Profiteren van de lage rente? Download ons gratis whitepaper hier.

Januari

Nieuws, Blogs, Vlogs

Toon

Een aflossingsvrije hypotheek afsluiten: is dat verstandig?

26 januari 2022

De aflossingsvrije hypotheek wint de laatste jaren weer aan populariteit. Van alle aangevraagde hypotheekdelen in 2021 was 40% een aflossingsvrije hypotheek. Bij 50-plussers zien we bij oversluitingen en bij het kopen van een andere woning dat zelfs 60% respectievelijk 53% van alle aangevraagde hypotheekdelen een aflossingsvrije hypotheek is. Wat is nu precies een aflossingsvrije hypotheek en waarom is die zo populair? Maar ook, waar moet je goed op letten bij het afsluiten van een aflossingsvrije hypotheek en voor wie is een aflossingsvrije hypotheek niet interessant?

Wat is een aflossingsvrije hypotheek?

Een aflossingsvrije hypotheek is een hypotheek waarbij je enkel rente betaalt en géén maandelijkse aflossing. Je hypotheekschuld blijft dus gelijk. Uiteindelijk moet je aan het einde van de looptijd of bij verkoop van de woning deze hypotheekschuld natuurlijk wel terugbetalen aan de geldverstrekker.

De voor- en nadelen op een rij

We zetten de voor- en nadelen van een aflossingsvrije hypotheek voor je op een rij.

Voorbeelden

De keuze voor een aflossingsvrije hypotheek is dus niet zwart-wit. Je moet goed kijken naar je wensen en persoonlijke situatie en je financieel adviseur kan je adviseren of een aflossingsvrije hypotheek wel of niet bij jou past en waar je op moet letten. We laten dat zien aan de hand van twee concrete, vereenvoudigde voorbeelden.

Voorbeeld 1

Een stel van 60 jaar verkoopt een woning voor € 400.000,-, waar ze nog een annuïteitenhypotheek op hadden van € 150.000,-, met nog een restantlooptijd van 22 jaar. Ze kopen een appartement van € 400.000,- en ze hebben nog een hypotheek nodig van € 150.000,-.

Als ze de annuïteitenhypotheek voort zouden zetten, komen ze uit op een bruto maandlast van € 710,- (rente 2,1%, 30 jaar vast). Door de hypotheek om te zetten in een aflossingsvrije hypotheek (rente 2,3%, 30 jaar vast) wordt hun bruto maandlast bijna € 290,-.

Ze besparen dus fors op de maandlasten, ook als we kijken naar de netto maandlasten, al is het verschil dan niet ruim € 420,- maar ruim € 320,-.

Door de rente lang vast te zetten, in dit voorbeeld 30 jaar, weten ze dat de maandlasten ook prima betaalbaar zijn met hun toekomstig pensioeninkomen.

Ondanks dat ze niet meer aflossen op de woning, hebben ze nog altijd een forse overwaarde van € 250.000,- in de woning zitten en is er bij dit stel geen behoefte om dit vermogen nog extra te laten groeien door maandelijkse aflossingen op de hypotheek.

Voorbeeld 2

Een stel van 35 waarvan één als zelfstandige werkzaam is, met twee kinderen van 6 en 3 jaar, verkopen een woning van € 350.000,-, waar een annuïteitenhypotheek op zit van € 250.000,-; ze hebben een overwaarde van € 100.000,-. Ze kopen een andere woning voor € 475.000,-. Ze kiezen ervoor om de huidige annuïteitenhypotheek voort te zetten en een extra annuïteitenhypotheek van € 175.000,- af te sluiten. Omdat de rente toch laag staat, zijn de maandlasten prima betaalbaar.

Ze hadden ook voor lagere maandlasten kunnen kiezen door een deel van de hypotheek aflossingsvrij te nemen. Maar omdat dit stel in de toekomst nog hoopt door te stromen naar een duurdere woning, is opbouwen van extra vermogen wel belangrijk. Bovendien is één van beide zelfstandige en omdat hij dus niet bij een werkgever pensioen opbouwt, zorgt de maandelijkse aflossing ervoor dat er als het ware een pensioenpotje wordt opgebouwd. Want als dit stel de AOW-leeftijd bereikt, dan hebben ze geen hypotheek en hypotheeklasten meer. Bovendien biedt dit in de toekomst een mogelijkheid om een hypotheek af te sluiten, waarmee ze een aanvulling op het pensioen kunnen financieren.

