiehypotheek

In plaats van een schenking kun je ook nadenken over het verstrekken van een familiehypotheek. Het kind betaalt dan maandelijks rente en aflossing, maar dit kun je dan terugschenken. Jaarlijks mag je als ouder € 5.677,- belastingvrij aan je kind schenken. Je kind mag de hypotheekrente die ze aan jou betalen ook nog eens aftrekken. 

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Hoge inflatie en hoge rente ook van invloed op hypotheekmogelijkheden

13 september 2022

Over het algemeen is wel bekend dat een hogere rente betekent dat je minder hypotheek kunt krijgen. Logisch ook omdat bij een hogere rente je maandlasten hoger zijn. Waarbij het niet zo is dat als de rente verdubbeld of verdrievoudigd je opeens maar de helft of een derde aan hypotheek kunt krijgen. Dat komt omdat een annuïteitenhypotheek een dempende werking heeft op de stijging van de brutolasten bij een hogere rente; de aflossingscomponent in het bruto maandbedrag gaat de begin jaren namelijk omlaag.

Hypotheeknormen te ruim

Toen de hypotheeknormen vorig jaar werden vastgesteld was nog niet voorzien hoeveel de inflatie dit jaar zou zijn. Inmiddels worden consumenten geconfronteerd met veel hogere uitgaven voor energie, brandstof en boodschappen. Dat betekent dat er in feite minder geld overblijft om uit te geven aan wonen.

Jaarlijks worden de hypotheeknormen aangepast en de rekenmeesters zijn druk bezig om de normen voor 2023 vast te stellen. Om te voorkomen dat er grote sprongen zitten in hoeveel iemand bij een bepaald inkomen kan lenen, is afgesproken dat bij het bepalen van de hypotheeknormen gekeken wordt naar niet alleen het afgelopen jaar maar naar een paar jaren in het verleden, namelijk het voorgaande jaar en de drie daaraan voorgaande jaren. Ofwel, voor de hypotheeknormen voor 2023 wordt gekeken naar een gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2022.

De Nederlandsche Bank (DNB) en Autoriteit Financiële Markten (AFM) hebben al aangegeven dat de huidige hoge inflatie meegewogen moeten worden in de nieuwe financieringslastpercentages, in plaats van dat die hoge inflatie van dit jaar slechts voor een kwart meegenomen wordt. Als hun terechte advies wordt meegenomen, is de kans dan ook groot dat de financieringslastpercentages lager uitpakken dan dit jaar.

Belangrijke rol bij adviseurs, ook nu al

Ook nu al ligt er een belangrijke rol bij hypotheekadviseurs. Zij moeten niet alleen kijken naar de wettelijk vastgelegde norm, maar vooral ook goed kijken naar de individuele situatie van de klant. De hypotheeknormen zijn gebaseerd op één uniform huishouden met relatief lage uitgaven terwijl bijvoorbeeld een gezin met meerdere kinderen een veel hoger uitgavenpatroon kan hebben, waardoor er ook minder geld is om aan wonen uit te geven. In de praktijk zien we dat consumenten minder spaarruimte hebben door onder andere hogere energienota’s en duurdere boodschappen. Dat betekent minder ruimte voor buffers en daarom moeten consumenten ook nu al voorzichtiger zijn met maximaal lenen.

Lagere financieringslastpercentages, hogere rente en hogere inkomens

Zoals het er nu uitziet is de kans redelijk aanwezig dat we in 2023 lagere financieringslastpercentages gaan zien in combinatie met een mogelijk hogere rente. Die combinatie leidt tot een lagere maximale hypotheek. Dat zal waarschijnlijk maar voor een beperkt deel gecompenseerd kunnen worden door hogere inkomens. Dit treft starters over het algemeen meer dan doorstromers omdat starters vaker dan doorstromers de maximale leencapaciteit nodig hebben.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Hypotheekrente op hoog niveau voor langere tijd

12 september 2022

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft afgelopen donderdag haar rente verhoogd met 0,75%. De ECB lijkt eindelijk volledig doordrongen te zijn van het feit dat de inflatie krachtig bestreden moet worden. Deze verhoging is de grootste renteverhoging in het bestaan van de ECB. Omdat de rente op 0% stond, komt de nieuwe rente uit op 0,75%. Het was overigens niet de eerste renteverhoging, want in juli ging de rente al omhoog van -0,5% naar 0%. De verwachting is dat de ECB de komende maanden de rente verder zal verhogen tot een niveau van 2 à 2,5%. Afgelopen week was de stijging van de hypotheekrentes overigens beperkt, maar werd wel de stijgende trend voortgezet.

