Kosteloos eerste gesprek
100% onafhankelijke financieel advies
We vergelijken ruim 40 geldverstrekkers
Telefonisch, online of op de vestiging
  • Oscar Noorlag
  • Hypotheekexpert

Oscar Noorlag

Mijn naam is Oscar Noorlag, ik ben 53 jaar en sinds 2016 werkzaam bij Van Bruggen Adviesgroep. Ik heb een zeer veelzijdige functie bij Van Bruggen Adviesgroep, namelijk perswoordvoerder en marktonderzoeker, maar tevens compliance officer.

Elke week schrijf ik een nieuwsbrief over recente rente- en marktontwikkelingen. Het is elke week een leuke uitdaging om interessante inhoud te vinden over hypotheken, verzekeringen, pensioenen en breed financieel advies. Ik vind het belangrijk om soms complexe financiële onderwerpen op een zo mogelijk manier uit te leggen.

Daar zitten vaak zaken tussen die mij zelf ook erg interesseren. Want ik heb zelf een eigen woning samenstelling een hypotheek rust; een dochter die studieplannen in het buitenland heeft en mijn pensioen komt een beetje dichterbij. Maar ook praktische, zoals verduurzaming vind ik belangrijk en daarbij deel ik ook graag mijn eigen ervaringen met bijvoorbeeld het aanschaffen van zonnepanelen.

Een paar keer per jaar geef ik een webinar over een actueel onderwerp, bijvoorbeeld over de zaken die komen kijken bij de aankoop van een woning, oversluiten van de mogelijkheden om overwaarde te benutten.

Als perswoordvoerder heb ik regelmatig contact met een brede groep journalisten, waaronder van diverse landelijke media zoals  De Telegraaf,  Financieel Dagblad , Nu.nlNOSRTL nieuwsElsevierDe VolkskrantBNR ,  NPO radio 1, Independer en EenVandaag.

Achtergrond en opleiding

Na mijn studie bedrijfseconomie aan de Rijksuniversiteit Groningen was mijn eerste baan bij Vereniging Eigen Huis, als financieel adviseur. Ik heb verschillende functies vervuld in de financiële dienstverlening. Verder vind ik het belangrijk om mijn kennis op peil te houden en ben ik in het bezit van de Wft diploma's Hypothecair Krediet, Inkomen en Schade particulier, waar ik ook de periodieke educatie voor volg.

Meer publicaties van Oscar Noorlag

23 januari 2023

Laat nieuwe maximaal berekening maken in 2023

Heb je plannen om een woning te kopen en heb je al eerder een maximale hypotheekberekening laten maken, dan is het aan te raden om in 2023 een nieuwe berekening te laten maken. Het kan namelijk goed zijn dat je substantieel meer of juist minder kunt lenen. Hoeveel je kunt lenen is namelijk afhankelijk van drie of vier factoren en die allemaal gewijzigd kunnen zijn sinds de laatste maximaal berekening. De volgende factoren bepalen de hoogte van hoeveel je maximaal kunt lenen:1. De hypotheeknormen2. Je inkomen3. De hypotheekrente4. Indien je al een woning bezit: je huidige hypotheek 1. Hypotheeknormen 2023 over het algemeen lager De hypotheeknormen liggen iets lager dan die van 2022. Dat betekent voor de meeste mensen dat als hun inkomen ongewijzigd is en ook de hypotheekrente gelijk is aan de vorige berekening, dat ze enkele duizenden euro’s minder kunnen lenen. 2. Inkomen Het goede nieuws is dat de lagere hypotheeknormen in veel gevallen (meer dan) goed gemaakt kunnen worden door een hoger inkomen. Veel mensen krijgen per 1 januari een behoorlijke inkomensstijging. 3. Hypotheekrente Afhankelijk van wanneer je de laatste berekening hebt laten maken, kan de hypotheekrente zijn gedaald of juist gestegen. Over het algemeen geldt dat hoe hoger de hypotheekrente is, hoe minder je kunt lenen. Omdat de hypotheekrente heel grillig beweegt, is het sowieso aan te raden regelmatig je maximale hypotheekmogelijkheden opnieuw te laten berekenen. 4. Een bestaande hypotheek Heb je al een koopwoning en hypotheek en het plan om een andere woning te kopen, dan kun je niet uitgaan van de eenvoudige online maximaal berekeningen, deze zijn namelijk ingericht op starters. Er wordt geen rekening gehouden met de al lopende hypotheek. Heb je bijvoorbeeld een annuïteiten- of lineaire hypotheek dan geldt als uitgangspunt voor de nieuwe hypotheek dat er ook rekening moet worden gehouden met de kortere, resterende looptijd van je huidige hypotheek. Ook zal voor de meeste mensen met een bestaande hypotheek gelden dat ze op dit moment een lagere hypotheekrente betalen dan nu in de markt geldt. In veel gevallen wil en kun je die lagere rente meeverhuizen. Daarom is het heel belangrijk om een maximaal berekening op maat te laten maken. Zo kan de financieel adviseur rekening houden met de resterende looptijd en een lagere hypotheekrente die waarschijnlijk meegenomen wordt. Sowieso is het ook belangrijk om een zekere marge aan te houden. Bepaal zelf hoeveel je wilt lenen Een maximaal berekening is een momentopname, maar ook gebaseerd op een gemiddeld huishouden. De samenstelling van je gezin kan een hoger uitgavenpatroon met zich meebrengen, en dan blijft er minder geld over om uit te geven aan een hypotheek. Ook de levensstijl en de daarbij behorende uitgaven kunnen enorm verschillen per huishouden. Het is daarom belangrijk om te bepalen wat voor jou een betaalbare woonlast is en niet alleen te kijken naar wat je maximaal kunt lenen. Ga je op huizenjacht, ga dan vooraf langs bij je financieel adviseur en laat voordat je een bieding gaat doen, je maximaal berekening actualiseren, zodat een gewijzigd inkomen of rente hierin verwerkt is. Maak direct een afspraak  
23 januari 2023