Kortom: of het verstandig is om een aflossingsvrije hypotheek af te sluiten, hangt volledig van de persoonlijke situatie af en wat je wensen precies zijn. Een financieel adviseur van Van Bruggen Adviesgroep helpt je graag om het financiële plaatje inzichtelijk te maken en je te helpen met het afwegen van de voor-  en nadelen.

Zo kun je profiteren van een hogere WOZ-waarde

25 januari 2022

Rond deze tijd valt voor woningbezitters de WOZ-waarde op de mat. De WOZ-waarde wordt vastgesteld door de gemeente en wordt gebruikt voor het bepalen van enkele gemeentelijke belastingen en het eigenwoningforfait. Heb je een hypotheek zonder NHG dan kun je de WOZ-waarde in sommige gevallen ook gebruiken om een lagere hypotheekrente te bedingen. Veel consumenten met een hypotheek realiseren zich niet dat ze kunnen besparen.

Ontwikkeling WOZ-waarde

De WOZ-waarde die je dit jaar ontvangt, geeft de waarde van de woning weer per 1 januari 2021. Dat is dus niet de waarde van nu, maar die van een jaar geleden. De stijging van de gemiddelde WOZ-waarde in het afgelopen jaar bedraagt 7,0%. Het is het zevende jaar op rij dat de gemiddelde WOZ-waarde steeg. Bedenk je daarbij dat het hier gaat om de gemiddelde WOZ-waarde, dus van alle woningen, dus niet alleen van koopwoningen. Bovendien kan de WOZ-waarde in jouw gemeente en zelfs van jouw specifieke woning natuurlijk meer of minder gestegen zijn, bijvoorbeeld door een verbouwing van de woning.

Hieronder laten we de ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde zien op basis van cijfers van het CBS. We hebben daarnaast ook de stijging van de woningprijzen gezet volgens de NVM (van het vierde kwartaal vergeleken met het vierde kwartaal van het jaar ervoor).

Hogere WOZ-waarde, hogere belastingen

Een hogere WOZ-waarde hoeft niet meteen te leiden tot hogere belastingen. Want als de tarieven zoals bijvoorbeeld het ozb-tarief of het eigenwoningforfait percentage naar beneden aangepast worden, dan kan ondanks de hogere WOZ-waarde de belasting gelijk of zelfs lager uitpakken.

Een voorbeeld is het eigenwoningforfait. Stel je had een woning met een WOZ-waarde van vorig jaar (peildatum 1-1-2020) van € 400.000,- . Als we daar de gemiddelde WOZ-waarde stijging op loslaten van 7,0%, dan staat er per peildatum 1-1-2021 als WOZ-waarde € 428.000,-. Over het belastingjaar 2020 moest je 0,60% van de WOZ-waarde als eigenwoningforfait meetellen voor de inkomstenbelasting, ofwel € 2.400,-. Over belastingjaar 2021 geldt als eigenwoningforfait percentage 0,50% van de WOZ-waarde en komt het eigenwoningforfait dus iets lager uit, namelijk op € 2.140,-. Netto scheelt dat ongeveer 8 à 9 euro in de maand.

De gemeentelijke belastingen zouden dus ook lager uit kunnen vallen als de gemeenten hun tarieven voor de gemeentelijke belastingen zouden verlagen. Coelo heeft berekend dat woningeigenaren gemiddeld een 3,5% hogere ozb-aanslag krijgen. Het gemiddelde tarief van de rioolheffing stijgt voor woningeigenaren met 3,2% en de afvalstofheffing met 2,1%.