Renteontwikkelingen 12-09-2022

Hypotheekrenteverschillen 12-09-2022

Inflatie blijft voor langere tijd hoog

De ECB verwacht dat de inflatie in 2022 gemiddeld uitkomt op 8,1%. Dat is een stuk hoger dan de eerdere verwachting van 6,8%. Maar nu er al bijna driekwart van het jaar opzit met hoge inflatiecijfers is het logisch dat de inflatieverwachting voor het hele jaar naar boven wordt bijgesteld. Voor 2023 wordt een inflatie verwacht van 5,5%. Dat klinkt als een stuk lager dan de huidige inflatie van 12% over de maand augustus in Nederland, maar ligt nog altijd ver boven het gewenste niveau van 2%.

Een verwachte inflatie van 5,5% betekent nog altijd dat de toch al hoge prijzen die wij nu ervaren voor energie, brandstof, boodschappen en andere uitgaven in 2023 naar verwachting met nog eens 5,5% stijgen. Voor elk huishouden vraagt dat een grote opgave om het huishoudboekje betaalbaar te houden. Zeker als de lonen minder hard stijgen dan de inflatie.

Pas in 2024 denkt de ECB dat de inflatie afzwakt naar 2,3%. Maar dat is wellicht ook wensdenken. De ECB heeft er de afgelopen tijd behoorlijk naast gezeten als het gaat om de inflatie en heeft er ook belang bij dat mensen denken dat de inflatie uiteindelijk naar beneden gaat. Er is dan ook een gerede kans dat de inflatie langer hoog zal zijn, doordat we vaker zullen zien dat de inflatie doorgerekend wordt in hogere prijzen voor grondstoffen, producten, diensten en hogere lonen, zodat er een loon-prijs spiraal ontstaat. Bovendien is een hele grote onzekere factor hoe de energiecrisis zich verder gaat ontwikkelen. De situatie met Rusland zal niet snel verbeteren, maar wellicht blijkt Europa toch in staat om haar afhankelijkheid van Rusland snel af te bouwen. Wat dat betreft bieden de hoge opgebouwde gasvoorraden hoop.

Invloed hogere rente ECB

De hogere rente van de ECB heeft niet direct invloed op de hypotheekrente maar wel indirect. Beleggers kijken met name naar de inflatie en zullen daarvoor een extra vergoeding willen hebben. Beleggers kijken bij een lening die ze voor bijvoorbeeld 10 jaar uitzetten niet alleen naar de inflatie van nu, maar maken een inschatting van de inflatie over de komende 10 jaar en passen daarop hun rente aan. De kans is dan ook groot dat de langere hoge inflatie leidt
tot hogere marktrentes, al is ook de vraag hoeveel al ingeprijsd is. Als we kijken naar de ontwikkeling in de afgelopen weken dan zitten we voorlopig waarschijnlijk nog wel in een stijgende trend en verwachten wij dat de vaste hypotheekrentes die stijgende trend zullen volgen. Het duurt altijd enkele maanden voordat een hogere rente van de ECB effect heeft op de economie en tot een mogelijk lagere inflatie leidt.

De hogere rente van de ECB zal op korte termijn leiden tot een verdere verhoging van de variabele hypotheekrentes en ook de rente voor een persoonlijke lening zal omhoog gaan. Er zijn gelukkig ook consumenten die juist profiteren van de hogere rente. De hogere rente van de ECB zal leiden tot hogere spaarrentes. Waarbij geldt dat kleinere spelers, vooral buitenlands, eerder en meer de spaarrente verhogen dan de grootbanken. Maar ook bij de grootbanken hebben we al gezien dat voor de grootspaarders de negatieve spaarrente inmiddels afgeschaft is.

Verder zorgen de hogere marktrentes voor veel betere dekkingsgraden voor de pensioenfondsen. Een hogere rente heeft over het algemeen een negatief effect op het vermogen van de pensioenfondsen, omdat de rendementen op beleggingen dan lager uitvallen. Maar dat wordt ruimschoots goed gemaakt doordat de toekomstige verplichtingen door de hogere rente veel lager uitvallen. De gemiddelde indicatieve dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen bedroeg in augustus 128% en ook de indicatieve beleidsdekkingsgraad steeg naar 117%. De kans op indicatie van pensioenen is daardoor een stuk groter geworden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Keuze rentevaste periodes nog nooit zo snel veranderd

06 september 2022

Populariteit 20 en 30 jaar vast ingeruild voor 10 jaar vast

De keuze voor de duur van de rentevaste periode is in een paar maanden radicaal gewijzigd.

Verdeling rentevaste periodes 2022 per maand

Kozen consumenten begin dit jaar nog massaal voor 20 jaar vast (50%) en 30 jaar vast (19%), nu zien we dat de keuze voor 20 jaar vast meer dan gehalveerd is (24%) en voor 30 jaar vast is het nog maar een derde (6%). De verschuiving vindt grotendeels plaats naar 10 jaar vast, dat het aandeel van 18% zag stijgen naar 48% en ook bij variabel zien we een stijging van 1% naar 6%.