Meer dalende hypotheekrentes bij lang vast

De trend bij de hypotheekrentes is dit nieuwe jaar dalend. De hypotheekrentes volgen daarmee met enige vertraging de dalende trend van de marktrentes. De verlagingen zijn niet gelijk verdeeld over de verschillende rentevaste periodes. We zien bij 10 en 20 jaar vast meer verlagingen dan voor 5 jaar vast. Renteverschillen steeds kleiner Vorige week besteedden we al aandacht aan de steeds kleiner wordende verschillen in de rentes van diverse rentevaste periodes. Regelmatig zien we nu dat er voor 10 jaar vast een lagere rente geldt dan voor 5 jaar vast. Die ontwikkeling van naar elkaar toegroeiende rentes voor verschillende rentevaste periodes is al langer aan de gang, maar in de laatste maanden van 2022 is die daling nog eens versterkt. Dat is in de grafiek te zien aan de lijntjes van de verschillende rentevaste periodes die steeds dichter bij elkaar komen te liggen. Het wordt nog duidelijker als we de renteverschillen zelf in een grafiek neerzetten. Het gemiddelde verschil tussen 5 en 10 jaar vast is nog slechts 1 honderdste. Keuze rentevaste periode Paradox: hoe dichter de rentetarieven van 10 en 20 jaar vast bij elkaar komen te liggen, hoe vaker de consument kiest voor 10 jaar vast. Terwijl de verwachting zou zijn dat als het renteverschil kleiner wordt, men eerder voor een lange periode van zekerheid kiest. Het aantal hypotheekdelen met een 10 jaar vaste hypotheekrente stijgt nog steeds, naar meer dan een op de twee hypotheken, namelijk 52%. Terwijl het aandeel 20 jaar vast alleen maar daalt en inmiddels zelfs onder de 20% uit is gekomen. Consumenten schatten blijkbaar de kansen hoog in dat we op termijn toch weer naar lagere rentetarieven toegaan of in ieder geval dat de kans klein is dat de hypotheekrentes over bijvoorbeeld 10 jaar nog veel hoger liggen. Probleem is dat uiteindelijk de hypotheekrentetarieven van de toekomst niet te voorspellen zijn en we dus moeten afwachten hoe de rente zich gaat ontwikkelen. Het aandeel variabele hypotheekrente is de laatste twee maanden ook aan het dalen, als gevolg van de snelle stijging van de variabele hypotheekrente tarieven. Steeg het aandeel variabel van nog geen 1% begin 2022 naar ruim 7% in november, op dit moment is dat gedaald naar 5,5%. Er zijn behoorlijke verschillen bij de keuze in rentevaste periode tussen starters en doorstromers. De overeenkomst is dat voor zowel starters als doorstromers 10 jaar vast de meest populaire rentevaste periode is. Het verschil is dat bij starters 6 op de 10 kiest voor 10 jaar vast, terwijl dit voor doorstromers slechts 4 op de 10 is. Dat komt voor een deel doordat doorstromers vaker een ongebruikelijke rentevaste periode van bijvoorbeeld 8 of 13 jaar hebben, vanwege het feit dat ze de resterende rentevaste periode en rente van hun huidige hypotheek meenemen. Toch ook opvallend is dat de keuze voor 20 of 30 jaar vast bij doorstromers hoger ligt dan voor starters; namelijk bijna 28% voor doorstromers tegenover 22% voor starters.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

17 januari 2023

Verkopers hanteren nog te hoge vraagprijs in dalende markt

De woningmarkt is in 2022 gedraaid, maar deze realiteitszin is nog niet bij alle verkopers binnengedrongen. Uit cijfers van de NVM blijkt dat de gemiddelde vraagprijs in het vierde kwartaal 1% hoger lag dan in het derde kwartaal en ten opzichte van het vergelijkbare vierde kwartaal van 2021, lag de gemiddelde vraagprijs zelfs 8,2% hoger. Uit diezelfde cijfers van de NVM blijkt dat de gemiddelde verkoopprijs in het vierde kwartaal daalde met 3,7% ten opzichte van het derde kwartaal en ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021 was sprake van een daling van 6,4%. In het tweede kwartaal was nog sprake van een 3,5% stijging van kwartaal op kwartaal, al hadden we in het eerste kwartaal ook al een daling van - 2,1%. Gevolg is dat, als we kijken naar de stijgende verkoopprijzen uit 2021, we steeds meer uit de jaar-op-jaar cijfers lopen. In het eerste kwartaal van 2022 lagen de gemiddelde verkooprijzen nog 13,7% hoger dan in het eerste kwartaal van 2021. Pas in het vierde kwartaal is dit omgeslagen in een daling van 6,4%. Niet alle woningen gepasseerd De NVM toont de ontwikkeling van de gemiddelde verkoopprijs op het moment dat verkoper en koper een overeenkomst hebben bereikt. Dan duurt het meestal nog enkele maanden voordat de koper daadwerkelijk eigenaar wordt van de woning. Dat gebeurt pas op het moment dat de woning passeert bij de notaris. Hoewel het Kadaster dus wat later de verkopen registreert, zien we ook bij de indexcijfers van het Kadaster dat de woningprijzen sinds augustus maand-op-maand dalen, maar er komt over het hele jaar gezien waarschijnlijk nog wel een klein plusje uit. 2023: dalende huizenprijzen Een van de belangrijkste oorzaken van de dalende huizenprijzen is de fors gestegen hypotheekrente in het eerste half jaar van 2022. Daardoor kunnen kopers een minder hoge hypotheek krijgen. Andere factoren die meespelen zijn de hoge energieprijzen, de stijgende kosten van levensonderhoud waardoor er minder overblijft om uit te geven aan wonen en dat zorgt ook voor een negatief sentiment bij potentiële kopers. Het zal dan ook geen grote verrassing zijn, maar voor 2023 is de verwachting dat de huizenprijzen zullen dalen. Toch is over het algemeen de verwachting dat de daling van de huizenprijzen beperkt blijft, doordat er nog steeds een enorme vraag is naar koopwoningen en nieuwbouw juist enorm achterblijft. De Nederlandse Bank en de grootbanken verwachten een daling van de huizenprijzen in 2023 van tussen de 2,5% en 3,1%. Woningaanbod stijgt Het aantal woningen dat in de verkoop staat, steeg in de loop van 2022 met 14% naar 41.700 en op dit moment staan er ruim 52.000 beschikbare woningen in de verkoop op Funda. De koper heeft weer iets te kiezen, al is er nog steeds sprake van een krappe woningmarkt. Ook is het opvallend dat er een verschuiving plaatsvindt van dure naar goedkopere prijsklassen. Goed geprijsde woningen worden nog steeds snel verkocht. Een gemiddelde woning is na 30 dagen verkocht, maar de gemiddelde woning staat wel 64 dagen te koop. Het aandeel woningen dat binnen een kwartaal verkocht wordt, is gedaald van ongeveer 75% naar ongeveer 67% en 1 op de 5 woningen staat inmiddels een half jaar in de verkoop. Voor potentiële verkopers is het dan ook heel belangrijk om een realistische vraagprijs te hanteren. Dat klinkt makkelijk, maar een verkoper schat over het algemeen zijn woning toch wat hoger in dan de werkelijke waarde. In ons blog van november gaven we een aantal tips en aandachtspunten voor het verkopen van je woning. Wel of geen goed verkoopmoment? Voor wie al langer twijfelt om naar een andere koopwoning te verhuizen, is het op dit moment best een prima moment. Het liefst zie je natuurlijk graag dat als je een andere woning koopt, die woning de komende jaren in waarde toeneemt. Maar veel huizenbezitters hebben een behoorlijke overwaarde opgebouwd, waardoor ze nu prima de stap naar een andere woning kunnen zetten, zonder bang te hoeven zijn dat hun woning binnenkort onder water staat (dat wil zeggen: hypotheek groter dan waarde woning). Want waar het de afgelopen jaren een gekkenhuis was met hele forse overbiedingen, valt er nu uit meer woningen te kiezen en kan men goed onderhandelen. Wat laten dat zien aan de hand van een concreet voorbeeld. Begin 2018 heeft een stel een woning gekocht voor € 270.000,-. Voor het gemak gaan we er vanuit dat er een annuïteitenhypotheek is afgesloten van ook € 270.000,- en dat de rente vast is gezet tegen een rente van 3% voor 20 jaar vast. Ze betalen ongeveer € 1.140,- bruto per maand. Hun woning was tot voor kort ongeveer € 440.000,- waard. Hun hypotheek is door de reguliere aflossingen gedaald naar ongeveer € 240.000,-. Stel, ze stellen een realistische vraagprijs en ze weten tegen een 3% lagere prijs de woning voor ongeveer € 427.000,- te verkopen. Ze leveren dan dus ook ongeveer € 13.000,- in. Er resteert nog altijd een overwaarde van € 187.000,-. Stel, ze hebben een andere woning op het oog die tot voor kort € 550.000,- moest kosten. Waarschijnlijk kunnen ze goed onderhandelen over de prijs en ook zo’n 3% besparen, waardoor ze die woning voor rond de € 534.000,- kunnen kopen. Dat scheelt dus ongeveer € 16.000,-. Als je in een dalende markt langer wacht, wordt je besparing groter, maar je weet alleen niet hoe lang de daling gaat duren en ook niet hoe lang er een ruimer woningaanbod is. Dit stel kan de huidige hypotheek, inclusief de lage hypotheekrente en de huidige maandlast meenemen. Over het extra deel betalen ze wel de huidige hogere rente, als ze de rente 10 jaar vast zetten, stijgt de totale bruto maandlast naar ongeveer € 1.675,-.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