Bezwaar maken tegen te hoge of te lage WOZ-waarde

Vind je dat je WOZ-waarde te hoog is vastgesteld, dan kun je bezwaar maken bij de gemeente. Als dit bezwaar gehonoreerd wordt, dan bespaar je dus op je gemeentelijke belastingen en de inkomstenbelasting. Ook als je vindt dat je WOZ-waarde te laag is vastgesteld, kun je bezwaar maken bij de gemeente. We gaan later in op de reden waarom dat interessant kan zijn. Je bewaar moet binnen zes weken na de zogenaamde dagtekening ingediend zijn. Vraag eerst bij de gemeente het taxatieverslag op.

Bij veel gemeenten kan dat digitaal via DigiD. In het taxatieverslag zie je welke woningen die rond 1-1-2021 zijn verkocht, met jouw woning zijn vergeleken. Op de site van WOZ-waardeloket kun je ook heel eenvoudig de WOZ-waarde vinden van vergelijkbare woningen, bijvoorbeeld die van de buren.

Geef in je bezwaar aan waarom jij vindt dat die woningen niet of juist wel goed vergelijkbaar zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de grootte van de woning, een dakopbouw of uitbouw, de staat van het onderhoud, de ligging, enzovoort. Geef verder aan welke vergelijkbare woningen in de wijk er volgens jou tegen een lagere of hogere prijs verkocht zijn. Voordat je bezwaar maakt tegen een te lage waarde kun je het beste eerst even contact opnemen met de gemeente. In een informeel gesprek kun je uitleggen waarom naar jouw mening de WOZ-waarde te laag is en kan er vaak snel een oplossing worden gevonden. Lukt dat niet, dan kun je altijd alsnog een formeel bezwaar indienen.

Waarom bezwaar maken tegen een te lage WOZ-waarde?

Heb je naar jouw idee een te lage WOZ-waarde gekregen, dan is dat in beginsel mooi meegenomen omdat je dan minder eigenwoningforfait bij hoeft te tellen en je minder onroerendzaakbelasting betaalt. Toch kan het soms aan te raden zijn, om toch bezwaar te maken tegen een lage WOZ-waarde. Heb je bijvoorbeeld plannen om je woning te gaan verkopen, dan is het fijn als de WOZ-waarde meer overeenkomt met de juiste waarde, omdat potentiële kopers de vrij toegankelijke WOZ-waarde mogelijk in hun prijsstelling mee kunnen nemen. Heb je een hypotheek zonder NHG, dan kun je de WOZ-waarde mogelijk gebruiken om een lagere hypotheekrente te krijgen.

Met hogere woningwaarde kun je soms honderden tot duizenden euro’s besparen. Als je een hypotheek hebt zonder NHG, dan betaal je een renteopslag. Hoe hoger je hypotheek is ten opzichte van de waarde van de woning, hoe hoger die renteopslag. Bij de meeste geldverstrekkers kun je bij voldoende waardestijging van je huis een lagere renteopslag krijgen. Dit kan als je een nieuwe rentevaste periode krijgt, maar bij een groot aantal geldverstrekkers ook tussentijds.

Het is daarbij super belangrijk om je te realiseren dat je zelf actie moet ondernemen. Geldverstrekkers gaan niet uit zichzelf actie ondernemen, want een lagere rente kost hen geld. Zorg er daarom voor dat als je een hypotheek hebt zonder NHG dat je elk jaar bekijkt of je rente lager kan. Een heel goed moment daarvoor is aan het begin van het jaar, als je ook de WOZ-waarde binnen krijgt. Want die geeft in ieder geval een goede indicatie van de waarde van je woning.

Hoeveel je rente omlaag gaat, hangt van meerdere factoren af:

  • Met hoeveel is de waarde van je woning gestegen. Hoe langer geleden je de woning hebt gekocht, hoe groter de stijging van de waarde van de woning, en hoe meer de rente omlaag kan.
  • De risicoklassen die een geldverstrekker kent. Het aantal risicoklassen verschilt per geldverstrekker en ook de hoogte van de rente-opslagen per risicoklasse.
  • Mag je de hogere waarde aantonen met een WOZ-waarde of moet dit perse een taxatierapport zijn? Mag het met een WOZ-waarde, dan bespaar je de kosten van een taxatierapport. Maar bedenk wel dat een waarde uit een taxatierapport een stuk hoger kan liggen, waardoor soms ook de verlaging van de rente-opslag een stuk groter kan zijn.

