Maart

Nieuws, Blogs, Vlogs

Toon

Rentemiddeling steeds minder mogelijk; 50-plusser de dupe

29 maart 2021

Er zijn twee klantonvriendelijke ontwikkelingen op het gebied van rentemiddeling. Deze treffen met name bepaalde kwetsbare groepen, zoals vijftigplussers met weinig spaargeld en inkomen die zich het oversluiten van de hypotheek niet kunnen veroorloven.

1. Steeds minder geldverstrekkers bieden de mogelijkheid van rentemiddeling.

In januari 2019 bestond de mogelijkheid tot rentemiddeling nog bij ongeveer 60% van de geldverstrekkers; nu is dat gedaald naar ongeveer 45%.

2. Van de geldverstrekkers die wel rentemiddeling bieden, hanteren meerdere geldverstrekkers een maximale rentevaste periode van slechts 10 of 12 jaar.

Vooral bij banken, als die al rentemiddeling toestaan, mag de nieuwe rentevaste periode vaak slechts 10 of 12 jaar zijn. Terwijl ruim de helft van de hypotheeksluiters de wens heeft de rente 20 jaar vast te zetten. Dat is ook logisch, omdat consumenten op die manier hopen langer zekerheid te hebben over de hoogte van hun hypotheeklasten.

Dan maar oversluiten?

In plaats van rentemiddeling kan een consument kiezen voor oversluiten. Het voordeel van oversluiten ten opzichte van rentemiddeling is dat bij de boetebepaling rekening wordt gehouden met het boetevrije deel (vaak 10% en soms meer). Daardoor is oversluiten bij de eigen geldverstrekker financieel gezien over de resterende looptijd vaak aantrekkelijker. Bovendien kan het misschien zelfs nog aantrekkelijker zijn om over te stappen naar een andere geldverstrekker.

Maar het grote nadeel van oversluiten is dat je de boeterente in een keer moet betalen. Die boeterente loopt vaak in de duizenden tot soms zelfs tienduizenden euro’s, maar wordt bij rentemiddeling versleuteld in de rente, zodat je die niet meteen op tafel hoeft te leggen. Een ander bijkomend voordeel is dat rentemiddeling minder regelwerk is dan oversluiten, waardoor de bijkomende kosten, waaronder de kosten van de financieel adviseur, relatief laag zijn.

Kwetsbare doelgroepen

Bijvoorbeeld veel vijftigplussers hebben een hypotheek voor een lange periode met een vaste, nog hoge rente. Van de huidige lage hypotheekrentes profiteren zij niet, niet in de laatste plaats omdat zij niet vaak verhuizen en daardoor niet boetevrij van een hoge hypotheekrente af kunnen komen. Oversluiten kan dan een optie zijn om te profiteren van de lagere rente, maar in sommige situaties is oversluiten duur, lastig of niet mogelijk. Ze hebben bijvoorbeeld niet het spaargeld om in één keer de boeterente en bijkomende kosten te kunnen betalen. Daarnaast hebben ze onvoldoende inkomen om de hypotheek over te sluiten en de boetrente en bijkomende kosten mee te financieren in de nieuwe hypotheek met een lagere hypotheekrente.

Rentemiddeling is dan een goede oplossing en bovendien laagdrempelig. Maar het probleem is dus dat veel banken en geldverstrekkers die optie niet aanbieden, of alleen onder beperkte voorwaarden. Daardoor betalen sommige vijftigplussers vaak over lange tijd veel te veel geld terwijl het aanzienlijk goedkoper kan.

Praktijkvoorbeeld

Hierna volgt een concreet voorbeeld van een klant, die we een fictieve naam hebben gegeven, waarbij de geldverstrekker geen rentemiddeling meer toestaat. Deze klant heeft daardoor geen mogelijkheid om per direct zijn maandlasten omlaag te krijgen.

Meneer Jansen is 67 jaar en net met pensioen. Hij wil graag lagere maandlasten. Zijn huidige bruto maandlast bedraagt € 1.064,-. Hij heeft een aflossingsvrije hypotheek van € 266.000,- en zijn woning is € 450.000,- waard. Zijn huidige rente bedraagt 4,8% en deze staat nog 6,5 jaar vast. Hij is heel content met zijn woning en wil graag oud worden op deze plek. Als hij gaat oversluiten moet hij een boeterente van ongeveer € 48.500,- betalen. Maar de nieuwe hypotheek kan niet gefinancierd worden op basis van zijn pensioeninkomen. Bovendien zou meneer de hypotheek niet volledig aflossingsvrij mogen houden in de nieuwe situatie.

