Vraag een stel dat een huis koopt wat zij als grootste risico zien. Meestal noemen zij één van de volgende twee antwoorden:

  1. Overlijden van een van beiden
  2. Waardedaling van de woning

Kans op ziekte groter dan overlijden

De kans dat jij of je partner overlijdt is kleiner dan de kans dat een van jullie door ziekte of arbeidsongeschiktheid langere tijd minder of geen inkomen heeft.

Toch sluiten de meeste stellen wel een overlijdensrisicoverzekering (ORV) af. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) of woonlastenverzekering slaan zij vaak over. Veel gehoorde reacties zijn: ‘Dat overkomt ons toch niet’ of ‘Dan gaan we wel goedkoper wonen’.

Raak je arbeidsongeschikt, dan kun je je woning verkopen. Toch is het daarna vaak lastig om met een lager of onzeker inkomen opnieuw een hypotheek te krijgen voor een goedkopere woning. ‘Dat overkomt mij niet’, dachten waarschijnlijk ook de naar verwachting ruim 70.000 mensen die in 2025 een WIA-uitkering aanvroegen.

Wil je in je woning blijven wonen zonder arbeidsongeschiktheids- of woonlastenverzekering, dan moet je het inkomensverlies volledig zelf opvangen. Dat kan alleen als je partner meer gaat werken, je een grote spaarbuffer hebt of flink bezuinigt op je maandelijkse uitgaven. Heb je een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG), dan kijkt deze organisatie samen met je geldverstrekker of je maandlasten omlaag kunnen.

Een relatiebreuk heeft vaak grote gevolgen

Als je samen een huis koopt, denk je liever niet aan een relatiebreuk. Toch gebeurt het vaker dan je denkt. Van huwelijksscheidingen zijn cijfers bekend. Over samenwonenden die uit elkaar gaan, zijn geen exacte cijfers. Naar schatting eindigen jaarlijks ongeveer 70.000 langdurige relaties.  

Heb je samen met je partner een koopwoning en ga je uit elkaar, dan sta je voor de keuze:

Jullie verkopen de woning

In de huidige markt is de kans op een restschuld klein. Dat kan anders zijn als jullie de woning recent kochten, veel overboden en de woning nu minder waard is.

 Voor de meesten is het wel een uitdaging om daarna alleen een andere koopwoning te vinden. Heb je veel overwaarde, dan krijg je daarvan de helft mee. Toch zien we in de praktijk dat een van beiden noodgedwongen weer bij de ouders gaat wonen.

Jij blijft in de woning

Besluiten jullie dat jij in de woning blijft wonen, dan moet je voldoende inkomen hebben om de hypotheek alleen te dragen én moet je opnieuw voldoen aan de inkomens- en leennormen van de geldverstrekker.

Meestal moet je ook je partner uitkopen voor zijn of haar helft van de overwaarde. Dat bedrag moet je financieren met spaargeld of door je hypotheek te verhogen.

Je partner blijft in de woning

Blijft je partner in de woning, dan koopt hij of zij jou uit. Hoe langer geleden jullie de woning kochten, hoe groter jouw deel van de overwaarde. Dat kan een mooi startkapitaal zijn voor een volgende woning.

Houd er wel rekening mee dat woningen duurder zijn geworden. Bij de meeste geldverstrekkers kun je als vertrekkende partner de lage rente niet meenemen. Bespreek samen – eventueel met een adviseur – welke financiële compensatie redelijk is als je partner de lage rente mag behouden.