16 januari 2023

Hypotheekrente 10 jaar vast soms lager dan 5 jaar vast

Het ging afgelopen week alle kanten op qua hypotheekrente wijzigingen. Bij 4 op de 5 geldverstrekkers wijzigden hun hypotheekrentes, waarbij 1 op de 5 de rentes verhoogden, 3 op de 5 de rentes verlaagden en 1 op de 5 geen wijzigingen doorvoerde. Zowel bij de verhogingen als de verlagingen zagen we grote wijzigingen van soms een paar tienden. Bijzonder is dat bij meerdere geldverstrekkers de 10 jaar vaste hypotheekrente nu lager is dan de 5 jaar vaste rente. Inmiddels geldt bij bijna de helft van de geldverstrekkers dat de 5 vaste hypotheekrente nagenoeg gelijk of zelfs lager is dan de 10 jaar vaste hypotheekrente. Inverse rentestructuur Normaal gesproken betaal je een hogere rente als je de rente voor een langere periode vast wilt zetten. Dat komt omdat beleggers een hogere vergoeding vragen, aangezien de kans groter is dat inflatie het bedrag dat ze aan rentevergoeding krijgen, aantast. Wanneer de korte rente hoger is dan de lange rente, dan spreken van een inverse rentestructuur. Voor een inverse rentestructuur moeten we eigenlijk niet kijken naar de hypotheekrentes, maar naar de rente die beleggers vragen. Er zijn dan inderdaad signalen die richting een inverse rentestructuur wijzen: de geldmarktrente zit ongeveer op gelijke hoogte als de 10 jaars kapitaalmarktrente; de 2 jaar vaste kapitaalmarktrente is hoger dan die voor 5 of 10 jaar vast; de 20 jaar swap-rente is lager dan de 10 jaar swap-rente. Een inverse rentestructuur kan erop duiden dat beleggers verwachten dat de inflatie op korte termijn hoog zal zijn, maar op langere termijn op een lager niveau uit zal komen. Een inverse rentestructuur is vaak een signaal voor een recessie, die centrale banken wensen zodat de inflatie omlaaggaat. Beleggers verwachten of hopen misschien op dit moment dat de renteverhogingen die de centrale banken al doorvoerden, hun effect hebben en zorgen voor een afkoelende economie en een dalende inflatie. In de eurozone bedroeg de inflatie ‘nog maar’ 9,2% tegenover 10,1% in november. In de Verenigde Staten bedroeg de inflatie in december 6,5% tegenover 7,1% in november. Beleggers hopen daarom stiekem dat de centrale banken minder forserenteverhogingen in 2023 gaan doorvoeren. Al hanteren de centrale bankiers nog altijd spierenballen taal, waarbij ze steeds roepen dat ondanks de daling de inflatie nog steeds veel te fors is en er daarom hard ingegrepen moet worden. Het wordt de komende tijd dan ook spannend wie gelijk krijgt; de beleggers of de centrale bankiers. Al zullen de centrale bankiers graag de beleggers gelijk geven als inderdaad de inflatie de komende maanden hard verder naar beneden gaat. Aan de ene kant is daar zeker ruimte voor doordat de hoge energieprijzen uit de inflatie lopen en aangezien de energieprijzen de komende maanden waarschijnlijk zelfs lager zullen liggen dan een jaar geleden, gaan ze zelfs zorgen voor een negatieve inflatie. Aan de andere kant hebben we gezien dat door de stijgende energieprijzen en hogere lonen, ondernemers ook hogere prijzen zijn gaan doorrekenen. De grote vraag is of die stijgende spiraal doorbroken kan worden. Marktrentes fors gedaald, hypotheekrentes nog amper Door het optimisme bij beleggers over dat de inflatie de goede kant opgaat, zijn de marktrentes de laatste weken met 0,4 à 0,5% gedaald. Dit zullen we overigens niet meteen vertaald zien in dezelfde soort verlagingen bij hypotheekrentes. Want geldverstrekkers verhoogden in december de hypotheekrentes slechts op hele beperkte schaal, toen de marktrentes omhoog vlogen met ongeveer 0,6% als schrikreactie op de aankondigingen van centrale bankiers dat zij de rente in 2023 waarschijnlijk nog meermaals hun rentes gaan verhogen. Maar als de dalende trend bij de marktrentes aanhoudt, dan is er de komende tijd ook bij de hypotheekrentes ruimte voor verlagingen. 10 jaar vast soms lager dan 5 jaar vast De gemiddelde 5 en 10 jaar vaste hypotheekrente, maar ook de 10 en 20, en de 20 en 30 jaar liggen heel dicht bij elkaar. Het verschil tussen 5 en 10 jaar vast bedraagt slechts 4 honderdste. Tussen 10 en 20 jaar vast is het verschil met 0,18% groter, maar historisch gezien was dit verschil nog nooit zo klein. Tot slot is het verschil tussen 20 en 30 jaar vast slechts 0,15%. Dat 10 jaar vast soms lager is dan 5 jaar vast en bij bijna de helft van geldverstrekkers nagenoeg gelijk, komt ook nog eens doordat 10 jaar vast de meest populaire rentevaste periode is. Geldverstrekkers weten daardoor dat ze voor 10 jaar hun scherpste tarief neer moeten zetten om door de consument overwogen te worden.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