Stel: de rente van zijn geldverstrekker voor 20 jaar vast staat nu op 1,53%. Zou deze geldverstrekker rentemiddeling toestaan dan wordt de nieuwe rente 2,6% en betaalt hij een bruto maandlast van € 576,-; dat betekent een forse maandlast verlaging. Maar zijn geldverstrekker staat geen rentemiddeling toe en meneer moet maar hopen dat over 6,5 jaar de rente niet veel hoger is dan nu. Met rentemiddeling naar een nieuwe rentevaste periode van 20 jaar had hij wel duidelijkheid gehad over zijn hypotheeklasten tot de leeftijd van 87 jaar.

Klant écht centraal stellen

Sinds 1 juli 2019 bestaan er vanuit de AFM regels voor rentemiddeling. Sinds die regels van kracht zijn mogen geldverstrekkers geen kosten in rekening brengen die hoger liggen dan het financiële nadeel. Het was eerst heel gebruikelijk voor banken om een extra opslag van 0,2% in rekening te brengen wanneer een klant gebruik wilde maken van rentemiddeling. Geldverstrekkers zien nu niet langer het financiële voordeel voor hen zelf en daardoor verdampt het aanbod.

Het is jammer dat geldverstrekkers zo eendimensionaal naar deze problematiek kijken. Als geldverstrekkers het klantbelang écht centraal willen stellen, zouden ze én rentemiddeling toestaan én geen beperkende voorwaarden opleggen qua duur van de maximale duur van de rentevaste periode.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Verschil tussen hypotheekrentes met en zonder NHG daalt licht

22 maart 2021

De centrale bank van de Verenigde Staten, de Fed, kondigde vorige week aan dat zij haar monetaire beleid ongewijzigd laat. Dat wil zeggen dat ze haar rentes laag houdt, binnen een bandbreedte van 0% en 0,25% en de Fed zal maandelijks rond de $ 120 miljard aan obligaties opkopen. De Fed gaf aan dat zij zich geen zorgen maakten over het oplopen van de rente, die in de Verenigde Staten de afgelopen maanden nog iets harder omhoog ging dan in Europa.

Twee weken geleden kondigde de Europese Centrale Bank (ECB) aan dat zij de komende tijd meer obligaties gaat opkopen, om zo tegenwicht te bieden tegen de stijgende marktrente.

Beide verklaringen leken in eerste instantie tot iets meer rust te zorgen, waarna de dag erna er toch weer wat extra zenuwen bij beleggers opkwamen en de marktrente weer iets toenam. Het is dan ook belangrijk om de komende tijd de renteontwikkeling goed in de gaten te houden.

Twee trends bij de hypotheekrentes

Al ruim vier weken is het heel rustig qua hypotheekrentewijzigingen. Ondanks het beperkt aantal rentewijzigingen zijn er wel een aantal trends te ontdekken:

  1. Er is niet één duidelijke richting voor de hypotheekrentes. Verlagingen en verhogingen wisselen elkaar af.
  1. Verlagingen zitten met name op de korte rentevaste periodes van 5 en 10 jaar, terwijl bij 20 en 30 jaar relatief meer verhogingen zitten. Belangrijk: een ruime meerderheid van de consumenten zet de rente lang vast; ongeveer 3 op de 4 consumenten zet de rente voor minimaal 15 jaar vast.
  1. We zien meer verlagingen bij hypotheken zonder NHG dan bij hypotheken met NHG. Het afgelopen jaar zijn hypotheken zonder NHG juist iets duurder geworden in verhouding tot hypotheken met NHG. Daar wordt nu heel voorzichtig iets van afgeknabbeld.

Je kunt het ook goed zien in onderstaande grafieken. De gemiddelde hypotheekrentes met NHG laat de laatste weken vooral een horizontale beweging zien, dat wil zeggen: ongewijzigd. Terwijl de gemiddelde hypotheekrentes zonder NHG (gebaseerd op de hypotheekrentes tot en met 100% van de marktwaarde) nog licht dalen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Afbouw hypotheekrenteaftrek: speelbal aan formatietafel

15 maart 2021

In de verkiezingsstrijd gaat het tot op heden regelmatig over het thema wonen en dan vooral over bouwen. Om de noodzaak daarvoor te onderstrepen, is het mantra van eigenlijk alle partijen ‘bouwen, bouwen, bouwen’. In tegenstelling tot eerdere verkiezingen is de hypotheekrenteaftrek geen belangrijk onderwerp en wordt dit onderwerp soms alleen even kort aangestipt. Eigenlijk best gek als je bedenkt dat dit voor veel kiezers, zeker met een eigen woning, best een belangrijk onderwerp is. Uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis geeft ruim 50% van de kiezers aan geen snellere afbouw van de hypotheekrenteaftrek te willen en is slechts 28% voor (onder kiezers met een koopwoning is dat 20%).

