Hoe profiteer jij van jouw overwaarde? Download ons gratis whitepaper hier.

2022

Nieuws, Blogs, Vlogs

Toon

Wat merkt de consument van de renteverhogingen?

28 juni 2022

De financiële markten zijn al weken onrustig door de stijgende rentes en de hoog oplopende inflatie. Maar wat betekenen de stijgende spaar- en hypotheekrentes eigenlijk voor jou als consument?

Spaarrente

De spaarrente wordt bepaald op de internationale geldmarkt en is dus sterk afhankelijk van het rentebeleid dat de Europese Centrale Bank (ECB) voert.

In 2008 ontvingen spaarders nog gemiddeld 2,9% rente op hun spaargeld. Afgelopen jaar moesten spaarders met meer dan € 100.000,- echter geld betalen om het geld op de spaarrekening te stallen.  Om de Europese economieën aan te jagen, stelde de ECB een negatieve beleidsrente in. Geld lenen werd spotgoedkoop, en voor banken werd het onvoordelig om geld ‘vast’ te laten staan op spaarrekeningen.

De ECB heeft onlangs aangekondigd dat het de beleidsrente met ongeveer twee procentpunt gaat opschroeven tussen juli 2022 en mei 2023. Door dit besluit komen de banken ook in beweging. Rabobank maakte bekend de negatieve spaarrente te halveren van -0,5% naar -0,25% vanaf € 100.000,-. ING volgde met de mededeling dat het de negatieve rente voor grote spaarders gaat afschaffen.

Voorlopig hoeven spaarders er echter niet op te rekenen dat de spaarrente weer richting het niveau van 2008 gaat. Daarvoor is de ECB-rente nog te laag. Bovendien kan het soms jaren duren voordat de spaarrentes meegaan met de beleidsrente van de ECB.

Hypotheekrente

In tegenstelling tot de vrij statische spaarrente wordt de hypotheekrente bepaald door de kapitaalmarkt. Bij deze rente zijn de rentesprongen de afgelopen weken een stuk groter. Bij een stijgende hypotheekrente worden vooral starters getroffen. Deze groep, die het op de oververhitte huizenmarkt al zwaar te verduren hebben, krijgen door de stijging van de hypotheekrente nog minder leenruimte.

Rekenvoorbeeld:

In onderstaand rekenvoorbeeld gaan we uit van een stel dat samen € 83.400,- verdient en met de huidige rente van 3,7% een hypotheek wil aanvragen. Met dat inkomen kunnen ze een hypotheek krijgen van € 422.783,-, ongeveer de gemiddelde huizenprijs op dit moment. Als de hypotheekrente stijgt tot 4,2%, kan datzelfde stel nog maximaal € 412.153,- lenen. Stijgt de hypotheekrente verder tot bijvoorbeeld 5,2%, dan kan dit stel nog maximaal € 398.690,- lenen.

Begin januari was de hypotheekrente voor de meest verstrekte hypotheek (met een rentevaste periode van 20 jaar) nog 1,4%. Afgelopen week stond die op 3,7%, ruim anderhalf keer hoger. We sluiten niet uit dat de rentes de 4% gaan overschrijden.

Naast dat het fictieve stel minder kan lenen, stijgen de maandlasten mee als de hypotheekrente stijgt. Het stel uit het voorbeeld moet bij de huidige rente van 3,7% € 1.946,- bruto per maand betalen, als zij het huis kopen voor € 422.783,-. Stijgt de hypotheekrente naar 4,2%, dan betalen ze € 122,- per maand meer en lossen ze ook nog eens minder af. Stijgt de rente naar 5,2% dan stijgt de bruto maandlast naar € 2.322,-.

Kortere rentevaste periode meer in trek?

Inmiddels zijn ook hypotheken met een kortere rentevaste periode meer in trek. Omdat mensen hopen dat het over tien jaar beter is, kiezen ze vaker voor een hypotheek met een wat kortere rentevaste periode – al biedt dat ook geen garanties. Als je een econoom vorig jaar gevraagd had hoe hoog de hypotheekrente zou staan, dan had niemand je dit kunnen zeggen.

Omdat de meeste huizenkopers hun hypotheekrente voor periodes van tien tot twintig jaar vastzetten, is een hogere hypotheekrente vooral vervelend voor wie in de tussentijd de renteperiode afloopt. Hoewel sommige huizenbezitters er ook op vóóruit gaan. Wie in 2002 zijn hypotheekrente voor twintig jaar vastzette, deed dat tegen een hogere rente dan nu. Voor deze groep kan het dus interessant zijn om de hypotheek over te sluiten. Door de hypotheek over te sluiten, kunnen ze mogelijk besparen op hun maandelijkse hypotheeklasten. Ook krijgen ze zekerheid over wat ze de hele rentevaste periode aan maandlasten zullen gaan betalen. Ze hebben dus zicht op de maandelijkse kosten voor de hypotheek over tien, vijftien of twintig jaar.

Wil je advies over wat jij in jouw situatie het beste kunt doen? Ga in gesprek met een financieel adviseur.

Maak een afspraak

Rookmelders verplicht vanaf 1 juli 2022

28 juni 2022

Vanaf 1 juli 2022 zijn rookmelders wettelijk verplicht in iedere koop- en huurwoning in Nederland. De rookmelderverplichting bestaat al sinds 2003 voor nieuwbouw, maar gaat nu ook gelden voor bestaande bouw. Op iedere verdieping waar gewoond wordt dient tenminste één goedgekeurde rookmelder te hangen. In een kelder of zolder, die niet dient als verblijfsruimte, hoeft geen rookmelder geplaatst te worden. Ook moeten besloten ruimtes waar een vluchtroute doorheen loopt worden voorzien van een rookmelder.

Bij wie ligt de verantwoordelijkheid?

Huiseigenaren van bestaande woningen zijn zelf verantwoordelijk voor het ophangen van rookmelders die voldoen aan de eisen én voor het plegen van onderhoud. Huur je de woning? Dan is de verhuurder verantwoordelijk voor het ophangen van voldoende werkende rookmelders. De huurder is wél zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de rookmelders.

Waarom deze nieuwe wetgeving?

Helaas vallen er jaarlijks bij brand de meeste slachtoffers door het inademen van rook. Als er ’s nachts brand uitbreekt, wil je dat je hier tijdig op geattendeerd wordt. Je wordt namelijk niet wakker van rooklucht. En rook bevat veel giftige gassen waardoor je al binnen enkele minuten bewusteloos kunt raken. Met deze nieuwe wetgeving hoopt de overheid het aantal doden bij woningbranden te verminderen.