10 januari 2023

Meer hypotheken met NHG mogelijk in 2023

De afgelopen jaren nam het aantal nieuwe NHG-hypotheken voor de aankoop van een woning fors af. Dat kwam vooral vanwege de hard gestegen gemiddelde transactieprijzen en de NHG-kostengrens met veel kleinere stappen omhoogging. In 2022 zagen we na het bereiken van het laagste aantal NHG-hypotheken, in het eerste kwartaal dat de stijgende lijn is opgepakt. De NHG-grens is per 1-1-2023 omhooggegaan van € 355.000,- naar € 405.000,-; een stijging van 14%. Dankzij deze verruiming van de NHG-grens komt ineens ongeveer 40% van het woningaanbod op Funda extra in aanmerking voor NHG. Bron gemiddelde transactie-prijs: CBS en bron aantal woningaankopen: NHG Het aantal woningen dat in aanmerking komt voor NHG stijgt van ruim 22.000 (30% van alle woningen op Funda) naar ruim 31.000 woningen (42% van alle woningen op Funda). Rekening houdend met de verwachte daling van de huizenprijzen zal gedurende 2023 een nog groter deel binnen de NHG-grens komen te liggen. Rentekorting iets kleiner Een belangrijk voordeel van NHG is dat je een lagere hypotheekrente betaalt van gemiddeld ongeveer 0,4%. Dit voordeel is tegenwoordig kleiner dan een paar jaar geleden, toen geldverstrekkers een iets hogere rente-opslag rekenden voor een hypotheek zonder NHG. Voor een hypotheek met NHG moet je wel kosten betalen, de zogenaamde borgtochtprovisie. Deze bedraagt 0,6% over het hypotheekbedrag en die heb je dus in ongeveer 1,5 jaarterugverdiend. Voor doorstromers is het rentevoordeel meestal kleiner. Doordat zij hun overwaarde gebruiken om de hypotheek voor de nieuwe woning te verlagen, geldt er een lagere renteopslag als ze de hypotheek zonder NHG zouden afsluiten. Dat betekent dat doorstromers over het algemeen een iets langere terugverdiend hebben van drie à vier jaar. Vangnet NHG veel belangrijker De rentekorting is mooi meegenomen en scheelt over het algemeen een paar tientjes per maand, maar veel belangrijker is dat NHG een vangnet biedt bij onverwachtse situaties, zoals overlijden, ziekte, werkloosheid of einde van een relatie. Dreig je door één van deze situaties in de problemen te komen, dan bekijkt NHG samen met de geldverstrekker of er mogelijkheden zijn om de hypotheek dusdanig aan te passen dat er een betaalbare maandlast overblijft. Lukt dat niet en moet de woning verkocht worden, dan wordt een eventuele restschuld kwijtgescholden. De afgelopen jaren werd hier door de alsmaar stijgende woningprijzen amper gebruik van gemaakt, dat kan bij dalende prijzen anders worden. Ons advies: valt je woning binnen de kostengrens van NHG, maak dan gebruik van NHG.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