Oorzaak verschuiving: hoge rente

Het is niet zo moeilijk om de oorzaak aan te wijzen voor deze enorme verschuiving, dat is namelijk de sterke stijging van de hypotheekrentes. Echter zit er ook wel een paar opmerkelijke kant aan: het verschil tussen 10 en 20 jaar vast is namelijk nagenoeg ongewijzigd gebleven. Die schommelt het hele jaar ongeveer tussen de 0,35% en 0,4%. Voor 10 jaar extra zekerheid betaal je dus slechts iets meer rente. Het lijkt er dus op dat veel consumenten de kans groot achten dat over 10 jaar de hypotheekrente op ongeveer hetzelfde niveau staat als nu of lager.

En uiteraard kan dat scenario uitkomen, zeker als we naar de renteontwikkeling in de laatste jaren kijken. Aan de andere kant bestaat er ook de kans dat we een ander scenario krijgen en over 10 jaar de rente nog hoger staat. Wat de renteontwikkeling bijvoorbeeld in het afgelopen jaar heeft aangetoond, is dat de rente een hele grillige ontwikkeling door kan maken. Inschatten waar de rente over 10 jaar op staat is, dan ook meer een loterij.

Iedere consument moet dan ook zijn eigen afweging maken tussen zekerheid over de duur van de maandlasten aan de ene kant en de hoogte van de maandlasten aan de andere kant. Met de verschuiving naar 10 jaar vast ontstaat er voor deze groep consumenten meer onzekerheid, die positief kan uitpakken, maar ook negatief.

Een financieel adviseur zal ook altijd een rentescenario laten zien: ‘wat als de rente met x% stijgt?’, zodat een consument een goede afweging kan maken of hij/zij de hogere maandlasten ook kan opvangen als de rente na bijvoorbeeld 10 jaar stijgt.

Spreiding rentevervaldatum

Het is dus onmogelijk om de rente in de toekomst te voorspellen. Je hebt geluk of pech met de hoogte van de rente aan het einde van je rentevaste periode. Je kunt de risico’s wel iets verkleinen door je hypotheek op te splitsen in delen met verschillende rentevaste periodes, bijvoorbeeld een deel 10 jaar en een deel 15 jaar.

Bij veel doorstromers, dat wil zeggen mensen met een koopwoning die een andere koopwoning kopen, zien we vaak dat zij meerdere leningdelen hebben doordat ze oude hypotheekdelen meenemen. Dat kun je ook meteen aangrijpen om een andere duur van de rentevaste periode te kiezen. Bij starters zien we vaker dat er slechts één leningdeel is en dus ook maar één rentevaste periode.

Toename variabel

Tot slot zien we dat de keuze voor variabel het afgelopen jaar gestegen is van 1% naar 6%. Uit onderzoek blijkt dat wie de afgelopen decennia voor variabel koos, achteraf gezien financieel bijna altijd goedkoper uit was dan iemand die de rente vast had gezet. Voor wie voldoende financiële ruimte heeft en niet nerveus wordt van wijzigende rentes, kan variabel dan ook een goed alternatief zijn voor het vastzetten van de rente.

Een variabele rente is overigens maar bij een beperkt aantal geldverstrekkers mogelijk en meestal ook maar voor een deel van de hypotheek.

De variabele rente lag de afgelopen jaren boven de rente voor 10 jaar vast en zelfs een tijdje boven de rente voor 20 jaar vast. Het afgelopen jaar is de variabele hypotheekrente relatief lager geworden in vergelijking met 10 en 20 jaar vast. Dat komt doordat de vaste rentes fors stegen, terwijl de variabele hypotheekrente minder steeg, maar desondanks ook omhoogging. Overigens is de verwachting dat de variabele rente de komende maanden nog behoorlijk omhoog zal gaan, als de ECB meerdere renteverhogingen gaat doorvoeren.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Omslag: hypotheekrentes gaan weer omhoog

05 september 2022

De meerderheid van de geldverstrekkers voerden afgelopen week een hypotheekrenteverhoging door, al waren er ook een paar geldverstrekkers die de hypotheekrente nog licht verlaagden voor specifieke rentevaste periodes. Onze verwachting is dat we de komende tijd de stijgende trend verder doorgetrokken zien. Die stijgende trend werd tijdelijk onderbroken door de angst voor een recessie. Die angst voor een recessie is er nog steeds, maar beleggers maken zich nu nog meer zorgen over de nog steeds torenhoge inflatie. Er is bijvoorbeeld nog weinig zicht op serieus dalende energieprijzen. De marktrentes stijgen dan ook al enkele weken en nu de extra marges die de geldverstrekkers in de zomermaanden konden behalen ook zo goed als geslonken zijn, gaan de hypotheekrentes weer meebewegen met de marktrentes.