Uitruil aan de onderhandelingstafel

Het gebrek aan concrete plannen ten aanzien van de hypotheekrenteaftrek in de verkiezingsprogramma’s van VVD en CDA baart zorgen. Zeker omdat er een grote kans is dat beide partijen in het volgende kabinet zullen zitten. VVD en CDA zijn min of meer tevreden met de huidige regeling en tonen geen interesse om hier iets aan te veranderen. Maar een hard standpunt innemen dat de hypotheekrenteaftrek daadwerkelijk niet verder wordt afgebouwd dan nu al gebeurd (het maximale hypotheekrenteaftrek percentage wordt stapsgewijs verlaagd naar 37,1% in 2023), staat niet in de programma’s.

Dat vergroot de kans dat VVD en CDA dit als een uitruil weg kunnen geven aan de formatietafel, zonder echt hun beloftes te breken (omdat die er niet echt zijn). En dat dit onderwerp aan de onderhandelingstafel aan bod komt, is groot.

Een groot aantal andere politieke partijen die potentieel kandidaat zijn om mee te gaan regeren heeft namelijk wel duidelijke plannen in hun verkiezingsprogramma staan om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken.

Plannen hypotheekrenteaftrek

Hieronder zetten we de plannen van de belangrijkste potentiële kandidaten om mee te gaan regeren op een rij.

D’66
D’66 wil de hypotheekrenteaftrek volledig afbouwen. Ter compensatie wil D’66 de tarieven inkomstenbelasting verlagen. Ook vervallen de eisen waaraan hypotheken moeten voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen, zoals de maximum duur van 30 jaar en volledige aflossing.

ChristenUnie
Aftrekposten als de hypotheekrenteaftrek worden als het aan de ChristenUnie ligt in 10 jaar tijd geleidelijk afgeschaft. De ChristenUnie vraagt daarmee van rijke Nederlanders een hogere bijdrage. De eigen woning verhuist van box 1 naar box 3, waarbij de vermogensvrijstelling stevig omhooggaat naar € 250.000,- voor een alleenstaande en
€ 375.000,- voor een stel. Huishoudens met een gemiddelde woningwaarde en een doorsnee hoeveelheid spaargeld hoeven geen belasting over hun huis en spaargeld te betalen. Hierdoor hoeven negen op de tien woningbezitters geen belasting te betalen in box 3. Met de opbrengst wordt de inkomstenbelasting voor iedereen verlaagd. Ook wordt de aflossingseis minder streng.

GroenLinks
GroenLinks wil de hypotheekrenteaftrek versneld afbouwen en zorgen dat middeninkomens daar niet onevenredig door worden geraakt. De bestaande belasting op het eigen huis, het eigenwoningforfait, bouwt GroenLinks in gelijke mate met de hypotheekrenteaftrek af. Een periodieke erfpachtbetaling wordt niet meer aftrekbaar.

SP
Voor hypotheken tot € 350.000,- blijft alles bij hetzelfde. Daarboven wil SP de renteaftrek beperken.

PvdA
PvdA wil de hypotheekrenteaftrek langzaam afbouwen en tegelijkertijd het eigenwoningforfait verlagen. Het wordt weer mogelijk om tot 50 procent van de hypotheek af te lossen om te voorkomen dat er veel geld vast gaat zitten in het eigen huis. De betalingstermijn voor hypotheken verlengd PvdA van 30 naar 40 jaar.

Wordt consument en kiezer de dupe?

De kiezer moet in het stemhokje weten hoe hard VVD en CDA zich gaan maken voor behoud van de huidige hypotheekrenteaftrek. Hopelijk worden hier nog duidelijke vragen gesteld in het verkiezingsdebat van 15 maart bij EenVandaag of 16 maart tijdens ‘Nederland Kiest: Het Debat’, beiden op NPO1. Zodat de kiezer dat op 17 maart bij de keuze nog mee kan nemen in de afwegingen.