De besparing van de rente kan een tiende zijn, maar soms ook meerdere tienden. Dat scheelt al snel honderden euro’s per jaar en bedenk dat die lagere rente ook voor de komende jaren geldt, zodat de besparing vaak in de duizenden euro’s loopt.

Een rekenvoorbeeld

Stel je hebt een aantal jaar geleden een woning gekocht voor € 400.000,- en je hebt een annuïteitenhypotheek afgesloten van € 350.000,- 10 jaar vast tegen een rente van bijvoorbeeld 3% (inclusief een rente-opslag). Je had een volledige hypotheek nodig en dus bedroeg je hypotheek 100% in verhouding tot de waarde van je woning.

Stel dat je nieuwe WOZ-waarde is vastgesteld op € 535.000,- en dat je hypotheek dankzij aflossingen inmiddels is gedaald naar € 300.000,-. De hypotheek in verhouding tot de waarde van de woning bedraagt nu minder dan 60%. De kans is groot dat je renteopslag met een paar tienden omlaag kan. Bij een verlaging van bijvoorbeeld 0,3% hebben we het toch over een besparing van bijna € 1.000,- per jaar.

Te veel consumenten realiseren zich onvoldoende dat ze dankzij hun hogere woningwaarde een lagere rente kunnen krijgen. Of ze denken dat een lagere rente van een paar tienden weinig zoden aan de dijk zet. Maar dat is zonde, omdat ook zelfs een kleine renteverlaging behoorlijk kan schelen. Maar bedenk ook dat bij sommige mensen de rente-opslag soms met meer dan een half procent omlaag kan, dan heb je het over enorme bedragen aan potentiële besparing.

Je financieel adviseur kan voor je bekijken wat de mogelijkheden zijn bij jouw geldverstrekker en beoordelen of het misschien interessanter is om een taxatierapport op te vragen. Hij kan ook bekijken of door over te sluiten naar een andere geldverstrekker de besparing nog groter gemaakt kan worden.

Maak een afspraak

Bouwen starterswoningen ongunstig voor doorstroming woningmarkt

18 januari 2022

De cijfers van de NVM over de woningverkopen beloven weinig goeds voor de woningmarkt. Die gaat steeds meer op slot zitten. Huidige woningeigenaren stellen de verkoop van hun eigen woning uit, totdat ze een andere woning hebben gevonden. Daardoor komen er ook geen woningen vrij voor starters. De politieke oplossing is het bouwen van meer betaalbare woningen voor starters. Daar zijn starters wel mee geholpen, maar de woningmarkt niet.

Forse daling verwacht aantal woningtransacties

De Kadaster cijfers over de laatste maand van afgelopen jaar moeten nog bekend gemaakt worden, maar het lijkt er op dat in 2021 ongeveer 4 tot 5% minder woningen van eigenaar zijn gewisseld in vergelijking met 2020. Dat het tot deze beperkte daling beperkt is gebleven komt vooral door het goede eerste kwartaal, die een stimulans kreeg door de afschaffing van de overdrachtsbelasting voor jonge starters. Maar daarna ging het elk kwartaal slechter met de woningpasseringen; met een kleine min van bijna 4% in het tweede kwartaal, een min van ruim 13% in het derde kwartaal en een min van richting de 20% in het vierde kwartaal. De NVM cijfers, die altijd wat voorlopen op de Kadaster cijfers, wijzen ook niet op een goed begin voor 2022; met een min van 29% woningverkopen in het derde kwartaal van 2021 en een min van 23% in het vierde kwartaal.

Voorlopig lijkt er geen zicht op een herstel van de verkoopcijfers en verwachten wij tussen de 15 en 20% minder woningverkopen in 2022. Mocht dat waarheid worden, dan gaan we bij lange na geen 200.000 woningverkopen halen in 2022 (en dat zou voor het eerst zijn sinds 2015 dat we onder de 200.000 uitkomen). Omdat de verwachting is dat de huizenprijzen ook in 2022 zullen stijgen, zal de doorstroming van de bestaande woningvoorraad verder stagneren.