Gemiddelde renteontwikkeling september 2021-2022

Renteverschillen september 2022

ECB vergadering

Aankomende donderdag 8 september is er weer een vergadering van de Europese Centrale Bank (ECB). We weten nu al dat ze een renteverhoging zullen aankondigen. De enige vraag is nog of de rente met een 0,5% of 0,75% omhooggaat. Bovendien is het interessant om te horen wat de ECB voor de komende maanden aan renteverhogingen verwacht te gaan doen.

Vervolgens is het de vraag of beleggers voldoende vertrouwen hebben in de stappen van de ECB. Het zou fijn zijn als de snelle stijging van de marktrentes tot een einde komt, maar heel waarschijnlijk lijkt dat niet. Steeds meer beleggers gaan er vanuit dat de komende jaren de inflatie substantieel hoger uit zal vallen dan de doelstelling van de ECB.

Hogere rente

Een hogere rente van de ECB heeft in eerste instantie vooral invloed op de korte rente. Onze verwachting is dan ook dat de komende weken de variabele hypotheekrente de verhoging van de rente van de ECB zal volgen. Bovendien zullen er de komende maanden nog meer renteverhogingen volgen door de ECB. Al is de ECB daar altijd wel heel voorzichtig mee, omdat ze bang zijn een nieuwe crisis in Zuid-Europa te veroorzaken.

Een hogere rente van de ECB vertaalt zich niet direct in een hogere rente voor de vaste hypotheekrentes. Maar dat gebeurt wel indirect. Afhankelijk van hoeveel vertrouwen beleggers hebben in de ECB dat zij met renteverhogingen de inflatie kunnen beteugelen, hoe minder de markt- en hypotheekrentes zullen stijgen. Probleem is dat veel beleggers zich afvragen of de ECB voldoende in staat is om de inflatie te beteugelen door de rente te verhogen. De hoge inflatie komt voor een belangrijk deel voort uit zaken waar de rente maar beperkt van invloed is. Hebben beleggers te weinig vertrouwen, dan kunnen de markt- en hypotheekrentes verder doorstijgen.

De renteverhoging van de ECB heeft invloed op kort geld, dat betekent ook dat de variabele rente op consumptief krediet verder zal oplopen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Verkoop of uitkoop bij einde relatie

01 september 2022

In het jaar zijn er altijd twee pieken waarin er meer relaties worden verbroken. De eerste is aan het begin van het nieuwe jaar (als de Kerst net achter de rug is) en de tweede is na de zomervakantie. Op een vakantie blijken de onderlinge frustraties vaak duidelijker dan in de normale thuissituatie en blijkt dat ‘het proberen’ geen succes heeft opgeleverd.

Opvallend is overigens dat het aantal echtscheidingen al enkele jaren achter elkaar daalt. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat ook het aantal beëindigde relaties daalt, omdat mensen ook steeds vaker kiezen voor samenwonen in plaats van trouwen; alleen zijn daar geen CBS cijfers over beschikbaar.

Een kind of een huis

Uit elkaar gaan heeft naast de emotionele kant ook een zakelijke kant. Als er een kind of kinderen zijn, dan is het belangrijk om goede afspraken te maken. Bij wie gaat het kind of kinderen wonen of wordt er gekozen voor co-ouderschap?

Hopelijk kun je zelf of samen met een scheidingsmediator goede afspraken maken. Denk bijvoorbeeld aan zaken als de afspraken rond het kind/kinderen, alimentatie (kind en of partner), pensioenverdeling en verdeling van de spullen. En het grootste van die ‘spullen’ is dan vaak de woning.

Verkoop of uitkoop?

Ben je samen eigenaar van de woning dan zijn er bij een scheiding meestal twee opties:

1. Verkoop van de woning
Kun of wil jij of je voormalig partner niet in de woning blijven wonen, dan moet de woning verkocht worden. Dankzij de gestegen huizenprijzen in de afgelopen jaren zal er meestal sprake zijn van overwaarde. Dat wil zeggen, de woning levert meer op dan dat er nog aan hypotheek resteert. Maar in een enkel geval is er sprake van een tegenvallende verkoopprijs, waardoor er na aflossing van de hypotheek een restschuld overblijft.

Zowel in het geval van overwaarde als bij een restschuld krijgt elk in de helft van die overwaarde respectievelijk restschuld. Bij een restschuld maak je afspraken met de geldverstrekker over het terugbetalen van de restschuld. Is er sprake van een hypotheek met NHG, dan bestaat de mogelijkheid dat (een deel van) de restschuld wordt kwijtgescholden of dat de hypotheek aangepast wordt, zodat toch één van beide in de woning kan blijven wonen.