09 januari 2023

Renteverschillen tussen geldverstrekkers nemen toe

Beleggers worden aan het begin van het jaar heen en weer geslingerd door verschillende ontwikkelingen die tot een tegengesteld effect leiden voor de inflatie en daarmee beïnvloeden deze ontwikkelingen de richting van de rente. Het goede nieuws is dat in de eerste week van het nieuwe jaar de olie- en gasprijzen omlaag gingen. Dat komt onder andere doordat China minder olie nodig heeft omdat de economie minder draait vanwege de vele coronabesmettingen. In Europa is het al weken zacht weer, waardoor de gasvoorraden nog goed gevuld zijn. Daardoor hebben we niet alleen deze winter voldoende gas, maar er hoeft in de zomer ook minder bijgevuld te worden. De lagere energieprijzen zorgen ervoor dat de inflatie in 2023 een stuk minder hoog zal zijn dan in 2022. Bij inflatie worden altijd de prijzen met een jaar geleden vergeleken. Dat betekent dat als de energieprijzen even hoog zouden staan als een jaar geleden, de energieprijzen 0% bijdragen aan de inflatie. Helaas gaat het niet alleen om de energieprijzen maar gaat het bij inflatie om alle prijzen, wel waren de energieprijzen vorig jaar een belangrijke motor achter de snelle stijging van de inflatie. Terwijl na de renteverhoging van de Europese Centrale Bank (ECB) de richting van de marktrentes duidelijk stijgend was, draaide die deze week naar dalend. De eerste paar dagen gingen de lange marktrentes omlaag met 0,2 à 0,3%. Later in de week kwam er minder gunstig nieuws voor de inflatie uit de Verenigde Staten (VS). Het aantal nieuwe banen in de VS nam in december toe met 235.000, terwijl de verwachting 153.000 was. Dat geeft aan dat de economie nog steeds vol op toeren is, terwijl er een recessie nodig is om ook in de VS de hoge inflatie te drukken. De kans dat de centrale bank van de VS op 1 februari kiest voor een renteverhoging van 0,5% in plaats van een kleinere rentestap van 0,25% is nu toegenomen. Op de kapitaalmarkten gingen de rentes daarna weer wat omhoog. Verschillende reacties bij hypotheekrentes Ruim 3 op de 5 geldverstrekkers verhoogden de afgelopen twee weken hun hypotheekrentes naar aanleiding van de stijgende trend in de marktrentes in december. Daar zaten soms pittige verhogingen tussen van 0,2 à 0,35% voor de meest populaire rentevaste periodes. Aan de andere kant zijn er ook een beperkt aantal geldverstrekkers die even wachten met het doorvoeren van rentewijzigingen. Gevolg is dat de renteverschillen tussen geldverstrekkers toenemen. Over het algemeen zien we dat op de meest populaire rentevaste periode van 10 jaar vast de verschillen juist heel klein zijn. Half december lag de gemiddelde hypotheekrente van de vijf goedkoopste aanbieders op ongeveer 3,96% en het gemiddelde van de rest op 4,13%. Dat is een verschil van slechts 0,17%. Op dit moment is dat verschil opgelopen naar 0,32%. De goedkoopste vijf aanbieders zitten op een rente van ongeveer 3,98%, terwijl het gemiddelde van de rest op 4,30% ligt. Verschillende uitgangssituaties bij geldverstrekkers Het is dan ook heel lastig te voorspellen wat de komende week gaat brengen. Gaan de goedkopere geldverstrekkers alsnog hun hypotheekrentes verhogen of is er toch wat ruimte voor verlagingen bij de andere geldverstrekkers? Over het algemeen zien we geldverstrekkers vaak met een vertraging de hypotheekrentes verlagen na een daling van de marktrentes. En wat gaan de marktrentes doen? Dat speelt ook een rol. Geldverstrekkers vechten om veel minder klanten dan bijvoorbeeld een jaar geleden. In de eerste weken van 2022 waren er gemiddeld 13.000 hypotheekaanvragen, terwijl als de lijn van de laatste twee maanden zich doorzet, we tussen de 6.000 en 6.500hypotheekaanvragen uitkomen, wat de helft is. Geldverstrekkers zullen dus harder moeten strijden om die klant binnen te halen en hun belangrijkste wapen is de hypotheekrente. Niet elke geldverstrekker zal overigens even hard willen strijden om nieuwe klanten. Geldverstrekkers financieren hun hypotheken op verschillende manieren, we noemen dat funding. Sommige geldverstrekkers hebben geen funding, terwijl andere geldverstrekkers juist aan het begin van het jaar weer wat extra funding ter beschikking hebben. Een andere belangrijke factor bij het bepalen van de hypotheekrente is de grootte van de bestaande hypotheekportefeuille. De afgelopen jaren was er een groot verloop van hypotheekklanten, die bij een verbouwing direct de hele hypotheek oversloten om van de lagere rente te profiteren. Nu is een tweede hypotheek bij de huidige geldverstrekker meestal gunstiger, omdat je dan alleen een hogere rente betaalt over het extra deel dat je leent. Geldverstrekkers met een grote hypotheekportefeuille zullen daardoor misschien wat minder scherp op de rente koersen of het wat meer beperken tot bepaalde periodes. Kortom, 2023 wordt een interessant jaar, waarbij geldverstrekkers elk hun eigen concurrentiestrategie en prijsstelling van de hypotheekrente zullen volgen, afhankelijk van hun uitgangssituatie, zoals funding en bestaande portefeuille.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

03 januari 2023

Terugblik hypotheekrente ontwikkeling

Voor iedereen was de enorm snelle en grote stijging van de hypotheekrentes in 2022 een grote verrassing. Een stijging van 3% maakten we deze eeuw nog niet mee. Veel jonge huizenbezitters kenden alleen maar dalende hypotheekrentes en tarieven tussen de 1% en 2%. In onze terugblik laten we de ontwikkeling van de gemiddelde hypotheekrentes met NHG zien in de periode 2004 tot en met 2022. Omdat we de gegevens van 20 en 30 jaar niet vanaf het begin hebben, beginnen hun lijnen later. Enkele conclusies naar aanleiding van deze grafiek: De hypotheekrentes staan op dit moment op een hoger niveau dan we de afgelopen tien jaar zagen, maar deze eeuw hebben we al hogere tarieven gezien tijdens de krediet- en eurocrisis. De stijging van de hypotheekrentes in 2022 was ongekend. De 10 jaar vaste hypotheekrente ging procentueel met 300% omhoog. De stijging bedroeg 3% voor de vaste hypotheekrentes. De gemiddelde 10 jaar vaste hypotheekrente steeg van bijna 1,1% aan het begin van 2022 naar ruim 4,1% aan het einde van 2022. In de aanloop naar de kredietcrisis zagen we de hypotheekrentes ook wel enkele procenten oplopen, maar dat was gespreid over meerdere jaren. Ook heel opvallend: de gemiddelde hypotheekrentes voor de verschillende vaste hypotheekrentes liggen heel dicht bij elkaar (de lijnen liggen bijna over elkaar heen). 20 jaar vast kost gemiddeld slechts 0,2% extra rente dan 10 jaar vast. 5 jaar vaste hypotheekrente 1965 t/m 2022 In de onderstaande grafiek zie je de hypotheekrenteontwikkeling van 5 jaar vast met NHG sinds 1965. Historisch gezien staan de hypotheekrentes nog steeds laag. Bovendien is de vergelijking met de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw interessant. We hadden toen tweecijferige hypotheekrentes als gevolg van een hoge inflatie. Maar de inflatie was destijds minder hoog dan afgelopen jaar. Dat we nu geen hogere hypotheekrentes hebben, komt doordat bij beleggers toch de verwachting is dat over enkele jaren de inflatie weer terug is naar een niveau van rond de 2%.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