Voldoet je huis per 1 juli 2022 niet aan deze nieuwe regelgeving, dan riskeer je een boete of problemen met je verzekering. Maar je veiligheid is natuurlijk het allerbelangrijkste. Zorg er dus voor dat je jouw huis tijdig voorziet van de juiste rookmelders.

Waar moet ik op letten als ik een rookmelder ga kopen?

Goedkope rookmelders met een onbekend merk zijn vaak onbetrouwbaar. Investeer daarom in betrouwbare en kwalitatieve rookmelders. De rookmelder moet allereerst voldoen aan de Europese NEN-14604 norm. Rookmelders op netstroom moeten tevens voldoen aan de Europese NEN-2555 norm. Voldoet de rookmelder aan deze normen, dan kun je ervan uitgaan dat de melder is voorzien van een goed geluidssignaal, eenvoudige montage en tijdige detectie van rook. Rookmelders moeten daarnaast voorzien zijn van een CE-keurmerk. In tegenstelling tot nieuwbouw woningen worden er bij bestaande bouw geen eisen gesteld aan de doorkoppeling van de rookmelders. De melders hoeven ook niet op elektriciteit te zijn aangesloten, een melder op batterij volstaat.

Een rookmelder kost gemiddeld rond de € 30,-. Ze zijn verkrijgbaar bij o.a. de diverse bouwmarkten in Nederland.

Succes met het veiliger maken van je eigen woning!

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Onzekere rente-toekomst: wel of niet oversluiten?

28 juni 2022

Nog niet zo lang geleden spraken de meeste economen de verwachting uit dat de rente, en daarmee ook de hypotheekrente, nog jaren laag zou blijven. Wellicht dat de rente met een paar tienden tot misschien zelfs wel één procent extra zou oplopen. En die verwachting gold niet alleen voor de nabije toekomst, maar die verwachting werd vaak uitgesproken voor de komende tien jaar. En heel raar was dat ook niet. De afgelopen twintig jaar ging de rente alleen maar naar beneden, op enkele korte tijdelijke oplevingen na. Belangrijke oorzaak was de wereldwijde vergrijzing, waarbij er steeds meer geld beschikbaar was, en het aanbod van geld dus groot was. Bovendien leken we in Europa de inflatie uitgeroeid te hebben en probeerde de Europese Centrale Bank (ECB) het afgelopen decennium met onconventionele maatregelen de inflatie op te krikken omdat die niet rond het gewenste niveau van 2% wilde komen.

Een coronacrisis en oorlog in onze achtertuin later, is de situatie drastisch anders geworden met een inflatie die we voor het laatst in de jaren zeventig van de vorige eeuw hadden. De koopkracht van huishoudens staat onder druk door de hoge energie-, brandstof- en boodschappenuitgaven. De gemiddelde hypotheekrente van 10 jaar vast is sinds het dieptepunt met 2,6% gestegen.

Hoge hypotheekrente voor velen geen probleem

De meeste huishoudens hebben hun hypotheekrente de afgelopen jaren tegen een enorm laag hypotheekrentepercentage vast gezet. We zijn een voorzichtig volk, dus vaak is de rente voor minimaal 10 jaar vastgezet, maar vaker zelfs nog voor 20 jaar en de laatste jaren zagen we een opmars van 30 jaar vast. De meeste huishoudens kunnen op dit moment zorgeloos naar de stijging van de hypotheekrente kijken, omdat het nog vele jaren duurt voordat hun rentevaste periode afloopt.

Korte resterende rentevaste periode

Heb je nog een korte rentevaste periode te gaan, dan heb je op dit moment een moeilijk dilemma. Hoop je dat de hypotheekrente over enkele maanden of jaren, afhankelijk van de duur van je resterende rentevaste periode, weer gaat dalen? Daar valt iets voor te zeggen als de prognoses van de ECB uitkomen dat de inflatie volgend jaar weer richting de 2% gaat. Of ben je bang dat de rente nog wel eens verder kan stijgen? Ook geen onrealistisch scenario als bijvoorbeeld de oorlog in de Oekraïne nog lang aanhoudt en Rusland de gasaanvoer steeds verder afknijpt, bedrijven de hogere kosten van energie en grondstoffen steeds vaker doorrekenen in een hogere prijs voor hun producten, en werknemers hogere lonen gaan eisen en dit mogelijk tot een loon-prijs spiraal leidt.

Het is geen gemakkelijk dilemma, omdat niemand met zekerheid kan voorspellen welke kant de hypotheekrente op zal gaan. Dat heeft het afgelopen half jaar ons wel geleerd.

Vijf rentescenario’s

Het is zinvol als je weet wat de gevolgen zijn van een toekomstige rente-ontwikkeling op je maandlasten. Die gevolgen verschillen per situatie, waarbij de hoogte van de hypotheek, de hypotheekvorm en de huidige rente een rol spelen. Aan de hand van twee concrete voorbeelden laten we de gevolgen zien van vijf rentescenario’s:

  1. De hypotheekrente daalt de komende tijd met 2% t.o.v. de rente van dit moment
  2. De rente daalt met 1%
  3. De hypotheekrente blijft gelijk
  4. De hypotheekrente stijgt met nog eens 1%
  5. De hypotheekrente stijgt met 2%

Voorbeeld 1

Als uitgangspunt pakken we een vijftigplus koppel die een aflossingsvrije hypotheek hebben van € 200.000,- en de rente in juni 2013 10 jaar vast hebben gezet tegen 4,2%. Dat was het gemiddelde hypotheekrentepercentage op dat moment. De bruto maandlast bedraagt op dit moment € 700,- en de netto maandlast exclusief eigenwoningforfait ongeveer € 441,-. Wat gebeurt er met de bruto- en netto maandlast in de verschillende scenario’s, uitgaande van de huidige 10 jaar vaste hypotheekrente van 3,6%?

Tabel maandlasten hypotheekrente dalingen en stijgingen

Op basis van deze verschillende rentescenario’s heb je beter inzicht in de concrete gevolgen voor de maandlasten en kun je weloverwogen een keuze maken over of je afwacht wat de rente gaat doen of dat je toch liever nu actie onderneemt en zekerheid krijgt over je hypotheeklasten.

Voorbeeld 2

In het tweede voorbeeld hebben we een wat jonger stel gepakt van begin veertig die in juli 2014 hun eerste huis kochten en een annuïteitenhypotheek hebben van € 260.000,- met een 10 jaar vaste rente van 3%, wat het gemiddelde tarief op dat moment was. Hun huidige bruto maandlast bedraagt € 1.096,- en de netto maandlast exclusief eigenwoningforfait ongeveer € 902,-. Wat gebeurt er met de bruto- en netto maandlast in de verschillende scenario’s uitgaande van weer de huidige 10 jaar vaste hypotheekrente van 3,6% als over twee jaar hun huidige rentevaste periode afloopt? Extra gegeven is dat de hypotheek dankzij de aflossingen op het renteverlengingsmoment nog € 197.652,- bedraagt.