Nieuwbouw kan doorstroming bevorderen

Een huizenprijsdaling zou de doorstroming kunnen bevorderen, maar zoals hiervoor beschreven is dat niet waarschijnlijk in 2022. Een andere manier om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen is het opleveren en bouwen van nieuwbouwwoningen. Het kabinet zet daarbij vol in op betaalbare woningen voor starters. Daarmee wordt wel de woningnood onder starters opgelost, maar dit zorgt niet voor verbetering van de doorstroming op de woningmarkt. Dan zou het veel beter zijn om voor senioren woningen te bouwen. Als die opschuiven naar een nieuwbouwwoning die aansluit op hun woonwensen, valt er een bestaande woning vrij, die door bijvoorbeeld een doorstromer ingenomen kan worden. Hierdoor ontstaat er een treintje van woningen die vrijvallen, waardoor ook woningen aan de onderkant van het prijssegment vrijkomen, waar starters zich veelal meer op richten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Vergrijzing en veranderende woonbehoeften te weinig onderkend

10 januari 2022

Het is een goede ontwikkeling dat er een minister komt voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, omdat het heel hard nodig is om enerzijds het woningtekort aan te pakken maar anderzijds ook woonbeleid te maken dat rekening houdt met de veranderende woonbehoeften als gevolg van demografische veranderingen.

Van Bruggen Adviesgroep wenst de nieuwe minister de Jonge heel veel succes en wijsheid bij het ontwikkelen van het juiste woonbeleid. Want alleen met goede woorden en geld is het kabinet er niet. Er liggen grote uitdagingen om drempels rond vergunningverlening voor nieuwbouw weg te nemen en zelfs als die weggenomen worden, is de vraag of er voldoende arbeidscapaciteit is voor de ambitie de komende tien jaar 100.000 woningen per jaar te bouwen.

Van Bruggen Adviesgroep constateert dat in het coalitieakkoord op bescheiden schaal ook aandacht besteed wordt aan senioren en dan vooral via woningcoöperaties. Van Bruggen Adviesgroep adviseert veel meer rekening te houden met de sterk wijzigende demografie in de komende decennia. De toenemende senioriteit van de bevolking, in minder fijne woorden ook wel vergrijzing genoemd, leidt tot andere woonbehoeften. Als de nieuwe minister in zijn woonbeleid daar niet nadrukkelijk rekening mee houdt, dan kan wellicht de woningnood over tien jaar opgelost zijn, maar hebben we een nieuw structureel probleem voor de woningmarkt: een woningmarkt die niet aansluit bij de wensen van een belangrijk en groeiende groep van de bevolking.

Door het komend decennium meer woningen te bouwen voor senioren, zal er doorstroming plaatsvinden, waardoor ook woningen voor starters en middengroep beschikbaar komen. Beide uitdagingen van de woningmarkt lossen hiermee op.

Groep senioren groeit fors

Kijken we naar de demografische ontwikkeling van onze bevolking, dan zien we vooral dat de leeftijdsgroepen 75 tot 85 jaar en 85 jaar en ouder de komende decennia een forse groei doormaken. Tot en met 2040 groeit ook de groep 65 tot 75 jaar hard.

Een oudere bevolking betekent ook dat de woonbehoeften veranderen. Mede door overheidsbeleid wonen ouderen steeds langer op zichzelf. Maar we zien ook steeds meer scheefwoners ontstaan; ouderen die niet meer in een woning wonen die bij hen past. Dat is gedeeltelijk een bewuste keuze van ouderen, vooral omdat ze graag in een voor hen vertrouwde woning willen wonen. Maar in toenemende mate komt het ook doordat er onvoldoende en niet op de juiste locatie passende seniorenwoningen zijn te vinden. Overigens is dat een aanname, omdat er onvoldoende diepgaand onderzoek is gedaan naar de echte woonbehoeften van senioren. Dat zou wat ons betreft ook een belangrijke suggestie zijn aan de nieuwe minister: onderzoek hoe en waar senioren zouden willen wonen.