In de meeste gevallen is er echter sprake van overwaarde en dan moet je rekening houden met de bijleenregeling en de fiscale regels rond de eigen woningschuld. Om te beginnen de bijleenregeling. Koop je binnen drie jaar een nieuwe woning, dan moet je deze overwaarde gebruiken om de hypotheek op de nieuwe woning te verlagen. Doe je dat niet, dan is over dit deel de hypotheekrente niet aftrekbaar. Verder moet je er rekening mee houden dat je al enkele jaren hypotheekrenteaftrek hebt gehad. Bij de nieuwe hypotheek wordt daar rekening mee gehouden. Het is aan te raden om naar een financieel adviseur te gaan om te laten berekenen hoeveel je maximaal aan hypotheek kunt krijgen. Als namelijk rekening wordt gehouden met je bestaande hypotheek, dan kan dat wel eens lager uitvallen dan de vereenvoudigde berekeningen op websites, die met name geschikt zijn voor starters.

2. Uitkopen van de ander
Als jij of je partner in de woning blijft wonen, dan dient de woning en hypotheek op naam gezet te worden van die persoon. Dat kan niet zomaar. De hypotheek is namelijk oorspronkelijk verstrekt op twee personen en twee inkomens. Voor degene die de woning verlaat, moet ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid worden verleend door de geldverstrekker. Een geldverstrekker zal daar alleen mee akkoord gaan als het inkomen van de achterblijvende partner voldoende is om de hypotheek alleen te dragen.

Maar met alleen ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid ben je er meestal niet. Een complicerende factor is tegenwoordig vaak de overwaarde in de woning. De partner die de woning verlaat heeft recht op de helft van die overwaarde. Soms lukt het de achterblijvende partner om die helft van de overwaarde te betalen uit andere financiële middelen en/of door meer spullen toe te bedelen aan de vertrekkende partner. Maar vaak moet dit gefinancierd worden door de hypotheek te verhogen. De achterblijvende partner moet dan niet alleen de al bestaande hypotheek in zijn eentje kunnen betalen, maar ook de verhoging. Juist door de sterk gestegen overwaardes is dit regelmatig een grote uitdaging.

Is er sprake van partneralimentatie, dan houdt de geldverstrekker daar rekening mee bij het bepalen van het inkomen. Dat betekent dat als de achterblijvende partner partneralimentatie ontvangt de geldverstrekker rekening houdt met de ontvangen alimentatie. Houd er daarbij wel rekening mee dat dit alleen geldt voor de periode dat die alimentatie loopt. Betaalt de achterblijvende partner alimentatie, dan drukt dit zijn maximale hypotheekmogelijkheden.

Dat kan betekenen dat er alsnog niks anders op zit dan de woning te verkopen. Maar soms kan een scheidingsmediator of financieel adviseur helpen om een oplossing te vinden in het totaalpakket waardoor verkoop van de woning voorkomen kan worden. Bijvoorbeeld doordat de geldverstrekker en/of NHG een oplossing biedt of doordat een oplossing buiten de hypotheek gevonden wordt.

Nieuwe woning vinden is een uitdaging

Voor degene die de woning verlaat is er ook een uitdaging en in het geval van verkoop zijn dat er dus twee. Hoewel je een zak geld overhoudt ter grootte van de helft van de overwaarde, is het in de huidige woningmarkt lastig om een andere betaalbare huur- of koopwoning terug te vinden. We zien in de praktijk ook regelmatig dat na een relatiebreuk er weer tijdelijk onderdak wordt gezocht bij de ouders.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Aflossingsvrije hypotheek op retour door hoge rente

30 augustus 2022

In de afgelopen maanden heeft er een grote verandering plaatsgevonden in het aantal afgesloten aflossingsvrije hypotheken in verhouding tot aflossende hypotheken. Het aandeel van aflossingsvrije hypotheken is van 45%, het hoogtepunt in februari van dit jaar, gedaald naar ‘slechts’ 31% in augustus.

Percentage aflossings- vs aflossingsvrije hypotheken 2022

Dat betekent ook een belangrijke breuk met het verleden. In de afgelopen jaren steeg het aantal aflossingsvrije hypotheken van 35% in 2018 naar 45% in februari 2022. In maart is de kentering ingezet naar 31% in augustus.

Hoge rente zorgt voor minder aflossingsvrij

Wie een nieuwe aflossingsvrije hypotheek afsluit (dus geen voorzetting) kan de hypotheekrente niet aftrekken. Aftrek geldt alleen maar bij een annuïteiten- of lineaire hypotheek. De afgelopen jaren stond de rente enorm laag, met tarieven tussen de 1% en 2%, en dan is de hypotheekrenteaftrek ook niet zo hoog. Maar nu de hypotheekrentes tussen de 3% en 4% bewegen, loop je ineens wel veel hypotheekrenteaftrek mis. We leggen dat uit aan de hand van een voorbeeld, waarbij we het eigenwoningforfait buiten beschouwing laten.