De kiezer en de woonconsument hebben het recht om mee te beslissen over dit onderwerp. Een woonconsument neemt bij de aankoop van een woning een belangrijke financiële beslissing, die de woonlasten voor vele jaren bepaalt. Veel partijen roepen dat woonconsumenten bij de verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek gecompenseerd worden door bijvoorbeeld lagere tarieven voor de inkomstenbelasting en/of een afbouw van het eigenwoningforfait. Maar omdat die eerste geldt voor alle Nederlanders en het eigenwoningforfait een veel lagere omvang heeft dan de hypotheekrente, zullen veel woonconsumenten behoorlijke gevolgen ondervinden van een afbouw van de hypotheekrenteaftrek.

Bovendien zullen ook de verschillen tussen woonconsumenten onderling groter worden. Heb je nog een hoge hypotheekrente en staat die nog een behoorlijke tijd vast, dan wordt je relatief meer geraakt. Maar ook veel starters hebben de afgelopen jaren maximaal moeten lenen om überhaupt een koopwoning aan te kunnen schaffen. De hypotheekrenteaftrek was daarbij een belangrijke component van de betaalbaarheid van de hypotheeklasten.
Het is dan ook te hopen dat er bij een eventueel besluit over verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek, een uitgebreide overweging en goede doorrekening plaatsvindt voordat dit in een regeerakkoord gefrommeld wordt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Beleggers onrustig: inflatieverwachting stijgt en daardoor de rente

08 maart 2021

Het lukte de centrale banken, en zeker de Europese Centrale Bank (ECB), jarenlang niet om de inflatie in de buurt te krijgen van het gewenste niveau van rond de 2%. Ondanks een lage rente en wat je zou kunnen noemen een experimentele negatieve rente, met allerlei macro-economische gevolgen. Daar bovenop ging de ECB maar ook de Fed, de Amerikaanse centrale bank, op ongekende schaal obligaties opkopen.

De rentes zijn mede daardoor historisch laag, wat bijvoorbeeld slecht is voor onze pensioenen. De pensioenvermogens stegen de afgelopen jaren wel, maar de pensioenverplichtingen nog veel harder. Maar de andere kan van de medaille: een lage rente is wel weer fijn voor een huizenkoper.

Inflatieverwachtingen door zicht op einde coronacrisis

Om de coronacrisis door te komen, hebben overheden miljarden aan steun gegeven aan burgers, bedrijven en gemeentelijke overheden. De Europese Unie heeft € 750 miljard beschikbaar gesteld voor een corona-herstelfonds, waarvan meer dan de helft als subsidie wordt gegeven aan landen en de rest als lening. In de Verenigde Staten zijn ze bezig met een nieuw corona herstelpakket van $ 1.900 miljard. Er is dus heel veel geld beschikbaar om in de economie te pompen.

Dankzij de vaccins is er ook zicht op het eind van het covid-virus en in ieder geval op een versoepeling van veel beperkende maatregelen. Minister van volksgezondheid, Hugo de Jonge, verwacht dat voor 1 juli iedereen ouder dan 18 jaar die het vaccin wil hebben tenminste eenmaal geprikt is. De Amerikaanse president Biden mikt er zelfs op om al eind mei alle volwassenen gevaccineerd te hebben. De verwachting is dat de economie daarna een enorme boost zal krijgen als een groot deel van de consumenten na de versoepelingen hun extra besparingen in het afgelopen jaar gaan uitgeven en bedrijven ook weer vol kunnen ondernemen.

Vooral in de Verenigde Staten heeft dat geleid tot hogere inflatieverwachtingen, wat weer tot gevolg had dat de rente omhoog ging. Want beleggers willen hun reële rente, de rente gecorrigeerd voor inflatie, op peil houden. De Amerikaanse 10 jaar vaste kapitaalmarktenrente steeg dit jaar al met ruim een half procent naar rond de 1,5%. En hoewel het in Europa minder hard gaat, steeg bijvoorbeeld de Nederlandse 10 jaar vast kapitaalmarktrente dit jaar ook al ruim 0,2%.

Zowel de Fed als de ECB zijn tot nu toe voorzichtig met het reageren op de rentestijging van de afgelopen tijd. Een iets hogere inflatie past namelijk bij hun doelstelling en hun boodschap is dat zij verwachten dat de inflatie gematigd toeneemt en binnen de perken blijft.

