De overheid ziet dat de huidige regels lastig uitvoerbaar zijn. Veel mensen weten namelijk niet precies wanneer hun recht op renteaftrek stopt. In dit artikel lees je wat er speelt, voor wie dit geldt en welke oplossingen de politiek onderzoekt.
Wanneer stopt de hypotheekrenteaftrek?
Voor een eigen woning mag je de hypotheekrente maximaal dertig jaar aftrekken. Die regel bestaat sinds 2001.
Heb je vóór 2001 al een koopwoning met hypotheek? Dan kan de renteaftrek voor een deel van je hypotheek stoppen vanaf 2031. Kocht je later je eerste woning? Dan verschuift dat moment mee. Kocht je bijvoorbeeld in 2004 je eerste huis? Dan stopt de renteaftrek waarschijnlijk vanaf 2034.
Voor welke hypotheken geldt dit?
De maximale termijn van dertig jaar speelt vooral bij aflossingsvrije hypotheken.
Bij een annuïteitenhypotheek of lineaire hypotheek los je de lening binnen dertig jaar af. Daardoor ontstaat meestal geen probleem. Ook bij een spaarhypotheek of bankspaarhypotheek is de hypotheek vaak volledig afgelost aan het einde van de looptijd.
Heb je een beleggingshypotheek of levenhypotheek? Dan kan er wel een restschuld overblijven. Dat deel geldt daarna als aflossingsvrije hypotheek. De rente daarvan is dan niet meer aftrekbaar.
Wie krijgt hiermee te maken?
Vooral oudere huiseigenaren krijgen hiermee te maken. Voor 2013 kozen veel mensen voor een volledig of gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek. Sinds 2013 geldt dat nieuwe aflossingsvrije hypotheken geen recht meer geven op hypotheekrenteaftrek.
Naar schatting hebben ongeveer 2,7 miljoen mensen nog een aflossingsvrije hypotheek van vóór 2013. Bijna elke 50-plusser (en soms ook jonger) heeft een kleine of iets grotere aflossingsvrije hypotheek waarvan de renteaftrek na 30 jaar stopt.
Waarom ontstaat er nu een probleem?
Veel mensen weten niet precies wanneer hun renteaftrek stopt. Dat komt doordat hypotheken in de loop der jaren vaak veranderen. Misschien verhuisde je, sloot je een nieuwe hypotheek af of financierde je een verbouwing. Ook een scheiding of nieuwe partner kan invloed hebben gehad op je hypotheek. Daardoor gelden soms verschillende einddata voor verschillende hypotheekdelen.
Voor hypotheekadviseurs is dit al jaren een uitdaging. Zij moeten vaak oude hypotheekgegevens opvragen om te bepalen hoe lang je nog recht hebt op renteaftrek. Maar veel mensen hebben die documenten niet meer.
Ook het Ministerie van Financiën erkent nu dat dit een groot probleem is.
Welke oplossingen liggen op tafel?
Een eerste optie voor de politiek is om niets te doen. De Belastingdienst moet er dan op vertrouwen dat mensen zelf aangeven wanneer zij de termijn van dertig jaar bereiken. Dit zijn volgens ambtenaren de belangrijkste varianten.
1. Hypotheekrenteaftrek stopt voor alle aflossingsvrije hypotheken in 2031
Bij deze optie stopt de hypotheekrenteaftrek voor alle aflossingsvrije hypotheken van vóór 2013 per 2031. Dat is eenvoudig voor de Belastingdienst. Tegelijkertijd levert dit de overheid veel geld op, ongeveer € 1,4 miljard per jaar tussen 2031 en 2042.
Deze oplossing pakt vooral nadelig uit voor mensen die pas tussen 2001 en 2012 een aflossingsvrije hypotheek afsloten. Iemand die voor het eerst in december 2012 een huis kocht en aflossingsvrije hypotheek afsloot, heeft volgens de huidige regels recht op aftrek tot en met 2042. Maar in deze variant stopt de aftrek al in 2031. Daardoor loopt deze woningeigenaar 12 jaar renteaftrek mis.
Vergeleken met een woningeigenaar die vanaf 2013 een aflossingsvrije hypotheek afsloot, blijft er nog steeds een voordeel bestaan. De woningeigenaar uit 2012 mag de rente 18 jaar langer aftrekken.
2. Hypotheekrenteaftrek loopt voor alle aflossingsvrije hypotheken tot 2043
In deze variant houdt iedereen met een aflossingsvrije hypotheek van vóór 2013 recht op renteaftrek tot en met 2042. Pas in 2043 stopt de aftrek definitief.
Voor huiseigenaren is dit gunstiger. Vooral mensen die al vóór 2001 een aflossingsvrije hypotheek hadden, profiteren hiervan. De overheid loopt hierdoor wel veel belastinginkomsten mis.
3. Hypotheekrenteaftrek wordt langzaam afgebouwd tussen 2031 en 2043
Dit is een tussenoplossing. De renteaftrek blijft bestaan tot en met 2042, maar vanaf 2031 wordt het belastingvoordeel ieder jaar iets lager.
Daardoor krijgen huiseigenaren meer tijd om zich financieel aan te passen. Voor de overheid zijn de kosten lager dan bij volledige verlenging. Nadeel is dat deze oplossing ingewikkelder wordt voor de Belastingdienst.
Naast deze drie hoofdvarianten noemen de ambtenaren ook nog verschillende subvarianten. Dit zijn de twee belangrijkste:
- De aftrek voor aflossingsvrije hypotheken eindigt per 2031. Wel mag je de aflossingsvrije hypotheek voor 2031 omzetten in een annuïteitenhypotheek. Je mag de rente voor de annuïteitenhypotheek aftrekken tot en met 2042. Daarna eindigt de aftrek.
- De aftrek voor aflossingsvrije hypotheken eindigt per 2031, maar je mag je aflossingsvrije hypotheek voor 2031 omzetten in een annuïteitenhypotheek. Je krijgt dan weer recht op maximaal 30 jaar aftrek.
Wil je weten wat dit voor jouw situatie betekent?
Het einde van de hypotheekrenteaftrek kan invloed hebben op je netto maandlasten. Vooral als je een grotere aflossingsvrije hypotheek hebt.
Wij helpen je graag om inzicht te krijgen in jouw hypotheek en maandlasten.