Tabel 2 maandlasten hypotheekrente stijgingen en dalingen

* De netto maandlast is die in het eerste jaar na ingang van de nieuwe rente. De netto maandlast loopt bij een annuïteitenhypotheek op.

Voor wie zekerheid wil

Wil je nu al zekerheid over een lange periode, dan kun je verschillende acties ondernemen:

  1. rentemiddelen bij je huidige geldverstrekker;
  2. oversluiten bij je huidige geldverstrekker;
  3. oversluiten naar een nieuwe geldverstrekker.

Elk van deze opties heeft zo zijn voor- en nadelen en je financieel adviseur kan berekeningen voor je maken en je adviseren welke optie goed bij jouw situatie aansluit. Moet je bijvoorbeeld wel of geen boeterente betalen? Betaal je op dit moment een lagere rente dan de huidige rente, dan kun je meestal zonder boeterente je hypotheek oversluiten. Je gaat na oversluiten een hogere rente betalen, maar je hebt dan wel voor een langere periode zekerheid over je hypotheeklasten. Als je geldverstrekker rentemiddeling toestaat, is dat mogelijk een interessantere optie, omdat je huidige lage rente meetelt in het bepalen van de nieuwe rente.

8 tips om inbraak tijdens vakantie te voorkomen

24 juni 2022

Je moet er niet aan denken: terugkomen van vakantie en ontdekken dat er is ingebroken in je woning. 100% voorkomen kan niet, maar je kan wel de nodige maatregelen nemen om het risico op een inbraak te verminderen. Wij geven je 8 tips om inbrekers op afstand te houden.

 

1. Ruim je woonkamer en keuken niet op

Laat wat koffiemokken en een krant op tafel liggen. Heb je kinderen, laat dan wat speelgoed op de grond slingeren. Zo ziet het eruit alsof er nog iemand in huis is en breng je inbrekers op het verkeerde spoor.

2. Koop een goed alarmsysteem

Een goede manier om inbrekers uit je huis te weren is natuurlijk een alarmsysteem. Goedkoop kan ook hierbij soms letterlijk duurkoop zijn. Investeer in een goed alarmsysteem.

3. Plaats automatische verlichting

Met een schakelklok kun je zelf instellen wanneer je lampen aan en uit gaan. Stel ze in op verschillende tijden. Zorg dat je er ook op de bovenverdieping één hebt. Installeer ook bewegingsmelders rondom je huis.

4. Even niet posten op social media

Op vakantie of avondje weg? Deel het pas via social media als je weer thuis bent. Laat ook niet via je voicemail weten dat je weg bent.

5. Schakel je buren in

Laat het je buren weten als je een paar dagen weg bent of op vakantie gaat. Vraag ze of ze af en toe de gordijnen open en dicht doen. En of ze de post achter de voordeur weghalen.

6. Extra slot op kniehoogte

Eén van de veelgebruikte inbraakmethodes is het opentrappen van je deur. Met een extra slot op kniehoogte verstevig je de deur.

7. Sluit je aan op een WhatsApp buurtpreventie-appgroep

In veel buurten zijn er WhatsApp-groepen beschikbaar waar bewoners elkaar op de hoogte houden van verdachte situaties. Zoek uit of jou buurt al een WhatsApp-groep heeft en sluit je aan. Nog geen groep? Overweeg om er een te starten.

8. Plaats tijdens je vakantie een auto op de oprit

Plaats een eventuele tweede auto van jezelf of de auto van je buren op de oprit zodat het lijkt dat er iemand thuis is.

 

Denk ook aan je verzekering

Met deze 8 slimme tips kun je de kans op inbraak verkleinen. Maar mocht het toch een keer gebeuren, dan is het wel een prettig idee dat je hier goed voor verzekerd bent. De inboedelverzekering zorgt ervoor dat je de gestolen en beschadigde spullen vergoed krijgt. En de opstalverzekering dekt de schade die de inbreker aan je woning heeft aangebracht.

Wil je graag verzekeringsadvies? Maak dan een gratis en vrijblijvende afspraak bij één van onze verzekeringsadviseurs.

Maak een afspraak

Betaalbaarheid woonlasten verbeteren

21 juni 2022

Voor veel huizenbezitters met een hypotheek is er op dit moment niks aan de hand qua betaalbaarheid van de hypotheeklasten zelf. Zij hebben de hypotheekrente voor 10, 20 of zelfs 30 jaar vast gezet. Ook degenen die nu een nieuwe rentevaste periode moeten afsluiten, hebben in hun huidige contract meestal een hogere rente staan dan de hypotheekrente van dit moment. Bij verlengen gaan ze een lagere rente betalen, maar in vergelijking met de afgelopen jaren is het voordeel minder groot dan waarschijnlijk gehoopt. 

Dat betekent overigens niet dat bepaalde huishoudens geen problemen kunnen hebben met het betalen van de woonlasten. Want een steeds grotere groep huishoudens krijgt te maken met een hogere energierekening, naarmate er meer vaste energiecontracten aflopen en noodgedwongen omgezet moeten worden in een variabel contract met veel hogere tarieven. Verder zetten de hoge brandstof- en boodschappenprijzen het budget van steeds meer huishoudens onder druk. 

Verschillende mogelijkheden 

Bestaande huizenbezitters hebben de mogelijkheid om de betaalbaarheid van de lasten op een paar manieren te verbeteren. Je kunt je hypotheeklasten bijvoorbeeld verlagen door een aflossende hypotheek om te zetten in een aflossingsvrije hypotheek. Gaat het om een hypotheek die is afgesloten voor 1-1-2013 dan blijft de hypotheekrente in beginsel aftrekbaar. Houd er wel rekening mee dat de hypotheekrenteaftrek stopt na 30 jaar aftrek. Bedenk je ook dat je nu goedkoper uit bent, maar dat je niet meer aflost en in de toekomst dus nog wel een hypotheek hebt, terwijl je die in de huidige situatie aan het einde van de looptijd had afgelost. Wel heb je de flexibiliteit om zelf vrijwillig extra aflossingen te doen, wanneer jouw financiële situatie weer verbeterd is. 

Een andere mogelijkheid lijkt misschien in eerste instantie vreemd, maar door te investeren in verduurzaming kun je je energiekosten verder naar beneden brengen dan je hypotheeklasten omhooggaan. 

Voor degene die geen mogelijkheid ziet om de betaalbaarheid te verbeteren en verwachten in betalingsproblemen te komen, is het advies om dit te bespreken met je financieel adviseur en de geldverstrekker. Laat het niet zover komen dat een incasso van de geldverstrekker niet betaald wordt, maar bekijk of een betalingsregeling mogelijk is. 