Oplopende kapitaalmarktrente en gevolgen voor de hypotheekrente

Al met al lijkt het erop dat de kapitaalmarktrente de komende tijd verder kan oplopen. Betekent dit dat de hypotheekrentes ook gaan oplopen? Dat hoeft niet. De concurrentie op de hypotheekmarkt is scherp. Dat zagen we begin dit jaar, toen de marktrentes al opliepen en de hypotheekrentes tegendraads daalden. Dat betekent dat de marges voor de geldverstrekkers dalen en de vraag is hoelang ze daar toe bereid zijn en of er voldoende marge overblijft.

Tot nu toe hebben we alleen een paar incidentele hypotheekrenteverhogingen gezien. Het lijkt er op dat de dalende tendens in ieder geval wel even tot stilstand is gekomen. Maar het blijft nog even afwachten of we echt de weg omhoog gaan inslaan. Het is dus zaak om de ontwikkeling van de rentes de komende tijd goed in de gaten te houden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Belastingaangifte: welke aftrek- en bijtelposten zijn er voor de eigen woning?

01 maart 2021

Het is weer tijd voor de belastingaangifte. Tussen 1 maart en vóór 8 mei dien je aangifte te doen. Dit doe je online met Mijn Belastingdienst of met de aangifte-app ‘Aangifte 2020’. Let op: de app kan niet door iedereen gebruikt worden. Heb je bijvoorbeeld in 2020 een woning gekocht of verkocht, je woning tijdelijk verhuurd of een restschuld voor een vroegere woning, dan kun je de app niet gebruiken. Lukt het je niet om vóór 8 mei de aangifte te doen, vraag dan voor 8 mei uitstel aan. De Belastingdienst kan dan uitstel verlenen tot 1 september. 

Vooraf ingevulde gegevens

De Belastingdienst bezit al een groot aantal gegevens van je, zoals wie je bent, waar je woont, bij wie je werkt en wat je loon is, de hypotheekrente die je betaalde in 2020, de WOZ-waarde van je eigen woning en je vermogen. Deze gegevens staan al ingevuld. Toch moet je ze nog wel goed controleren, want je bent uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens die je instuurt.

Goede voorbereiding

Een goede voorbereiding is het halve werk. Zorg dat als je de aangifte gaat doen, je alle documenten bij de hand hebt, zoals onder andere je burgerservicenummer (plus die van je eventuele partner en kinderen), je DigiD (en die van je partner), de jaaropgave van je werkgever, het jaaroverzicht van je hypotheek, de WOZ-waarde van de gemeente en de jaaroverzicht(en) van banken en verzekeraars waar je spaart of belegt.

Let op: bij de WOZ-waarde gaat het niet om de WOZ-waarde die je recent hebt ontvangen, maar die van vorig jaar. Dus met peildatum 1 januari 2019.

Aftrek- en bijtelpost eigen woning

Hypotheekrente en bijkomende kosten
Een van de belangrijkste aftrekposten die een eigen huisbezitter heeft, is de aftrekpost hypotheekrente. Tegen welk percentage je de hypotheekrente mag aftrekken is afhankelijk van de hoogte van je inkomen en is maximaal 46,0% (2020). Bij je belastingaangifte vul je in hoeveel hypotheekrente je het afgelopen jaar hebt betaald. Meestal zal dit al ingevuld zijn en hoef je dit alleen nog maar te controleren met het overzicht van je geldverstrekker. Het aangifteprogramma berekent uiteindelijk hoeveel geld je terugkrijgt.

Let op: als je vorig jaar een boeterente betaalde omdat je de hypotheek openbrak, dan is die ook aftrekbaar evenals alle kostenposten die betrekking hebben op de financiering. (hypotheekadvies- en taxatiekosten en de notariskosten voor de hypotheekakte).

Tip: heb je gebruik gemaakt van rentemiddeling in 2020, dan mag je de administratiekosten van de geldverstrekker (vaak een paar honderd euro) aftrekken.

Tip: heb je een taxatierapport laten maken om aan te tonen dat je hypotheek in verhouding tot de waarde van de woning lager is geworden en je daarom een lagere rente hebt gekregen, dan zijn ook die kosten aftrekbaar. Evenals eventuele administratiekosten die de geldverstrekker in rekening bracht.

Hypotheekrente is niet altijd aftrekbaar. In sommige gevallen valt een hypotheek in box 3. Dat heeft tot gevolg dat de hypotheekrente niet aftrekbaar is, maar dat de hypotheek wel in box 3 als schuld in mindering gebracht mag worden op de bezittingen, waardoor je minder vermogensbelasting hoeft te betalen. Een hypotheek zit bijvoorbeeld in box 3 als je een hypotheek hebt genomen om er een auto van te kopen of als je de overwaarde op je vorige woning niet gebruikt hebt om de hypotheek op de nieuwe woning te verlagen.