02 januari 2023

Belangrijkste wijzigingen 2023

In het eerste nieuwsitem van het nieuwe jaar zetten we de belangrijkste wijzigingen voor 2023 op een rij. Meer mogelijkheden voor vooral starters dankzij hogere NHG-grens van € 405.000,- De NHG-kostengrens gaat in 2023 omhoog naar € 405.000,- (2022: € 355.000,-) en is er sprake van energiebesparende maatregelen, dan mag de maximale hypotheek € 429.300,- zijn. De stijging van de kostengrens met € 50.000,- komt neer op een procentuele stijging van 14% en dat is fors meer dan de prijsstijging van koopwoningen, die in november (vergelijking november 2022 met november 2021) uitkwam op 4,9%. Daardoor komen er meer mensen, en vooral ook meer starters, in 2023 in aanmerking voor NHG. Helemaal als we ook rekening houden met de verwachte lichte daling van de huizenprijzen in 2023. Afbouw maximale hypotheekrente afgerond De hogere inkomens krijgen dit jaar te maken met de laatste stap qua verlaging van de maximale hypotheekrenteaftrek. Die gaat van 40% in 2022 naar 36,93% in 2023. Het huidige kabinet heeft aangegeven niet verder te tornen aan de hypotheekrenteaftrek, maar dat is geen garantie dat een volgend kabinet niet tot een ander besluit komt. Eigenwoningforfait omlaag  Voor de meeste woningen die een waarde hebben tussen de € 75.000,- en € 1.200.000,- gaat het eigenwoningforfait omlaag van 0,4% in 2022 naar 0,35% in 2023. Dat betekent dat iemand met een WOZ-waarde van € 400.000,- te maken krijgt met een eigenwoningforfait van € 1.400,- in plaats van € 1.600,-. Dat klinkt als een leuk voordeel maar dat voordeel wordt deels tenietgedaan door de stijging van de WOZ-waarde. Toch zal het de meeste huishoudens een paar euro’s aan netto besparing opleveren. Startersvrijstelling overdrachtsbelasting Voor huizenkopers die meerderjarig zijn, jonger zijn dan 35 jaar en niet eerder gebruikmaakten van de startersvrijstelling, hoeven in 2023 0% overdrachtsbelasting te betalen als de waarde van de woning maximaal € 440.000,- bedraagt (2022: € 400.000,-). Voor andere kopers van een woning bedoeld voor eigen bewoning blijft de overdrachtsbelasting ongewijzigd op 2%. Maar wie een woning koopt voor verhuur, een studerend kind of een vakantiewoning moet in 2023 een overdrachtsbelasting betalen van 10,4% (2022: 8%). Belastingvrije schenking voor eigen woning omlaag We besteedden er vorig jaar al regelmatig aandacht aan: als een kind tussen de 18 en 40 jaar in 2023 een grote schenking ontvangt, krijgt hij/zij te maken met een maximaal belastingvrij bedrag van € 28.947,-. Wij verwachten dat dit vermogende ouders er niet van zal weerhouden toch een grotere schenking aan hun kind te doen. Het betekent alleen dat het kind over het meerdere schenkingsbelasting moet betalen. Overigens mag ook een kind van 40 jaar of ouder een schenking ontvangen, alleen geldt dan een lager vrijstellingsbedrag van € 6.035,-, en moet ook hier over het meerdere schenkbelasting betaald worden. Bij bedragen tot € 138.642,- bedraagt het schenktarief 10%, daarboven is het 20%. We geven een paar voorbeelden van hoeveel schenkbelasting betaald moet worden. Te schenken bedrag Schenkbelasting;kind jonger dan 40 jaar Schenkbelasting;kind 40 jaar of ouder € 25.000,- € 0,- € 1.896,50 € 50.000,- € 2.105,30 € 4.396,50 € 100.000,- € 7.105,30 € 9.396,50 € 150.000,- € 13.241,10 € 15.532,20 € 200.000,- € 23.241,10 € 25.532,20 Bovendien bestaat er nog steeds een belangrijk alternatief voor een grote schenking en dat is een familiehypotheek in combinatie met een jaarlijkse belastingvrije schenking. Gemeentelijke lasten Vereniging Eigen Huis heeft uitgezocht dat de gemeentelijke aanslag voor huiseigenaren gemiddeld uitkomt op € 887,- op jaarbasis. Voor gezinnen bedraagt de stijging gemiddeld 3,5%, waarbij er grote verschillen zitten tussen gemeenten. 0% btw op zonnepanelen Vanaf 1 januari 2023 gaat er voor particulieren een nultarief gelden voor de btw op zonnepanelen. Tot nu toe kon je als particulier de btw wel terugvragen, maar dat bracht veel administratieve rompslomp met zich mee. Energieplafond Veel huishoudens zetten de afgelopen jaren de hypotheekrente lang vast. De stijging van de hypotheekrentes in 2022 had op hen geen invloed. Toch gingen de woonlasten voor veel huishoudens in 2022 fors omhoog, doordat hun vaste energiecontract afliep en zij geconfronteerd werden met hoge, variabele tarieven. Het kabinet voert per 1 januari 2023 het energieplafond in. Wie minder verbruikt dan 1200 kuub gas en minder dan 2900 kWh aan elektriciteit, betaalt in 2023 maximaal € 242,- dankzij dit plafond. Dat zal voor veel huishoudens verlichting brengen. De kans is overigens groot dat dit energieplafond geen vervolg krijgt in 2024, omdat de compensatie miljarden kost. Het is daarom raadzaam goed te bekijken of en hoe je je woning kunt verduurzamen. Een nadeel is dat je niet de enige bent die wil verduurzamen. Dit betekent dat het lastig is om de juiste vakmensen en materialen te krijgen en ook liggen de prijzen een stuk hoger dan een paar jaar geleden.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