Betaalbaarheid voor starters dubbel onder druk 

Waar een bestaande huizenbezitter vooral de gevolgen merkt van de hogere inflatie op energie- en brandstofprijzen, heeft een starter ook nog eens te maken met een hogere hypotheekrente. Zij moeten én een hoge prijs neertellen voor een woning, én in tegenstelling tot de afgelopen jaren betalen ze nu wel een hoge rente. 

Hun bruto maandlast wordt daarmee een stuk hoger. Op het dieptepunt betaalde je vorig jaar voor een volledig annuïteitenhypotheek van € 400.000,- bij een rente van 1% een bruto maandlast van € 1.287,-. Bij de huidige hogere rente van 3,4% is de bruto maandlast gestegen naar € 1.774,-. Bovendien is binnen dit maandbedrag het maandelijks af te lossen bedrag ook nog eens kleiner. Na 10 jaar heb je bij de huidige rente van 3,4% € 91.421 afgelost, terwijl dit bij een rente van 1% maar liefst € 120.249 geweest zou zijn. 

De hogere hypotheekrente heeft overigens ook invloed op de schatkist. Degenen die nu een hypotheek afsluiten met een hogere rente, zullen meer hypotheekrente aftrekken bij hun belastingaangifte.

Verbouwen? Let op de gevolgen voor de opstalverzekering

15 juni 2022

Wie zijn woning gaat of laat verbouwen, moet er rekening mee houden dat bepaalde zaken ook van invloed zijn op de opstalverzekering (ook wel woonhuisverzekering genoemd).

1. Is de aannemer verzekerd?

Je eigen opstalverzekering dekt niet tegen schade veroorzaakt door een ingehuurde aannemer. Daarom is het belangrijk om na te gaan of je aannemer verzekerd is als hij schade veroorzaakt. Een aannemer heeft normaal gesproken een zogenaamde CAR-verzekering, waarmee schade gedekt is die hij veroorzaakt tijdens een verbouwing bij klanten. Ook is het aan te bevelen dat de aannemer aangesloten is bij Bouwgarant. Je hebt dan de zekerheid dat bij een faillissement van je aannemer de extra afbouwkosten worden vergoed. Bovendien krijg je garantie tegen verborgen en constructieve gebreken. 

2. Montage- of instructiefouten meestal niet verzekerd 

Bij de meeste opstalverzekeringen is schade die ontstaat door montage- of instructiekosten niet gedekt. Heb je een aannemer ingeschakeld dan kun je die aansprakelijk stellen voor de schade. Als er een conflict ontstaat over de schade, kun je baat hebben bij een rechtsbijstandsverzekering. Ga je zelf verbouwen, weet dan dat als je een montage- of instructiefout maakt, de daaruit voortkomende schade niet gedekt is. 

3. Uitbouw of aanbouw doorgeven 

Het verbouwen van de woning heeft over het algemeen een waarde vermeerderende invloed en dat kan soms ook betekenen dat de herbouwwaarde aangepast moet worden. Vooral een inhoud vergrotende verbouwing, bijvoorbeeld een dakkapel of uitbouw, moet worden doorgegeven aan de verzekeraar. 

Het verduurzamen van de woning heeft over het algemeen geen invloed op de verzekerde waarde. Dus na het plaatsen van kunststof kozijnen of het isoleren van de woning hoeft de polis over het algemeen niet te worden aangepast. 

4. Zijn zonnepanelen verzekerd? 

Zonnepanelen daarentegen zijn bij een aantal verzekeraars pas verzekerd als dit ook op de polis is aangetekend. 
Het advies is dan ook om altijd navraag te doen bij je financieel adviseur of een verbouwing of het installeren van zonnepanelen een aanpassing van de opstalverzekering vereist. 

Oude polis? Check of je garantie hebt tegen onderverzekering 

De herbouwwaarde is het uitgangspunt voor een opstalverzekering en de waarde waar de premie op wordt gebaseerd. Ondanks dat huizenprijzen de afgelopen jaren flink zijn gestegen is de marktwaarde geen uitgangspunt doordat bijvoorbeeld de grond niet opnieuw hoeft te worden aangeschaft in geval van schade. De herbouwwaarde valt in bijna alle gevallen dus lager uit dan de marktwaarde en is gebaseerd op de kosten voor materiaal en arbeid bij een totaalverlies van de woning. Het is dus van belang dat het verzekerde bedrag de kosten dekt bij een schade want mocht dit niet het geval zijn is er sprake van onderverzekering en hier ondervindt je niet alleen nadeel van bij totaal verlies maar bij iedere schade aan de woning. 

Voorbeeld onderverzekering 
Woningwaarde € 200.000,- verzekerde waarde op de polis € 150.000,- Er is een schade van € 10.000,-. De uitkering wordt als volgt bepaald: 
€ 150.000,- (verzekerde waarde) : € 200.000,- (echte waarde) = 0,75 
€ 10.000,- (schade) * 0,75 = € 7500-, dit is het bedrag dat de verzekeraar zal uitkeren. 

Garantie tegen onderverzekering 

Veel opstalverzekeringen worden afgesloten met een garantie tegen onderverzekering. Hierbij geeft de verzekeraar de garantie dat bovenstaande situatie, de onderverzekering, niet meer mogelijk is. Afhankelijk van de verzekeraar wordt de waarde aan de hand van een aantal hulpmiddelen vastgesteld. Dit kunnen de Herbouwwaardemeter of een herbouwwaardetaxatie zijn, of gegevens die een verzekeraar zelf voorhanden heeft. Bij de laatste maakt de verzekeraar gebruik van een database waardoor een herbouwwaarde kan worden bepaald. Door deze garantie is er een extra zekerheid waardoor je in het geval van een schade niet met nog meer misère wordt geconfronteerd. 

Wel is het belangrijk dat de verzekeraar goed wordt geïnformeerd over bijvoorbeeld de bouwaard of de dakbedekking van de woning. Mochten deze gegevens niet kloppen, dan kan je alsnog onderverzekerd zijn omdat de polis op basis van verkeerde gegevens is opgemaakt. Daarnaast is het ook belangrijk om te letten op de geldigheid van garantie want deze is niet oneindig geldig en zal dus periodiek moeten worden gecontroleerd en verlengd worden. Tot slot kan de verzekeraar ook de herbouwwaarde aanpassen op basis van indexatie. Hierbij past de verzekeraar jaarlijks de verzekerde waarde aan op basis van gegevens van het CPB. De verzekeraar zorgt hiervoor dat de waarde op pijl blijft en er dus geen sprake is van onderverzekering. 