Erfpacht
De erfpacht is een aftrekpost voor de belastingaangifte. Er is sprake van erfpacht als je woning niet op eigen grond staat en je daarvoor maandelijks of jaarlijks een bedrag betaalt aan de grondeigenaar, vaak de gemeente.

• Eigenwoningforfait
Als eigen huisbezitter heb je ook te maken met een bijtelpost, het eigenwoningforfait, dat afhankelijk is van de waarde van de woning. Voor de meeste woningen bedraagt het eigenwoningforfait 0,6% van de WOZ-waarde (2020). Dus bij een woning van bijvoorbeeld € 300.000,- bedraagt het eigenwoningforfait € 1.800,-.
Afhankelijk van de hoogte van je inkomen betaal je daar belasting over. Voor een woning met een WOZ-waarde onder de € 75.000,- geldt een lager eigenwoningforfaitpercentage en voor een woning vanaf € 1.090.000,- geldt juist een hoger percentage.

Verdeling aftrekbare kosten
Als je een fiscaal partner hebt dan mag je bepaalde inkomsten en aftrekbare kosten - waaronder de kosten die betrekking hebben op de eigen woning - onderling verdelen, zodanig dat het voor jou en je partner het meest gunstigst is.

Eigen woning gekocht

Heb je in het afgelopen jaar een woning gekocht, dan heb je naast de hypotheekrenteaftrek en de bijtelling van het eigenwoningforfait nog andere eenmalige aftrekposten. Het gaat dan om kosten die te maken hebben met de financiering, zoals:

• advies- en bemiddelingskosten voor het krijgen van je hypotheek of lening;
• notariskosten en kadastrale rechten voor de hypotheekakte, inclusief btw;
• taxatiekosten (alleen om een lening te krijgen);
• bereidstellingsprovisie, dit is het bedrag dat je aan de geldverstrekker betaalt om de aangeboden rente in een offerte te verlengen;
• kosten van de aanvraag van een Nationale Hypotheek Garantie;
• in geval van nieuwbouw:
• bouwrente over de periode na het sluiten van de voorlopige koop-/aannemingsovereenkomst;
• kosten van nieuwbouwdepot of verbouwingsdepot (onder voorwaarden).

Bijzondere situaties

Tijdelijk twee woningen
Had je tijdelijk twee woningen, bijvoorbeeld omdat je een nieuw huis hebt gekocht, dan hoef je waarschijnlijk voor slechts één woning de WOZ-waarde op te geven en mag je de hypotheekrente voor beide woningen aftrekken. Op de site van de Belastingdienst vind je meer informatie en uiteraard kun je ook om hulp vragen bij je financieel adviseur.

Scheiden/uit elkaar gaan
Een andere bijzondere situatie is als jij en je partner uit elkaar zijn gegaan. Ook hierover kun je meer informatie lezen op de site van de Belastingdienst of uitleg vragen aan je financieel adviseur.

Kleine hypotheek (Wet Hillen)
Als je nog een kleine hypotheek hebt, betaal je weinig hypotheekrente. Het kan dan zijn dat het eigenwoningforfait hoger is dan de aftrek die je hebt aan hypotheekrente. Dit is sowieso het geval als je geen hypotheek meer hebt. Onder voorwaarden heb je dan recht op een aftrek omdat je geen of een kleine hypotheek hebt (officieel in Belastingdiensttaal: eigenwoningschuld), waardoor je per saldo op een kleine bijtelling uitkomt. Deze regeling, die bekend staat als de Wet Hillen, wordt sinds 2019 in kleine stapjes in 30 jaar tijd afgeschaft.

Uitkering gehad van een (bank-)spaarhypotheek of levensverzekering
Heb je in 2020 je (bank-)spaar-, leven of beleggingshypotheek beëindigd en daarbij een uitkering gekregen van de levensverzekering of uit de spaar- en beleggingsrekening? Dan moet je die uitkering opgeven bij je belastingaangifte.
Als je aan bepaalde voorwaarden voldoet, kun je gebruikmaken van een vrijstelling waardoor je geen belasting hoeft te betalen over je uitkering. Je financieel adviseur kan dit bekijken voor jouw specifieke situatie.

Rijksmonument
Je mag vanaf 1 januari 2019 geen onderhoudskosten voor je rijksmonument aftrekken. Je kunt wel een zogenaamde instandhoudingssubsidie aanvragen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.