Senioren wonen steeds vaker in een koopwoning

Een trend is dat de bevolking steeds ouder wordt én die ouder wordende bevolking woont ook steeds vaker in een koopwoning. In onderstaande taartgrafieken staat het eigenwoningbezit in absoluut aantal huishoudens per leeftijdscategorie en als percentage van het totaal eigenwoningbezit voor 2010 en 2020. De gegevens zijn gebaseerd op cijfers van het CBS.

Een paar conclusies:

• In de periode 2010 tot en met 2020 is het eigenwoningbezit (zowel absoluut als relatief) in de leeftijdscategorieën 25-35 jaar en 35-45 jaar gedaald, iets dat aantoont dat starters steeds moeilijker een woning kunnen vinden.

• Het eigenwoningbezit (zowel absoluut als relatief) is fors gestegen bij alle leeftijdscategorieën vanaf 55 tot 65 jaar. Met de grootste absolute groei in de leeftijdscategorie 65 tot 75 jaar; het aantal huishoudens in die leeftijdscategorie steeg met 260.000 naar 744.500 (een stijging van bijna 54% in 10 jaar). Ook de leeftijdscategorie 75 tot 85 jaar zag een stijging van 54%, maar de grootste relatieve stijger was in de leeftijdscategorie 85 jaar en ouder, met bijna 75%.

Verwachte behoefte aan koopwoningen voor senioren

Als wij de verschuiving bij 65-plussers uit de afgelopen tien jaar doortrekken naar 2030, dan is er een extra behoefte aan ongeveer 400.000 extra woningen voor deze groep en voor de periode 2030-2040 nog eens aan 200.000 woningen. Dit is een voorzichtige prognose, omdat we daarmee nog geen rekening houden met een groeiende behoefte bij de huidige generatie veertigers tot en met zestigers om op hogere leeftijd een koopwoning te bezitten.

Een deel van de bestaande koopwoningen voldoet aan de behoeften van senioren. Maar met de stijgende leeftijd zal steeds vaker behoefte zijn aan woningen die nog specifieker gericht zijn op senioren. Denk aan zaken als drempelvrij, gelijkvloers, onderhoudsvriendelijk en zorgvriendelijk.

Woonbeleid gericht op senioren goed voor de gehele woningmarkt

Een goed woonbeleid dat méér dan in de huidige plannen rekening houdt met de stijgende senioriteit, zorgt voor meer doorstroming op de woningmarkt. Het kabinet zet wel in op seniorenwoningen bij de bouw van coöperatiewoningen, maar belangrijk is dus dat ook een steeds groter deel van de senioren behoefte heeft aan koopwoningen- of appartementen. Het liefst in de huidige eigen buurt. Een mogelijke oplossing hiervoor kan liggen in het ombouwen van kantoorpanden tot senioren community’s, waarbij er ook extra voorzieningen zijn voor de vitale senioren. Of de optie van het verruimen van de mogelijkheden om een recreatiewoning als volwaardige woning te gebruiken. Wij juichen het ook toe dat er meer ruimte komt voor alternatieve woonvormen en coöperatieve woonprojecten die door bewoners zelf worden ontwikkeld, maar zien ook een rol voor dit kabinet om hier een stimulerende rol bij te spelen. Wij denken dat er genoeg ideeën zijn die ervoor kunnen zorgen dat senioren óók over kunnen én willen stappen naar een andere woning en daarmee de doorstroming opgang brengen, die vervolgens ook het woningtekort voor starters en middengroepen verkleind.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

Hypotheek afsluiten in 2022? Dit zijn de wijzigingen

04 januari 2022

We besteden aandacht aan de belangrijkste wijzigingen en aandachtspunten voor 2022. Ook kijken we terug op de hypotheekrente ontwikkeling in het afgelopen jaar, de laatste tien jaar en tot slot sinds 1965.