Heb je nog een oude polis, die bijvoorbeeld meer dan vijf jaar geleden is afgesloten, en daarna niet is aangepast, dan bestaat de kans dat in je verzekering nog geen garantie tegen onderverzekering zit. Het is dus verstandig om dit te controleren. 

Brandmelders 

Vanaf 1 juli heeft de wetgever het hebben van een rookmelder op iedere verdieping waar gewoond wordt, verplicht gesteld. Mocht hier niet aan voldaan worden, dan heeft dit vooralsnog geen gevolgen voor de dekking van de opstalverzekering. Verzekeraars blijven dezelfde dekking bieden als voor het verplicht stellen van de rookmelders. Uiteraard neemt dat niet weg dat door het hebben van rookmelders schade en of letsel kan worden beperkt of voorkomen, wat je een veel ellende kan besparen en mogelijk zelfs je leven. Heb je al wel een rookmelder, let dan op de “houdbaarheid” van de rookmelder, die is vaak 10 jaar, maar dit is merk en type afhankelijk. Zorg er daarnaast voor dat je periodiek de rookmelder test.

Vooral oudere huizenbezitters laten kans op verlaging rente-opslag liggen

14 juni 2022

Wie enkele jaren geleden een hypotheek zonder Nationale Hypotheek Garantie afsloot en geen plannen heeft om te verhuizen, heeft een grote kans om enkele tienden te besparen op zijn rente. 

De eerste voorwaarde is dat je een hypotheek zonder NHG hebt. Er zit dan namelijk een rente-opslag in je rente, omdat de geldverstrekker meer risico loopt dat die zijn geld niet (volledig) terugkrijgt in vergelijking met een NHG hypotheek. 
De tweede voorwaarde is dat je woning de afgelopen jaren in waarde gestegen moet zijn. En dat geldt eigenlijk voor iedereen. Hoe langer geleden je je hypotheek hebt afgesloten of de rente hebt vastgezet, hoe meer je woning in waarde is gestegen (in ieder geval vanaf 2013). 

Geen noodzakelijke voorwaarde, maar het kan wel helpen bij het extra verlagen van je rente-opslag, is als je (extra) afgelost hebt op je hypotheek. Want er wordt gekeken naar de verhouding tussen de hoogte van de hypotheek en de waarde van de woning. Dat betekent dat die verhouding en daarmee het risico daalt als de waarde van de woning stijgt en/of de hypotheekschuld daalt. 

We zien in de praktijk dat vooral ook veel oudere huizenbezitters, 50-, 60- en 70-ers met veel tevredenheid al lang in hun woning wonen en de rente enkele jaren gelden tegen een aantrekkelijke rente voor een lange periode hebben vastgezet. Zij denken dat ze niet meer naar hun hypotheek om hoeven te kijken. 

Maar door actie te ondernemen kan de rente met vaak een paar tienden naar beneden. De meeste mensen weten ook niet hoe groot de rente-opslag is en weten alleen hoe hoog het totale rentepercentage is dat ze betalen. En hoe verder terug in de tijd de hypotheek of rente is vastgezet, toen de rentes nog hoger waren, hoe meer er valt te besparen. Dat laten we zien aan de hand van de ontwikkeling van de rente-opslag. 

Ontwikkeling rente-opslag 

De gemiddelde rente-opslagen zijn de afgelopen jaren gedaald van ongeveer 0,65 in 2016 naar gemiddeld 0,35 voor 10 jaar vast en 0,44 voor 20 jaar vast in 2022. Hoe verder terug in de tijd je dus een hypotheek afsloot en/of je rente vast zette, hoe groter je mogelijke besparing. Maar ook voor degene die in recente jaren een hypotheek heeft afgesloten, kan soms al een tiende of enkele tienden besparen dankzij de gestegen overwaarde. 

Bedenk je ook dat dit overzicht de gemiddelde rente-opslag weergeeft. Het kan zijn dat jouw geldverstrekker op het moment van afsluiten van je hypotheek een hogere of lagere rente-opslag kende. Voor bepaalde hypotheekvormen kwamen zelfs rente-opslagen voor van meer dan één procent. 

Aantonen waardestijging 

Je geldverstrekker zal wel willen dat je aantoont dat je woning in waarde is gestegen. Hoe je dat mag aantonen verschilt per geldverstrekker; soms mag dat met een goedkope desktoptaxatie, soms is een normale taxatie verplicht. Dat kost natuurlijk geld, maar verdien je meestal heel snel terug, omdat een lagere rente-opslag vaak een paar honderd euro per jaar kan schelen. Je hypotheekadviseur kan op basis van een geschatte waarde van je woning een inschatting maken met hoeveel je rente-opslag omlaag kan en je begeleiden bij het regelen van de taxatie en de communicatie met de geldverstrekker.

Maak een afspraak

Bijna 60% van hypotheken aflossingsvrij bij 50-plusser

08 juni 2022

Het aandeel van aflossingsvrije hypotheken blijft stijgen. Van alle aangevraagde hypotheken (dat wil zeggen hypotheekdelen) was bij 50-plussers bijna 60% (vorig jaar was dit bijna 56%) een aflossingsvrije hypotheek. De overige 40% is aflossend, waarbij de annuïteitenhypotheek met 38% vele malen populairder is dan de lineaire hypotheek, die slechts 2% scoort. 
50-minners sluiten veel minder vaak een aflossingsvrije hypotheek af, namelijk bijna 32%, en dit aandeel stijgt in 2022 ook minder hard dan bij de 50-plusser.

Waarom sluit 50-plusser vaker aflossingsvrij? 

De belangrijkste oorzaak dat 50-plussers meer aflossingsvrij afsluiten, is dat zij vaak al lang een eigen woning hebben en sinds het dieptepunt in 2013 profiteerden van de ongekende huizenprijsstijgingen. 

Daardoor hebben ze een grote overwaarde opgebouwd. Vaak hebben ze zowel in verhouding tot de waarde van de woning, als in verhouding tot hun inkomen een lage hypotheek. Als er een extra hypotheek nodig is, omdat een andere (soms duurdere) woning wordt gekocht, er verbouwd wordt, of omdat men wil overwaarde verzilveren, dan is de goedkoopste manier een aflossingsvrije hypotheek. De bijbehorende hypotheeklasten zijn dan meestal prima te betalen, zelfs als een toekomstig pensioeninkomen lager uitvalt. En zelfs als de hypotheekrente niet aftrekbaar is (wat het geval is als het niet om een nieuwe hypotheek gaat die nog niet bestond op 1-1-2013). 

Bovendien wordt de rente vaak lang vastgezet voor 20 of zelfs 30 jaar, zodat je ook niet snel aan het einde van de rentevaste periode verrast wordt door een hogere hypotheekrente. 