Stel je hebt een extra hypotheek nodig van € 60.000,- voor een grote verbouwing. Vorig jaar kon je de rente op het dieptepunt 20 jaar vastzetten voor 1,3%. Bij een annuïteitenhypotheek was je ruim € 201,- per maand kwijt, waarbij 2/3e bestond uit aflossing en slechts € 65,- aan rente (waarbij het aflossingsdeel in de tijd iets groter wordt). Netto was je ongeveer € 177,- kwijt. Door voor een aflossingsvrije hypotheek te kiezen, betaalde je alleen de rente van € 65,-, die dan wel niet aftrekbaar was, maar wel ruim € 100,- lager dan de netto
hypotheeklast bij een annuïteitenhypotheek.

Uitgaande van een rente van 3,7% ben je bij een annuïteitenhypotheek nu € 276,- kwijt, waarvan 1/3e in de eerste maanden bestaat uit aflossing en het grootste deel is nu rente, namelijk € 185,-. Netto ben je ongeveer € 208,- kwijt. Door voor een aflossingsvrije hypotheek te kiezen ben je nog geen € 25,- goedkoper uit. Je betaalt namelijk € 185,- aan rente, die niet aftrekbaar is. Door net iets meer te betalen, heb je aan het einde van de looptijd wel de hypotheek helemaal afgelost.

Overigens is het wel zo dat die netto maandlast bij een annuïteitenhypotheek elke maand iets oploopt, doordat je bij deze hypotheek steeds minder rente gaat betalen als gevolg van de maandelijkse aflossing op de hypotheek. Maar duidelijk is dat het veel minder gunstig geworden is om een aflossingsvrije hypotheek af te sluiten.

Waarom nog wel veel aflossingsvrij bij 50-plussers

Op basis van dit rekenvoorbeeld zou je wellicht verwachten dat er helemaal geen aflossingsvrij meer wordt afgesloten, maar toch is nog ruim 30 procent van alle hypotheekdelen nog een aflossingsvrije hypotheek. Daarbij zien we ook een groot verschil tussen 50-plussers en 50-minners. Bij die laatste groep is ongeveer 20% van de hypotheken (overal waar we spreken over hypotheken, gaat het over hypotheekdelen) aflossingsvrij en bij 50-plussers is dat ruim 53%. Dus meer dan de helft van de afgesloten hypotheken!

Er zijn drie belangrijke oorzaken waarom 50-plussers veel meer aflossingsvrij afsluiten en we benoemen die in volgorde van belangrijkheid.

1. Overgangsregime
De hypotheekrente is bij een nieuwe aflossingsvrije hypotheek niet aftrekbaar. Maar wie een hypotheek heeft afgesloten voor 1-1-2013 kan gebruik maken van het overgangsregime. Dat betekent dat voor het deel van de hypotheek waar op 31-12-2012 hypotheekrenteaftrek gold, de hypotheekrenteaftrek is blijven bestaan en die mag ook meegenomen worden als je de hypotheek oversluit of een nieuwe woning koopt. Koop je een duurdere woning waar je een hogere hypotheek voor nodig hebt en sluit je voor dat meerdere een aflossingsvrije hypotheek, dan is de hypotheekrente over dat deel niet aftrekbaar.

Veel 50-plussers hebben zo’n bestaande hypotheek, die ze op grote schaal voortzetten bij oversluiting of bij de aankoop van een nieuwe woning. Het is zelfs zo dat als ze bijvoorbeeld een bestaande (bank-)spaar-, leven-, beleggings- of annuïteitenhypotheek, die al liep op 31-12-2012, omzetten in een aflossingsvrije hypotheek, ze recht blijven houden op hypotheekrenteaftrek. Door die omzetting betalen ze alleen nog maar rente en geen aflossing
meer, waardoor de bruto en netto maandlast omlaag gaan.

Aandachtspunt voor deze 50-plussers is nog wel dat ze er rekening mee moeten houden dat de hypotheekrente maximaal 30 jaar aftrekbaar is. Er komt dus wel een einde aan die aftrek.

2. Lenen voor consumptief doel
Bij 50-plussers wordt vaker een hypotheek afgesloten voor een ander doel dan de aankoop of verbouwing van een woning. Bijvoorbeeld voor de aankoop van een camper, auto, vakantiewoning of een schenking aan een kind/kinderen of voor de financiering van eerder stoppen met werken of aanvulling van het pensioen. Als je leent voor één van deze doelen dan is de hypotheekrente sowieso al niet aftrekbaar. Een aflossingsvrije hypotheek is dan veel goedkoper dan bijvoorbeeld een annuïteitenhypotheek.

Stel je koopt een camper van € 60.000,- tegen een 20 jaar vaste rente van 3,7% dan ben je bruto en netto € 276,- per maand kwijt bij een annuïteitenhypotheek. Bij een aflossingsvrije hypotheek is dat € 185,-. Dat scheelt toch € 90,- per maand. Waarbij je er natuurlijk wel goed van bewust moet zijn dat je niet aflost op deze hypotheek en je dus nog steeds rente betaalt, zelfs als de camper allang ter ziele is.