Belangrijkste wijzigingen 2022

Op de valreep van 2021 kregen we dan toch nog een coalitieakkoord gepresenteerd en krijgen we over enkele dagen een nieuw kabinet. Op het gebied van Wonen staan er grote ambities in het coalitieakkoord. Het zal nog een grote uitdaging zijn voor het nieuwe kabinet om de ambitie jaarlijks 100.000 nieuwe woningen te bouwen, te realiseren. Het wegnemen van allerlei drempels rond bijvoorbeeld stikstof en vergunningverlening is waarschijnlijk nog lastig om in de praktijk te brengen. Verder is de kans groot dat bij de bouw van woningen we er tegenaan lopen dat er onvoldoende vakmensen beschikbaar zijn. Maar laten we positief het nieuwe jaar ingaan: de ambitie is er en er wordt ook geld beschikbaar gesteld.

Het bouwen van huizen vergt tijd, waardoor de verlichting op de woningmarkt niet meteen effect zal hebben in 2022. De huizenprijzen stijgen waarschijnlijk dan ook door in 2022, maar waarschijnlijk wel iets minder hard dan in 2021. Als de huidige trend doorzet, wisselen er in 2022 minder woningen van eigenaar.

NHG-grens omhoog naar € 355.000,-

De NHG-kostengrens gaat in 2022 omhoog naar € 355.000,-. Is er sprake van energiebesparende maatregelen, dan mag de maximale hypotheek € 373.600,- zijn. De stijging van de maximale koopsom naar € 355.000,- houdt geen gelijke tred met de stijging van de gemiddelde huizenprijzen. Daardoor kunnen minder huishoudens gebruikmaken van NHG. Dat is extra vervelend voor starters, die in tegenstelling tot doorstromers niet de beschikking hebben over een forse overwaarde vanuit hun oude woning.

Vaste lasten worden belangrijker dan sec de hypotheeklasten

De meeste huizenbezitters hebben de hypotheekrente voor een lange periode vastgezet, waardoor ze zekerheid hebben over de bruto hypotheeklasten voor een lange periode. De hogere inkomens krijgen dit jaar nog wel te maken met een verlaging van de maximale hypotheekrenteaftrek van 43% naar 40% en volgend jaar van 40% naar ongeveer 37%. Vaak zijn de gevolgen hiervan redelijk beperkt. Het nieuwe kabinet gaat niet verder tornen aan de hypotheekrenteaftrek.

Gemiddeld valt het ook in 2022 erg mee met de stijging van de gemeentelijke belastingen, die uitkomt op 2,1%. Vereniging Eigen Huis heeft becijferd dat een huishouden gemiddeld € 851,- kwijt is aan onroerendzaakbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing. Gemiddeld betekent dat je ook geluk of pech kunt hebben, want de verschillen tussen gemeenten kunnen groot zijn. Zowel qua hoogte van de tarieven, als de stijging of daling in 2022.

Energietarieven

Voor sommige huishoudens zullen de energietarieven de belangrijkste wijziging zijn. Een groot deel van de huishoudens heeft de energietarieven voor meerdere jaren vast staan, waarbij het ook dan zo kan zijn dat je juist in 2022 een nieuw energietarief krijgt. Heb je geen vast tarief, dan is er een grote kans dat het tarief per 1 januari omhoog is gegaan. Dit kunnen forse stijgingen zijn. Gelukkig compenseert de overheid dit (deels) door de korting op energiebelasting in 2022 te verhogen. We moeten er rekening mee houden dat de energierekening een steeds groter deel van onze maandelijkse vaste kosten in gaat nemen.

Verduurzamen

Je kunt de energiekosten omlaag brengen door te verduurzamen. Door de gestegen energietarieven verwachten we dat in 2022 veel huishoudens naar de mogelijkheden van verduurzaming zullen kijken. Je kunt bijvoorbeeld denken aan zonnepanelen, een warmtepomp en allerlei vormen van isolatie.

Woningonderhoud

Een andere kostenpost die hoger uit kan vallen, is onderhoud en woningverbetering. Zo zien we dat veel materiaalkosten het afgelopen jaar gestegen zijn. Daarnaast wordt er in Nederland volop verbouwd en verduurzaamd, waardoor ook aannemers steeds hogere bedragen kunnen vragen voor de arbeid die ze leveren.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.