Bovendien zijn er veel 50-plussers die bij het oversluiten van hun hypotheek hun bestaande aflossingsvrije hypotheek weer omzetten in een nieuwe aflossingsvrije hypotheek. Voor hen geldt dat de hypotheekrente wel aftrekbaar is, als die hypotheek nog stamt van voor 1-1-2013 en toen ook al aftrekbaar was. We zien zelfs dat bij een oversluiting een bestaande (bank-)spaarhypotheek, leven- of beleggingshypotheek aflossingsvrij wordt voortgezet. De maandlasten gaan dan meestal fors naar beneden. Overigens moet het opgebouwde spaar- of beleggingskapitaal dan wel gebruikt worden om de hypotheek te verlagen, want anders is de hypotheekrente niet aftrekbaar. 

DNB niet blij met aflossingsvrij 

De Nederlandsche Bank (DNB) is niet blij met de groei van de aflossingsvrije hypotheken. Hun grootste zorg zit overigens bij starters, die kwetsbaarder zijn dan bestaande huizenbezitters, mochten opeens de huizenprijzen omlaaggaan. Maar DNB waarschuwt ook voor de betaalbaarheid van de hypotheken in de toekomst. Deels is dat terecht. De hypotheek moet namelijk ook in de toekomst betaalbaar zijn. Daarbij spelen een drietal belangrijke aandachtspunten: 

  1. Zijn de hypotheeklasten nog betaalbaar als je met pensioen gaat en je inkomen misschien wel een stuk lager is dan je huidig inkomen?
  2. Kun je ook een forse rentestijging opvangen als die omhoog vliegt aan het einde van je rentevaste periode? Niemand kan de rente voor volgend jaar voorspellen, laat staan op welke stand de rente over 10 of 20 jaar staat. Dan is het verstandig om ook rekening te houden met een scenario waarbij de rente op een hoog niveau staat. 
  3. Hoe lang is de hypotheekrente nog aftrekbaar? Sluit je een nieuwe hypotheek af, die dus niet al op 1-1-2013 bestond, dan heb je geen renteaftrek meer bij een aflossingsvrije hypotheek. Maar ook als je rente wel aftrekbaar is, omdat je onder de oude regeling valt, moet je er rekening mee houden dat de rente voor maximaal 30 jaar aftrekbaar is. Heb je bijvoorbeeld je aflossingsvrije hypotheek al voor 1-1-2001 afgesloten, dan eindigt je aftrek per 1-1-2031. Tot slot moeten bijna gepensioneerden rekening houden met het feit dat als ze nu nog wel renteaftrek hebben, dit misschien wel tegen een veel lager percentage gaat op het moment dat ze de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken. 

Het is dus belangrijk om met deze drie punten, die ook in combinatie op kunnen treden, rekening te houden. In de praktijk zien we overigens bij 50-plussers juist hele verantwoorde hypotheekkeuzes. De afgelopen jaren hebben veel 50-plussers hun hypotheek overgesloten en de rente lang vastgezet tegen hele lage rentetarieven. Bij verbouwingen is vaak ook meteen geïnvesteerd in verduurzamingsmaatregelen, waardoor hogere energietarieven minder impact hebben op de totale woonlasten. 50-plussers hebben hun financiële positie dan ook over het algemeen verbeterd en kunnen schokken opvangen. 

Uiteraard is er ook een beperkte groep ouderen met een koopwoning die wel kwetsbaar is. Het gaat vooral om degenen die een laag pensioeninkomen hebben of gaan krijgen. Daar zit bijvoorbeeld ook een groeiende groep zzp’ers tussen, die zelf onvoldoende pensioen hebben opgebouwd in de jaren dat ze zzp’er zijn/waren. Deze groep loopt het risico dat de hypotheeklasten te hoog zijn of dat aan het einde van de looptijd er geen nieuwe hypotheek afgesloten kan worden. Juiste deze groep is in veel gevallen gebaat bij flexibele hypotheekregels, waarbij hun hypotheek omgezet kan worden in een volledig aflossingsvrije hypotheek tegen een lange vaste rente. Dat levert waarschijnlijk een lagere maandlast op dan het alternatief: de woning verkopen en gaan huren. Deze oplossing is helaas niet altijd, noch bij alle geldverstrekkers mogelijk. 

APK voor hypotheken 

DNB maakt zich zorgen over de groei van de aflossingsvrije hypotheek. Grootste probleem is dat DNB en individuele geldverstrekkers niet goed kunnen overzien in hoeverre deze aflossingsvrije hypotheken in de toekomst een probleem kunnen vormen. Zo lopen bijvoorbeeld veel aflossingsvrije hypotheken af in de periode 2034 tot en met 2051. Als de (pensioen-)inkomens voldoende zijn om ook eventuele hogere hypotheekrentes tegen die tijd op te vangen, dan is er niks aan de hand. Maar DNB en geldverstrekkers hebben geen inzicht in de verwachte pensioeninkomens. 

Wat er macro-economisch speelt, zal een individuele consument weinig kunnen schelen. En terecht. Wel zou het verstandig zijn om zelf periodiek te kijken of de hypotheek ook in de toekomst goed betaalbaar is. Een financieel adviseur kan een APK uitvoeren op de hypotheek en aan de hand van het verwachte pensioeninkomen en een rentescenario, inzicht geven in de toekomstige betaalbaarheid van de hypotheekasten. Als je dat op tijd doet, dan heb je ook nog de gelegenheid om stappen te ondernemen als blijkt dat je in de kwetsbare categorie valt.

Kans op arbeidsongeschiktheid lijkt klein, financiële risico’s zijn groot

31 mei 2022

Wie gezond is, vindt het vaak lastig om zich voor te stellen arbeidsongeschikt te worden. Vaak is de reactie: “Dat overkomt mij niet”. Maar in Nederland krijgen meer dan 820.000 personen een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Elk jaar worden enkele tienduizenden nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen toegekend en gelukkig eindigt ook een deel van de uitkeringen, omdat mensen weer volledig kunnen werken. 

Je kent vast wel iemand die opeens ziek is geworden en niet meer kan werken. Een nieuwe groep zijn bijvoorbeeld mensen met long covid. Maar ook een verkeersongeval of een klusongeval rond je eigen woning kan verstrekkende gevolgen hebben. 

