Loopt je rente binnenkort af, dan krijg je een nieuw voorstel. Je krijgt waarschijnlijk een rente die bijna twee keer zo hoog is als je nu hebt.
Zette je in 2016 je rente tien jaar vast met NHG, dan lag je rente waarschijnlijk net onder de 2%. In 2026 krijg je een nieuw voorstel, met een rente rond de 4%.
Het is nog onzeker wat de hypotheekrente de komende maanden doet. Duurt de oorlog in Iran langer en raken meer olie- en gasinstallaties beschadigd, dan stijgt de inflatie verder. Daardoor kan ook de hypotheekrente verder stijgen. De vraag is alleen met hoeveel.
Een verdubbeling van de rente betekent geen verdubbeling van je maandlasten
Een rentestijging van ongeveer 2% naar 4% klinkt fors. Maar een verdubbeling van de rente betekent meestal geen verdubbeling van je maandlasten. Waarschijnlijk heb je een volledige of gedeeltelijke annuïteitenhypotheek. Je maandlast bestaat dan uit een deel rente en een deel aflossing. Alleen het rentedeel stijgt, terwijl het aflossingsdeel juist daalt.
Een voorbeeld:
Lars en Larissa kochten in september 2016 hun eerste woning. Voor hun hypotheek geldt:
- Hypotheekvorm: annuïteitenhypotheek
- Hoogte hypotheek: € 240.000,-
- Rente 10 jaar vast met NHG: 1,8%
- Bruto maandlast: € 863,-
- Netto maandlast, exclusief eigenwoningforfait: € 763,-
Hun rente loopt in september af. Dit betekent:
- Rente 10 jaar vast met NHG: 4,0%. (Op dit moment. Dit kan nog stijgen of dalen.)
- Bruto maandlast: € 1.054,-
- Netto maandlast, exclusief eigenwoningforfait: € 838,-
Kortom: de rente verdubbelt, de bruto maandlast stijgt met € 191,- en de netto maandlast met € 75,-.
Krijg je een nieuwe rente, dan gaan je maandlasten serieus omhoog. Toch is dit voor veel woningeigenaren goed op te vangen. Hun inkomen is de afgelopen jaren vaak gestegen. Daardoor zijn de netto hypotheeklasten, als percentage van het inkomen, nog steeds lager dan bij het afsluiten van de hypotheek.
Hypotheekrenteaftrek dempt de stijging
Het kabinet twijfelt nog over maatregelen om de gevolgen van hogere energieprijzen te beperken. Maar voor een stijging van de hypotheekrente geldt al een belangrijke dempende werking: de hypotheekrenteaftrek.
De overheid neemt een deel van de rentestijging voor haar rekening. Voor de meeste inkomens is de aftrek 37,56% van de betaalde hypotheekrente. Alleen de aftrek voor inkomens onder ongeveer € 39.000,- is lager, met 35,75% voor mensen jonger dan de AOW-leeftijd en 17,85% voor mensen vanaf de AOW-leeftijd.
Met een aflossingsvrije hypotheek stijgen je lasten meer
Heb je een volledige of deels aflossingsvrije hypotheek? Dan zijn de gevolgen voor je maandlasten groter.
Een (vereenvoudigd) voorbeeld:
Harald en Larissa kochten in september 2016 een andere woning. Zij namen hun aflossingsvrije hypotheek mee. Dit waren hun hypotheek en maandlasten:
- Hypotheek: € 200.000,- aflossingsvrij en € 200.000,- annuïteitenhypotheek
- Rente 10 jaar vast zonder NHG: 2,5%
- Bruto maandlast: € 1.207,-
- Netto maandlast, exclusief eigenwoningforfait: € 931,-
Hun rente loopt ook in september af. Dit betekent:
- Rente 10 jaar vast zonder NHG: 4,2%. (Op dit moment. Dit kan nog stijgen of dalen.)
- Bruto maandlast: € 1.619,-
- Netto maandlast, exclusief eigenwoningforfait: € 1.167,-
Kortom: de rente verdubbelt, de bruto maandlast stijgt met € 412,- en de netto maandlast met € 236,-.
Kort of lang vastzetten, wat kies je?
Je kunt kiezen voor een korte rentevaste periode in plaats van een lange. Bij de meeste geldverstrekkers kun je bijvoorbeeld kiezen voor 1 jaar vast. Die rente is iets lager, meestal 0,1% tot 0,5%, afhankelijk van je geldverstrekker. De maandlaststijging is dus maar iets lager dan bij tien jaar vast.
Daalt de rente over een jaar, dan kun je daarna alsnog kiezen voor tien jaar vast. Maar hoe de rente zich ontwikkelt, weet niemand. De rente kan ook hoger zijn dan nu. Kies je steeds voor 1 jaar vast, dan houd je flexibiliteit. Tegelijk loop je het risico dat de rente langere tijd hoog blijft.
Het is daarom een persoonlijke keuze. Heb je weinig financiële ruimte, kies dan voor meer zekerheid met een langere rentevaste periode.