27 december 2022

Kleine concurrentiestrijd van start ondanks stijgende marktrentes

Sinds de renteverhoging met een half procent van de ECB op 15 december, en vooral door de toelichting die de ECB gaf, zien we dat de dalende trend van de marktrentes snel is gedraaid naar een stijgende trend. De lange rentes zijn met ongeveer 0,4% à 0,5% gestegen. Dat lijkt misschien heel logisch als de ECB haar rente met 0,5% verhoogd, maar bij de eerdere renteverhogingen zagen we dat de marktrentes juist daalden. Bij de eerdere renteverhogingen van de ECB hadden beleggers er vertrouwen in dat de ECB op de goede weg was om de inflatie te beteugelen. Bij het laatste rentebesluit schrokken beleggers, omdat de ECB de verwachting uitsprak dat pas in 2025 de inflatie gaat dalen richting de 2% en dat zij in 2023 waarschijnlijk meerdere renteverhogingen gaat doorvoeren. Verschillende reactie bij hypotheekrentes De meeste geldverstrekkers kijken de kat even uit de boom en voeren geen hypotheekrentewijziging door. Bij degene die wel veranderingen doorvoeren is er sprake van een gemengd beeld: sommigen verlagen, terwijl anderen juist verhogen. Vooral bij de geldverstrekkers die we onder de prijsvechters scharen, zien we dat de concurrentie toeneemten dat zij ondanks de stijgende marktrentes de hypotheekrentes verlagen. Per saldo zien we zelfs nog een hele lichte daling van de gemiddelde vaste hypotheekrentes met slechts een paar honderdsten. In eerste instantie verwachtten we dat er aan het begin van 2023 behoorlijk wat hypotheekrenteverlagingen komen. Geldverstrekkers hadden het de afgelopen maanden een stuk rustiger en de meesten willen een goede start maken in het nieuwe jaar. Maar de meeste geldverstrekkers zullen nu af willen wachten hoe de marktrentes zich gaan ontwikkelen. Als de rust terugkeert en de marktrentes niet verder gaan stijgen en misschien zelfs weer een stukje gaan dalen, dan is er een redelijke kans op een concurrentiestrijd bij de hypotheekrentes aan het begin van het nieuwe jaar waar alle geldverstrekkers aan mee doen. Maar blijven de marktrentes doorstijgen, dan ontkomen geldverstrekkers er uiteindelijk niet aan om de marktrentes te volgen. Gemiddelde hypotheekrentes met 1,75% tot en met ruim 3% omhoog De gemiddelde vaste hypotheekrentes zijn in 2022 met ongeveer 3% gestegen, waarbij de stijging groter was voor kortere rentevaste periodes. Voor 5 jaar vast was de stijging 3,1%, voor 10 jaar vast ruim 3%, voor 20 en 30 jaar vast ongeveer 2,9%. Bij de gemiddelde variabele hypotheekrente bleef de stijging in 2022 beperkt tot 1,75%.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

22 december 2022

Nieuwe pensioenwet aangenomen door de Tweede Kamer

Vandaag wordt de nieuwe pensioenwet naar alle waarschijnlijkheid aangenomen door de Tweede Kamer. Er lijkt ook een meerderheid te zijn in de Eerste Kamer, die in 2023 zal stemmen. De nieuwe pensioenwet moet vanaf 1 juli 2023 ingaan, waarna pensioenpartijen 3,5 jaar de tijd krijgen om de pensioenregelingen aan te passen aan deze nieuwe pensioenwet. Uiterlijk 1 januari 2027 moeten de pensioenregelingen aangepast zijn. Grote vernieuwing Het huidige pensioenstelsel was niet meer van deze tijd. Er werd veel toegezegd maar niet altijd waargemaakt. Pensioenuitkeringen moesten de afgelopen jaren regelmatig verlaagd worden als gevolg van de grote rentestand en ondanks een enorme groei in het pensioenvermogen konden pensioenen niet of slechts mondjesmaat geïndexeerd worden. Daarbij helpt het ook niet dat we steeds ouder worden en dus ook steeds langer pensioen ontvangen. Bovendien groeit door de vergrijzing het aantal mensen dat met pensioen gaat en er moet voorkomen worden dat jongeren alleen maar premie betalen voor eerdere generaties en er voor hen geen of alleen een veel kleiner pensioen resteert als zij de pensioenleeftijd bereiken. In het nieuwe pensioenstelsel gaan we daarom van een gezamenlijke pensioenpot naar individuele pensioenpotjes, die mee gaan bewegen met de ontwikkelingen op de financiële markten. Dat kan leiden tot hogere pensioenuitkeringen als het goed gaat op de financiële markten, maar als het slecht gaat dan zullen pensioenen ook eerder gekort worden. Wel worden er buffers ingebouwd, zodat we niet bij elke dip op de beurs meteen enorm gekort worden. Maar dat betekent uiteraard ook dat bij sterk stijgende beurzen die buffers gevuld worden, en de stijging niet volledig in stijgende pensioenuitkeringen wordt verwerkt. Pensioenen zullen een stuk transparanter, maar dus ook beweeglijker worden. Daarnaast is het de bedoeling dat meer mensen een pensioen op kunnen bouwen. Zo moet het ook mogelijk worden voor de grote groep zzp’ers om deel te nemen aan een pensioenregeling. Overgang Een grote uitdaging is om van het huidige pensioenstelsel over te gaan naar het nieuwe pensioenstelsel. Het betekent namelijk dat het huidige pensioenvermogen van rond de 1.500 miljard euro verdeeld moet worden naar ongeveer 10 miljoen individuele pensioenpotjes. Pensioenfondsen zullen in overleg met de werkgevers en werknemers tot een eerlijke verdeling moeten komen. Gelukkig is er dankzij de recent gestegen rente ruimte om een stuk compensatie te bieden voor bepaalde groepen die minder gunstig uit zijn in het nieuwe pensioenstelsel. Maar de praktijk moet de komende jaren uitwijzen of partijen hier op een goede manier uit gaan komen. Ver-van-mijn-bed-show niet nodig Voor veel mensen is pensioen een ver-van-mijn-bed-show en wordt als ingewikkeld ervaren. Het lastige is dat op voorhand niet met zekerheid valt te zeggen hoeveel pensioen je gaat krijgen; en al helemaal niet in het nieuwe pensioenstelsel. Toch kun je je prima voorbereiden op de financiële situatie bij pensionering en kun je zelf de regie pakken. Via mijnpensioenoverzicht.nl krijg je nu en in de toekomst inzicht hoeveel AOW en pensioen je kunt verwachten. Maar kijk niet alleen naar je pensioeninkomen, maar ook naar je toekomstige uitgaven. Die gaan misschien wel omlaag omdat je dan een deel van je hypotheek hebt afgelost, je kleiner en goedkoper gaat wonen of omdat dan de kinderen de deur uit zijn. Het kan aan de andere kant ook zijn dat er weer nieuwe uitgaven bij komen, omdat je bijvoorbeeld vaker op vakantie wilt of vaker uit wilt gaan. Door je toekomstige pensioeninkomsten en uitgaven op een rij te (laten) zetten, in combinatie met de vaak lagere belastingtarieven die gelden, weet je of je in de toekomst voldoende geld overhoudt. En kom je tekort, dan kun je op tijd aan de slag om extra te sparen of te beleggen voor een stuk pensioenaanvulling of door je toekomstige uitgaven te verminderen door bijvoorbeeld extra af te lossen op je hypotheek of te verhuizen naar een goedkopere woning.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