Hoe ouder hoe groter de kans op arbeidsongeschiktheid 

Vijftigers en zestigers moeten er rekening mee houden dat met het stijgen van de leeftijd ook de kans toeneemt dat ze arbeidsongeschikt worden. Die kans is voor zestigplussers ongeveer twee keer zo groot als voor zestigminners. Voor een zestigplusser was de kans in 2020 bijna 1,2% dat hij arbeidsongeschikt zou worden, terwijl dat voor een zestigminner tussen de 0,5 en 0,6% lag. Het percentage 1,2% klinkt misschien als een heel klein risico, maar de financiële gevolgen kunnen groot zijn. Bovendien moet je er rekening mee houden dat die 1,2% slechts de kans is dat je in bepaald jaar arbeidsongeschikt wordt, de kans dat je de komende vijf jaar arbeidsongeschikt wordt is dus alweer een stuk groter. 

Inzicht belangrijk voor vijftiger en zestiger 

Ook als het alweer een tijdje geleden is dat je een hypotheek afsloot, is het verstandig om als vijftiger en zestiger nog eens te laten kijken naar de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Een financieel adviseur kan een aantal scenario’s voor je doorrekenen en de financiële gevolgen in kaart brengen. 

Daaruit kan bijvoorbeeld naar voren komen dat je op dit moment per maand al veel spaart en je een goede spaarbuffer hebt, waardoor je een inkomensachteruitgang goed kunt opvangen. Dat geeft een gerust gevoel. Of misschien heb je een partner die extra zou kunnen werken om een inkomensachteruitgang op te vangen. Of wellicht is het verstandig om een stukje te verzekeren. Al is het maar om de grootste kostenpost, de hypotheeklasten, af te dekken. Dat kan vaak zelfs al voor slechts een paar tientjes per maand via een woonlastenverzekering. 

Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’er 

Verder speelt mee of je werknemer bent of zzp’er. Als werknemer krijg je je loon doorbetaald in de eerste twee ziektejaren. In de meeste gevallen krijg je het eerste jaar 100% doorbetaald en 70% in het tweede ziektejaar. Daarna wordt je gekeurd door het UWV en is de hoogte van de uitkering afhankelijk van welke mate je nog in staat bent om te werken. Maar je hebt sowieso met een inkomensachteruitgang te maken. 

Alleen is die inkomensachteruitgang als zzp’er nog veel groter, omdat je niet terug kunt vallen op een WIA-uitkering. Als zzp’er is het dus nog belangrijker om een goede spaarbuffer te hebben en een arbeidsongeschiktheidsverzekering te hebben. Ook nu in de toekomst een arbeidsongeschiktheidsverzekering in de nieuwe pensioenwet verplicht wordt, kan het nu al verstandig zijn om een dergelijke verzekering af te sluiten.

Wanneer is oversluiten nog wel interessant nu de hypotheekrente fors is gestegen?

25 mei 2022

De hypotheekrentes zijn dit jaar omhoog gevlogen. Het aantal aanvragen voor oversluitingen gingen door het dak. We merken dat de twijfel bij mensen nu toeneemt: moet ik ook nog oversluiten of ben ik al te laat? Daarom is de vraag van de week:

"Wanneer is oversluiten nog wel interessant nu de hypotheekrente fors is gestegen?"

Om te beginnen, het advies over wel of niet oversluiten is niet generiek te geven. Het hangt af van de wensen van de klant en de situatie van de klant. Belangrijke factoren zijn: de resterende duur van de rentevaste periode, de hoogte van de hypotheekrente die de klant nu betaalt en de hypotheekvorm. Een hypotheekadvies op maat is daarom belangrijk.

De twee belangrijkste doelen van oversluiten zijn:
1. Lagere maandlasten
2. Langer zekerheid over de hoogte van de hypotheeklasten

Heb je je laatste rentevaste periode afgesloten voor 2015, dan betaal je waarschijnlijk nu een hogere hypotheekrente dan de huidige hypotheekrente. Door over te sluiten gaan je maandlasten naar beneden. Je moet dan wel een boeterente betalen, maar die is wel een stuk lager geworden door de gestegen rente.

Wie vanaf 2015 de rentevaste periode heeft afgesloten zal door oversluiten waarschijnlijk niet zijn hypotheeklasten kunnen verlagen. Wel kan het zijn dat je voor een langere periode zekerheid wilt hebben over je hypotheeklasten. Als je rente bijvoorbeeld nog maar een jaar of twee jaar vast staat, dan moet je afwachten wat de hypotheekrentestand op dat moment is. Niemand die daar met zekerheid wat over kan zeggen. Dat bewijst de grote hypotheekrentestijging van dit jaar, die niemand zag aankomen. Je hoeft waarschijnlijk geen of slechts een lage boeterente te betalen, je maandlasten gaan wel iets omhoog, maar je weet wel waar je de komende jaren aan toe bent.

Tot slot zijn er nog andere redenen die aanleiding kunnen zijn om de hele hypotheek over te sluiten, vaak in combinatie met een van bovenstaande twee redenen. Je wilt bijvoorbeeld een stuk overwaarde benutten voor een verbouwing, verduurzaming, minder werken, pensioenaanvulling of een consumptief doel. Of je wilt de maandlasten verlagen door een aflossende hypotheek om te zetten in een aflossingsvrije hypotheek. Of juist andersom, van aflossingsvrij naar aflossend. 

Maak een afspraak

Arbeidsongeschiktheids-verzekering: onderschat het niet

25 mei 2022

Bij hypotheekadvies denken consumenten in eerste instantie vooral aan het rondkrijgen en vormgeven van de hypotheek. Een belangrijk onderdeel van hypotheekadvies is ook het inzicht krijgen in mogelijke risico’s die bepaalde gebeurtenissen in je leven kunnen hebben op je financiële situatie. Het betekent niet altijd dat je er ook voor moet of kunt verzekeren, maar je moet wel de gevolgen kennen.

De belangrijkste vier zijn:

  1. Overlijden
  2. Ziekte en arbeidsongeschiktheid
  3. Werkloosheid / geen werk of minder werk als ondernemer
  4. Einde relatie

In dit artikel besteedden we aandacht aan het risico van ziekte en arbeidsongeschiktheid.

KANS OP ZIEKTE EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID ZWAAR ONDERSCHAT

Bij de meeste van onze klanten zien we dat het onderwerp ziekte en arbeidsongeschiktheid niet erg leeft. Het risico van overlijden begrijpt iedereen en ook dat het in de meeste gevallen verstandig is om je daarvoor te verzekeren. Maar de kans om arbeidsongeschikt te worden gedurende de 30-jarige looptijd van een hypotheek, is ruim tweemaal zo groot dan de kans op overlijden.

De kans dat een 30-jarige gedurende de looptijd van de hypotheek in de WIA terecht komt is 9%, terwijl de kans dat hij overlijdt binnen 30 jaar  ‘slechts’ 4% is (geldt voor een niet-roker).