3. Grote overwaarde
Tot slot is het zo dat met het vorderen van de leeftijd de overwaarde steeds groter is. Een grote groep 50-plussers kiest daarom liever voor de lage maandlast van de aflossingsvrije hypotheek omdat ze niet zo nodig nog extra overwaarde hoeven op te bouwen in de hypotheek.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Marktrente stijgt door, kans op omslag hypotheekrentes neemt toe

29 augustus 2022

Ongeveer 1 op de 3 geldverstrekkers voerde afgelopen week een wijziging door in de hypotheekrentes. Dat waren vooral verlagingen, maar er waren ook een paar geldverstrekkers die een verhoging doorvoerden. De trend op de kapitaalmarkt is al enkele weken stijgend. Sinds het dieptepunt zijn de lange rentes met ongeveer een 0,5% gestegen. Dat terwijl de gemiddelde hypotheekrentes de afgelopen weken met ongeveer 0,35% daalden. De extra marges die de geldverstrekkers de zomermaanden genoten, zijn dan ook rap aan het slinken. Als de marktrentes door blijven stijgen in het huidige tempo, dan zouden we op heel korte termijn ook een omslag kunnen zien bij de hypotheekrentes.

Renteontwikkeling augustus 2021-2022

Renteverschillen geldverstrekkers 28-08-22

Dalende marges

In onderstaande grafieken laten we de stijgende marktrentes zien in combinatie met de dalende hypotheekrentes in de afgelopen weken. Als uitgangspunt voor de marktrentes hanteren we de swap-rentes voor respectievelijk 10 en 20 jaar vast. Op de linker as staat de ontwikkeling van de gemiddelde hypotheekrente en op de rechter as de ontwikkeling van de swap-rente. Het verschil tussen de linker as en rechter as is het gemiddelde verschil dat in 2021 gold (ofwel de bruto marge voor een geldverstrekker, waaruit alle overige kosten betaald moeten worden en uiteindelijk een stuk winst overblijft).

Swap- en hypotheekrente 10 jaar

Wat bijzonder is, is dat op dit moment de marktrentes voor 10 en 20 jaar nagenoeg gelijk aan elkaar liggen. Normaal gesproken betaal je een hogere rente als je de rente langer vast wilt zetten. Bij de gemiddelde hypotheekrentes zien we nog wel dat 20 jaar vast gemiddeld ongeveer 0,4% duurder is dan 10 jaar vast. Dat is slechts licht hoger dan het verschil aan het begin van het jaar. Er zit op dit moment nog iets meer ruimte qua marge voor de geldverstrekkers bij 20 jaar vast in vergelijking met 10 jaar vast. Dat heeft er onder andere mee te maken dat de concurrentie op 10 jaar vast toe is genomen door de grotere vraag naar deze rentevaste periode.

Uitdaging ECB om de inflatieverwachtingen omlaag te krijgen

De Europese Centrale Bank (ECB) staat voor een grote uitdaging: hoe breng je de inflatieverwachtingen omlaag terwijl je weet dat er ook een recessie aankomt? De ECB zit dus met een groot dilemma; al is dat voor een belangrijk deel ook aan haar zelf te wijten, omdat ze niet eerder het ruime geldbeleid heeft afgebouwd.

Afgelopen juli verhoogde de ECB haar rente met een half procent. Dat was een kwart meer dan ze eerder had gecommuniceerd. Doel was om beleggers duidelijk te maken dat het menens was om de inflatie te beteugelen. Want een deel van de beleggers verwachtte op dat moment dat de inflatie voor langere tijd boven de 2,5% zal blijven en sommigen verwachtten toentertijd zelfs dat de inflatie gedurende vijf jaar hoger zal zijn dan 4%.

De vraag is of beleggers er inmiddels meer vertrouwen in hebben dat de inflatie beteugeld kan worden. De ECB hanteert nog altijd een veel lagere rente dan de Fed, de Amerikaanse tegenhanger. Daardoor is de euro verzwakt ten opzichte van de dollar, waardoor we extra inflatie importeren. De energieprijzen zijn de laatste tijd alleen maar verder gestegen, doordat de Russen doorgaan met het beperken van de gasaanvoer naar Europa en ook de elektriciteitsprijzen zijn gestegen door onder andere de droogte. Als we kijken naar de weer oplopende marktrentes dan kunnen we concluderen dat beleggers er nog onvoldoende vertrouwen in hebben dat de inflatie op korte termijn beteugeld gaat worden en willen ze dus logischerwijs via een hogere rente gecompenseerd worden.