21 december 2022

Verwachting variabele hypotheekrente in 2023

In tegenstelling tot de vaste hypotheekrentes is het een stuk gemakkelijker om de ontwikkeling van de variabele hypotheekrentes voor begin 2023 te voorspellen. De stijgende lijn van de afgelopen maanden zal zich begin 2023 voortzetten. De variabele hypotheekrente is afhankelijk van de geldmarktrente, die erg beïnvloed wordt door de rente die de Europese Centrale Bank (ECB) hanteert. Dat is heel goed te zien als we de renteontwikkeling van de ECB depositorente, de geldmarktrente en de variabele hypotheekrente met NHG in één grafiek laten zien. De geldmarktrente loopt eigenlijk steeds iets voor op de daadwerkelijke renteverhoging van de ECB, doordat beleggers anticiperen op welke renteverhogingen de ECB gaat doorvoeren. De gemiddelde variabele hypotheekrente kwam iets later op gang, doordat de eerste verhoging van de ECB van -0,5% naar 0% ging, terwijl geldverstrekkers voor hun eigen funding uit spaargeld voor veel van hun klanten ook voor de renteverhoging een spaarrente van 0% gaven. De laatste maanden zien we dat de gemiddelde variabele hypotheekrente steeds meer de geldmarktrente volgt. In december heeft de ECB aangekondigd dat de verhoging in december hoogstwaarschijnlijk niet de laatste zal zijn. De eerdere verwachting dat de inflatie in 2024 al rond de 2,3% komt te liggen, heeft plaatsgemaakt voor 2025. De ECB gaf aan dat de markt de renteverhogingen voor 2023 te laag inschat. Onze verwachting is dan ook dat de komende zes weken de geldmarktrente en de gemiddelde variabele hypotheekrente met een half procent op zal lopen. De kans is groot dat het begin 2023 niet bij één renteverhoging van 0,5% blijft, maar dat er nog een tweede volgt. Wij verwachten dan ook dat de gemiddelde variabele hypotheekrente in 2023 met één procent gaat stijgen. Op dit moment is onze verwachting dat de ECB haar rente na de renteverhogingen begin 2023 gedurende de rest van het jaar gelijk zal houden. Waarbij het afwachten is of de inflatie voldoende weet te dalen. En dan gaat het niet alleen om 2023, want in 2023 zal de inflatie echt een stuk omlaaggaan. Maar het is vooral belangrijk of en zo ja wanneer de inflatie in 2024 of 2025 weer richting het gewenste niveau van rond de 2% uitkomt. Als de inflatieverwachtingen hard achteruitgaan, komt er misschien eind 2023 al een renteverlaging door de ECB, maar wij zijn daar niet heel positief over. Als blijkt dat de inflatieverwachtingen tegenvallen dan kan het ook zomaar nodig zijn om nog een extra renteverhoging door te voeren. Uit de renteontwikkeling van de geldmarktrente kunnen we opmaken dat beleggers een verdere verhoging van de ECB depositorente verwachten per 15 december, wanneer de ECB weer bij elkaar komt om een rentebesluit te nemen. Onduidelijk is nog of dat een verhoging zal zijn van weer 0,75% of een iets gematigde verhoging van 0,5%. Ook zal belangrijk zijn welke verwachting de ECB uitspreekt over toekomstige renteverhogingen. Belangrijk is of er voldoende vertrouwen is dat de inflatie beteugeld gaat worden. De positieve kant is dat de inflatie in de eurozone in oktober uitkwam op 10%, wat een daling betekende ten opzicht van de voorgaande maand, toen de inflatie 10,4% bedroeg. De negatieve kant is dat de inflatie nog steeds enorm hoog is en de vraag is of de daling de komende maanden hard genoeg inzet. Onze verwachting is dan ook dat we in 2023 nog wel één of meerdere renteverhogingen van de ECB gaan zien, maar mogelijk wel iets minder hard dan de afgelopen twee verhogingen. Daarom verwachten wij dat de komende maanden de variabele hypotheekrente nog wel iets verder zal doorstijgen, maar wel iets minder hard dan de afgelopen maanden.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

20 december 2022

Toelichting rentebesluit ECB verrast beleggers

Afgelopen donderdag verhoogde de Europese Centrale Bank (ECB) zoals verwacht haar rente met 0,5%. De belangrijkste rente, de depositorente komt daarmee op 2%. Ook de Amerikaanse en Engelse centrale banken verhoogden hun rentetarieven met 0,5%. Maar de verrassing zat hem in de toelichting die de ECB gaf. De meeste beleggers verwachtten vooraf dat dit wel eens de laatste renteverhoging zou kunnen zijn of hoogstens nog één aan het begin van 2023. Sommigen durfden zelfs voorzichtig de verwachting uit te spreken dat er misschien eind 2023 alweer een eerste renteverlaging zou komen. De ECB kondigde echter aan dat dit zeker niet de laatste renteverhoging is en dat ze er alles aan zal doen om de inflatie te beteugelen. De eerdere verwachting dat de inflatie in 2024 al rond de 2,3% komt te liggen, heeft plaatsgemaakt voor 2025. De ECB gaf aan dat de markt de renteverhogingen voor 2023 te laag inschat. Beleggers schrokken en de aandeelbeurzen gingen dan ook omlaag en de rentes op de kapitaalmarkt stegen, terwijl de trend juist dalend was de laatste maanden. Het is even afwachten hoe beleggers dit nieuws de komende dagen precies gaan verwerken. Maar wij verwachten dat geldverstrekkers wel even op de rem gaan trappen met het doorvoeren van hypotheekrente verlagingen. Een enkele geldverstrekker verhoogde zelfs al de hypotheekrente of trok een verlaging in.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.