Een reactie van veel klanten is: ‘dat overkomt mij niet; ik word niet arbeidsongeschikt’. Maar dat dachten waarschijnlijk heel wat van de bijna 830.000 mensen in Nederland die op dit moment een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV krijgen. Afgelopen jaar kwamen er ongeveer 63.000 nieuwe uitkeringen bij en werden 57.000 uitkeringen beëindigd.

CORONA

Ziek en arbeidsongeschikt kun je op verschillende manieren worden en dat heeft soms een oorzaak in het soort werk wat je doet, maar ook heel vaak niet. Wat dacht je bijvoorbeeld van Corona. Sommige mensen konden door corona tijdelijk niet werken, maar anderen hebben chronische klachten door deze ziekte en het is nog afwachten hoe lang ze daar nog de effecten van gaan merken. Maar ook een ongeluk buiten het werk kan in een klein hoekje zitten. Wat dacht je van een aanrijding in het verkeer of in en rond het huis? En ook bijvoorbeeld een hartaanval of kanker kan in beginsel iedereen overkomen.

VERSCHIL WERKNEMER EN ZZP’ER/ONDERNEMER

Een werknemer krijgt zijn loon doorbetaald in de eerste twee ziektejaren. In de meeste gevallen het eerste jaar 100% en het tweede jaar 70%. Is een werknemer na twee jaar nog steeds ziek, dan wordt hij/zij gekeurd door het UWV. Die kan drie uitkomsten hebben:

  1. De werknemer is voor 80% of meer arbeidsongeschikt, zonder kans op herstel. De werknemer ontvangt vanuit het UWV een uitkering ter grootte van 70% of 75% van het laatst verdiende loon (is wel gemaximeerd).
  2. De werknemer is tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt. De werknemer ontvangt een WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten). De hoogte van de uitkering is afhankelijk van je loon (75% eerste twee maanden, daarna 70%; er geldt ook een maximum). Je financieel adviseur kan uitleggen hoe lang je in aanmerking komt voor een uitkering en waar dat van afhankelijk is. Werken naast je uitkering loont, omdat je totale inkomen daardoor toeneemt.
  3. De werknemer is minder dan 35% arbeidsongeschikt. De werknemer krijgt geen uitkering vanuit het UWV.

In alle drie de situaties kan er sprake is van een behoorlijke inkomensachteruitgang.

Een zzp’er/ondernemer ondervindt de gevolgen van ziek zijn nog veel eerder dan een werknemer. Ziek zijn betekent minder of niet kunnen werken, en dat betekent meteen lagere of geen inkomsten.

GEEN BEHOEFTE AAN ARBEIDSONGESCHIKTHEIDS- OF WOONLASTENVERZEKERING

Hoewel de kans op arbeidsongeschiktheid dus best aanwezig is en de gevolgen voor het inkomen behoorlijk kunnen zijn, zien we dat dit veel minder vaak verzekerd wordt dan het risico van overlijden. Dit heeft meerdere redenen:

- soms loopt er al een behoorlijke verzekering via de werkgever;

- soms kan een inkomensachteruitgang (gedeeltelijk) opgevangen worden doordat de partner meer kan gaan werken;

- er is een goede spaarbuffer, waarmee in ieder geval tijdelijk de inkomensachteruitgang opgevangen kan worden.

Je financieel adviseur zal in ieder geval voor je inzichtelijk maken wat de financiële gevolgen zijn voor de betaalbaarheid van je hypotheek als je arbeidsongeschikt wordt. Kijk dan ook eens goed hoeveel het kost om een deel van je woonlasten te verzekeren. Dat blijkt zeker voor een woonlastenverzekering meestal heel erg mee te vallen. Een 30-jarige betaalt voor een 10-jarige woonlastenverzekering met als dekking een maandelijkse uitkering van € 800,-, nog geen € 10,- per maand. Hoe uitgebreider je wensen, hoe hoger de premie wordt.

Hoeveel een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid kost, hangt af van een aantal elementen waarover je financieel adviseur je kan adviseren, zoals:

- Wil je een arbeidsongeschiktheidsverzekering of een woonlastenverzekering of een verzekering    die de top van je hypotheek aflost?

- Hoe lang moet de verzekering lopen?

- Wat moet de dekking zijn?

Maak een afspraak

Extra geld gebruiken voor extra aflossen

24 mei 2022

Mei is nog altijd een maand waarin veel bedrijven vakantiegeld uitkeren aan hun medewerkers. De komende maanden krijgen sommige huishoudens ook belastinggeld terug op basis van hun belastingaangifte over 2021. Zeker voor wie vorig jaar de hypotheek heeft overgesloten en een boeterente moest betalen, kan dit een fors bedrag zijn. Degenen die vorig jaar hebben overgesloten zullen sowieso erg blij zijn met hun oversluitbeslissing, nu de hypotheekrente dit jaar zo snel steeg. Het vakantie- en belastinggeld kan natuurlijk uitgegeven worden aan een vakantie of andere consumptieve uitgaven. Maar voor wie nog overhoudt, geven we een paar alternatieven. 

Energierekening 

Heb je een variabel energiecontract dan is het raadzaam om te kijken of het maandelijks bedrag dat je betaalt redelijk overeenkomt met de energierekening van je energiemaatschappij. Je wilt aan het eind van het jaar niet voor een verrassing komen te staan. Misschien is het goed om een deel van je vakantie- of belastinggeld daarvoor te reserveren. 

Verduurzamen 

Je kunt (een deel van) je vakantie- en belastinggeld ook gebruiken om te verduurzamen. De kans is groot dat we voor langere tijd te maken hebben met hogere energieprijzen dan bijvoorbeeld twee jaar geleden. Hoe je kunt verduurzamen is afhankelijk van je woning. Er zijn heel veel verschillende maatregelen mogelijk, van klein tot groot. Een mooie investering van je belastinggeld, die in de toekomst geld oplevert. 

Aflossen 

Geen hypotheek is altijd beter dan wel een hypotheek. Door af te lossen op je hypotheek ga je minder rente betalen en mogelijk ook minder aflossing. De besparing is afhankelijk van de hypotheekrente die je betaalt. Aflossen is tevens werken aan je pensioenvoorziening. Want door nu extra af te lossen heb je ook in de toekomst een lagere hypotheek, waardoor je maandelijks meer overhoudt. Dat is zeker fijn als je met pensioen gaat en je pensioeninkomen lager uitvalt dan je huidig inkomen uit loondienst of als zzp’er. Wel is ons advies om altijd eerst te zorgen voor een goede spaarbuffer voordat je besluit om af te lossen. Want als je eenmaal afgelost hebt, is het altijd lastiger en duurder om dit later weer op te nemen.

Wil je advies over wat jij in jouw situatie het beste kunt doen? Ga in gesprek met een financieel adviseur. 

Maak een afspraak