Wie het woningmarktnieuws volgt, krijgt soms het gevoel dat de berichten elkaar tegenspreken. De ene dag lees je dat woningen steeds duurder worden en dat kopers nog altijd moeten overbieden. De volgende dag verschijnen berichten dat het aanbod juist sterk groeit en dat kopers meer keuze krijgen.
Hoe zit het nu echt?
De werkelijkheid is dat beide berichten waar zijn. Er is sprake van een woningmarkt vol tegenstrijdigheden. Daarom noemen wij het: de paradox op de woningmarkt.
Op het eerste gezicht lijkt de woningmarkt af te koelen. Volgens NVM-woningmarktcijfers zetten woningeigenaren in het tweede kwartaal een recordaantal woningen te koop. Kopers kunnen daardoor uit meer woningen kiezen dan een jaar geleden. Op dit moment staan op Funda bijna 59.000 woningen te koop. Dat wil zeggen beschikbaar en exclusief de woningen waar de verkoop in onderhandeling is. Dat is ongeveer 15% meer dan vorig jaar.
Toch blijven de huizenprijzen stijgen. Uit cijfers van het CBS en het Kadaster blijkt dat bestaande koopwoningen in juli 2026 nog altijd bijna 4% duurder waren dan een jaar eerder. De gemiddelde verkoopprijs kwam zelfs voor het eerst boven de € 500.000 uit.
Meer aanbod leidt dus nog niet tot lagere prijzen. Daarvoor is het woningtekort simpelweg nog te groot.
Misschien merk je het zelf ook als je op zoek bent naar een andere woning. Er staan meer huizen te koop en bezichtigingen verlopen vaak iets rustiger dan enkele jaren geleden. Toch is van een ruime markt nog geen sprake. De vraag blijft groter dan het aanbod. De NVM spreekt nog steeds van een krappe woningmarkt, ondanks de verbeteringen die zichtbaar zijn. Als koper heb je daardoor meer mogelijkheden om woningen te vergelijken. Maar aantrekkelijke woningen verkopen vaak nog steeds snel.
Goed nieuws is dat in de eerste vijf maanden van 2026 gemeenten bouwvergunningen afgaven voor 42.855 woningen. Dat is 28% meer dan de 33.405 woningen voor dezelfde periode vorig jaar.
Tegelijkertijd blijft het aantal daadwerkelijk opgeleverde woningen achter. In het eerste kwartaal leverden aannemers 16.430 nieuwbouwwoningen op. Het aantal nieuwbouwwoningen met een vergunning neemt dus toe, terwijl de bouw nog moet starten of bezig is. Voor de lange termijn is dat positief. Tenminste als aannemers projecten niet afblazen.
Landelijk gezien stijgen de woningprijzen nog steeds. Toch vertelt dat cijfer slechts een deel van het verhaal.
In enkele gemeenten daalden de prijzen zelfs licht, terwijl we in andere regio’s juist sterke prijsstijgingen zien. Ook tussen de grote steden en andere delen van Nederland ontstaan steeds grotere verschillen. In Amsterdam bleven de prijzen bijvoorbeeld vrijwel stabiel, terwijl diverse gemeenten in Oost- en Noord-Nederland juist bovengemiddelde stijgingen noteerden.
De Nederlandse woningmarkt bestaat niet uit één landelijke markt maar uit regionale markten met elk hun eigen dynamiek. Het algemene beeld van de woningmarkt zegt dus niet alles over de woning die jij in jouw stad of dorp wilt kopen of verkopen.
Op sommige punten wordt kopen weer makkelijker. Er staan meer woningen te koop, kopers hebben meer keuze en krijgen vaker de tijd om na te denken voordat ze een bod uitbrengen.
Tegelijkertijd blijft een koopwoning voor veel starters financieel lastig bereikbaar. De gemiddelde verkoopprijs ligt inmiddels boven de € 500.000 en de betaalbaarheid staat daardoor nog altijd onder druk. Vooral starters en alleenstaanden merken dat woningprijzen vaak sneller stijgen dan hun inkomen.
Met andere woorden: de zoektocht naar een woning wordt makkelijker voor vooral doorstromers, maar veel starters kunnen nog steeds niet kopen of alleen tegen een hoge maandlast. Of ze moeten hulp krijgen van hun ouders of in aanmerking komen voor een starterslening.
Plan een vrijblijvende kennismaking
Wil je weten wat jouw kansen zijn op de woningmarkt? We kijken naar jouw persoonlijke situatie en leggen helder uit wat er voor jou mogelijk is.
