Nu meerdere politieke partijen in hun verkiezingsprogramma pleiten voor de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek, heeft financieel dienstverlener Van Bruggen een doorrekening gemaakt van de gevolgen voor huiseigenaren. Van Bruggen merkt veel sentiment en zorgen rondom de afbouw van de hypotheekrenteaftrek, maar adviseert consumenten en politiek om objectief te kijken naar de gevolgen. Deze zijn bij geleidelijke uitfasering over 15 jaar te overzien.
“De hypotheekrenteaftrek schiet zijn doel voorbij,” zegt Jan Thale Haandrikman, directeur van Van Bruggen. “Het fiscale voordeel zorgt voor scheve bevoordeling van huizenkopers ten opzichte van huurders en jaagt de huizenprijzen verder op. Daarmee wordt een betaalbare koop- of huurwoning voor jonge mensen steeds minder bereikbaar.”
Rekenvoorbeeld: effecten in de praktijk
Bij een annuïteitenhypotheek van € 363.000, het gemiddelde hypotheekbedrag dat starters in 2025 aanvragen, stijgt de netto hypotheeklast bij de huidige regels van € 1.255 in jaar 1 naar € 1.338 in jaar 10. Wordt de renteaftrek in 15 jaar afgebouwd, dan loopt de netto maandlast in jaar 10 op naar €1.560. Dat is een extra stijging van € 222 in 10 jaar tijd. Per jaar gaat het dus om een stijging van ongeveer twee tientjes per maand in vergelijking met de huidige situatie.
Inkomens groeien in de praktijk echter harder. Tussen 2015 en 2025 steeg het modale inkomen met 41%. Hierdoor neemt het deel van het inkomen dat naar de hypotheek gaat nog steeds af. Daardoor is een hoger maandbedrag aan hypotheeklasten voor de meeste mensen prima te behappen.
Hoe sterk huiseigenaren de gevolgen uiteindelijk echt zullen voelen, hangt verder af van keuzes van een nieuw kabinet op het gebied van belastingen en inkomensbeleid. Op dit moment loopt de overheid jaarlijks circa 11,2 miljard euro mis aan inkomsten door de hypotheekrenteaftrek. Dat bedrag kan bij een afschaffing worden herverdeeld. Wanneer deze middelen deels worden gebruikt voor bijvoorbeeld een verlaging van de inkomstenbelasting, kan dat de lastenstijging voor
huiseigenaren aanzienlijk verzachten.
Starters voelen de gevolgen sterker
Niet iedereen merkt de gevolgen even hard. Starters voelen de impact van een lagere renteaftrek sterker dan huiseigenaren die al langer een hypotheek hebben. Bij een annuïteitenhypotheek betaal je in de eerste jaren vooral rente, waardoor het voordeel van renteaftrek groter is. Hoe langer de hypotheek loopt, hoe kleiner dit effect wordt.
Ook speelt de hypotheekrente zelf een rol. Veel huiseigenaren hebben vóór 2022 hun rente langdurig vastgezet tegen een laag tarief van 1% tot 2%. Voor hen valt de verlaging van de aftrek relatief mee. Starters daarentegen sluiten vaak een hypotheek af met een rente van 3,5% tot 4,0%, waardoor de afbouw harder voelbaar is.
Geen oplossing voor woningtekort
Van Bruggen benadrukt dat de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek op zichzelf het woningtekort niet oplost. Daarvoor zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. “Wij roepen de politiek op om met de vrijgekomen middelen ook te investeren in woningbouw, zodat er daadwerkelijk meer betaalbare koop- en huurwoningen beschikbaar komen”, aldus Haandrikman.
Heldere communicatie door politiek essentieel
Haandrikman onderstreept verder het belang van transparantie: “We merken dat veel mensen zich zorgen maken als ze horen over de afschaffing van de renteaftrek. Die reactie is heel begrijpelijk. Tegelijkertijd zien we dat de gevolgen minder ingrijpend zijn dan wordt gevreesd, mits er wordt gekozen voor afbouw over tenminste 15 jaar. De uitdaging voor een nieuw kabinet is om helder te communiceren wat er verandert en wat dit betekent. En voor consumenten geldt: laat je goed informeren. Een hypotheekadviseur kan inzicht geven in wat de afbouw in jouw persoonlijke situatie betekent.”