Op 8 september moet de ECB de rente dan ook verder verhogen, maar grote vraag is met hoeveel. Want duidelijk is dat de economie al aan het afkoelen is en we binnenkort een formele recessie hebben. De gemiddelde consument zal de huidige situatie ook al als een recessie ervaren, omdat de koopkracht al een aantal kwartalen hard achteruit holt. Extra probleem is dat de ECB snel problemen verwacht van een hogere rente bij vooral ZuidEuropese landen die dankzij het goedkope rentebeleid en mede als gevolg van corona, hun staatsschuld de afgelopen jaren hebben laten oplopen. Dan hakt een hogere rente er hard in, want je kunt minder geld uitgeven aan andere zaken. Terwijl je juist bij een recessie de economie wilt aanjagen met extra uitgaven. De ECB zit niet te wachten om weer een andere crisis in te rollen, maar het is uiteindelijk ook wel een beetje hun eigen schuld.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

PERSBERICHT - Twee derde vijftigplussers wil eerder stoppen met werk

24 augustus 2022

-  Senioren wegen financiële consequenties van vervroegd pensioen
-  Onrust onder kwart Nederlanders over hoogte pensioenopbouw
-  Alleenstaande vrouwen beter op de hoogte én meer bezorgd

APELDOORN, 3 augustus 2022 – Ruim zestig procent van de werkende vijftigplussers wil eerder dan de AOW leeftijd met pensioen. Dat blijkt uit onderzoek van Van Bruggen Adviesgroep onder ruim 1.500 senioren. Momenteel ligt de AOW-leeftijd op 66 jaar en zeven maanden. In 2024 loopt deze nog verder op naar 67 jaar. Zes procent wil het liefst nooit stoppen met werken.

87 procent van de vijftigplussers bouwt momenteel pensioen op of heeft dat in het verleden gedaan. Twee derde geeft aan een goed beeld van de hoogte van dat pensioen te hebben. “Het is goed om te zien dat een groot deel van de senioren stilstaat bij hun toekomstige, financiële situatie”, zegt Michiel Meijer, algemeen directeur bij Van Bruggen Adviesgroep. “In de praktijk zie ik veel senioren inventariseren of zij eerder kunnen stoppen of minder kunnen gaan werken. Daarbij is het belangrijk om vooruit te kijken: in hoeverre bestaat de financiële ruimte om af te bouwen?

Ruim één op de vijf vijftigers die eerder wil stoppen met werken, wil dat al doen op zestigjarige leeftijd. Nog eens een extra één op de vijf wil dit doen op 62 of 63-jarige leeftijd. “Dat vraagt om een overbrugging van vier tot zeven jaar en is alleen te realiseren als je ruim op tijd een financieel plan hebt, maar dit ontbreekt vaak in de praktijk”, stelt Meijer, die ziet dat zestigers noodgedwongen meer realiteitszin hebben. “Doordat ze vaak niet op tijd een financieel plan hebben gemaakt, zien zij in dat er vaak geen financiële ruimte is om heel veel eerder te stoppen.” Uit het onderzoek blijkt dat zij hun vervroegd pensioen daarom later plannen, op 64, 65, 66 of gewoon 67-jarige leeftijd.

Zorgen over hoogte van pensioen

Een kwart van de vijftigplussers (23%) maakt zich zorgen of zij uiteindelijk afdoende pensioen hebben opgebouwd. Bij alleenstaanden is dit met 31 procent ietwat hoger. Meijer: “Het maakt uit of jij alleen verantwoordelijk bent voor de vaste lasten of dat je dit samen met een partner doet. Wat ook een rol speelt is de aanwezigheid van kinderen die misschien studeren.” Huishoudens zonder (thuiswonende) kinderen hebben, zo blijkt uit de resultaten, een beter beeld van de financiële situatie over tien jaar.

Alleenstaande vrouwen meer bezorgd over toekomst

Vrouwen weten iets minder goed wat de hoogte is van hun aanstaande pensioen dan mannen: 59 tegenover zeventig procent. “In het geval van een relatiebreuk of echtscheiding leidt dit regelmatig tot zeer ongewenste situaties. We zien vaak dat de financiële situatie van de vrouwelijk ex-partner aanzienlijk slechter is dan zij dacht”, aldus Meijer.

Focus je op alleenstaanden, dan zijn vrouwen juist beter geïnformeerd: 62 versus 54 procent. Ook weten alleenstaande vrouwen beter wat stoppen met werk zou betekenen voor hun financiële situatie dan mannen: 52 tegenover 35 procent. 36 procent van de alleenstaande vrouwen maakt zich zorgen over de hoogte van hun pensioen, tegenover 26 procent van de alleenstaande mannen

Van Bruggen Adviesgroep

Als landelijke organisatie met onafhankelijke, financieel adviseurs heeft Van Bruggen Adviesgroep een duidelijk hoofddoel: dé meest klantvriendelijke dienstverlener van Nederland worden én bij alle life-events altijd het verschil kunnen maken voor de klant.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.