Kosteloos eerste gesprek
100% onafhankelijke financieel advies
We vergelijken ruim 40 geldverstrekkers
Telefonisch, online of op de vestiging
  • Michiel Meijer
  • Algemeen Directeur

Michiel Meijer

Mijn naam is Michiel Meijer (50 jaar), algemeen directeur bij Van Bruggen Adviesgroep en de Nederland Hypotheek Groep. Na mijn studie rechten ben ik nu ruim 20 jaar werkzaam in het ‘financieel advies vak’. Naast onder meer gewerkt te hebben bij ING, ABN AMRO en de Hypotheker ben ik sinds 2018 werkzaam bij van Bruggen Adviesgroep. Het helpen van consumenten bij het realiseren van hun (woon) wensen is mijn lust en mijn leven. Naast diverse marketing opleidingen (NIMA B en C en online marketing) beschik ik ook over diverse financieel inhoudelijke opleidingen (WFT’s) en ben ik Financieel Planner (FFP).

Als directeur heb ik regelmatig contact met diverse landelijke consumentenmedia zoals het AD.

- Leencapaciteit huizenkopers onder druk door almaar stijgende hypotheekrente
- Laat ouderen vaker hun huis verzilveren met opeethypotheek
- Dit zijn de gevolgen op de woningmarkt bij de afschaffing van de 'jubelton'

Maar ook met verschillende vakmedia zoals InFinance, VVP online, Kop-Munt en AMweb. Ook maak ik met enkele branchegenoten de podcast ‘De Hypotheken’.

Meer publicaties van Michiel Meijer

21 september 2022

Prinsjesdag 2022: dit zijn de belangrijkste plannen op een rij

Het kabinet heeft afgelopen dinsdag de plannen voor 2023 bekendgemaakt. De miljoenennota staat dit jaar in het teken van de koopkracht, omdat steeds meer huishoudens in de knel komen door de hoge gas- en energierekening én inflatie. Het kabinet komt met veel plannen om huishoudens tegemoet te komen. We zetten de belangrijkste voor je op een rij op het gebied van: KoopkrachtEnergieBelasting WonenPensioen   Koopkracht: De koopkrachtcijfers laten zien hoeveel inkomen huishoudens gemiddeld te besteden hebben. De algehele koopkracht is sterk afgenomen door de hoge inflatie. Huishoudens met een laag of gemiddeld inkomen worden momenteel hard geraakt. Het kabinet wil deze huishoudens helpen bij de koopkrachtproblemen. Het gaat om een 'historisch' koopkrachtpakket. Huishoudens krijgen volgend jaar 3,9% meer te besteden, blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau CPB. Dat is een ‘reparatie’ omdat de koopkracht dit jaar bijna 7% achteruit gaat.   Energie:   Tijdelijk prijs-plafond voor energietarieven Met een prijsplafond wil het kabinet vanaf 1 november 2022 de energierekening van de burgers verlagen. Deze tijdelijke maatregel loopt door tot eind 2023. Op welk bedrag de prijs wordt vastgezet, is nog niet helemaal zeker. Er wordt gedacht aan een prijsplafond van maximaal € 1,50 voor een kuub gas en € 0,70 per kWh, inclusief overheidsheffingen. De lage prijs geldt voor de eerste 1200 kuub gas en de eerste 2400 kWh stroom. Wie meer verbruikt, betaalt hiervoor het hogere contractuele tarief. De korting die een gemiddeld huishouden krijgt, omgeven met onzekerheden, is € 2.280,- op jaarbasis. Bovenstaand voorstel voor het tijdelijke energieprijs-plafond moet echter nog wel officieel door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Vermindering energiebelasting onzeker Door de invoering van het energieprijs-plafond gaat de verlaging van de energiebelasting voor 2023 waarschijnlijk niet door. Btw-tarief op energie van 9% naar 21% Sinds 1 juli 2022 geldt een tijdelijke verlaging van het btw-tarief voor de levering van stroom, aardgas of stadswarmte. Dit lage tarief geldt ook over de netbeheerkosten op de energienota. Het verlaagde btw-tarief van 9% eindigt op 1 januari 2023. Per die datum geldt het reguliere btw-tarief van 21%. Energietoeslag Het kabinet heeft besloten om in 2023 de energietoeslag voort te zetten. Gemeenten mogen in 2023 een eenmalige energietoeslag van ongeveer € 1.300,- beschikbaar stellen aan huishoudens met een laag inkomen. Hoe deze compensatie is ingericht, verschilt per gemeente. Noodfonds Het kabinet verwacht dat ruim 600.000 mensen als gevolg van de gestegen energieprijzen in 2022 in de financiële problemen komen. Hiervoor wordt een speciaal noodfonds opgericht om te voorkomen dat kwetsbare huishoudens met een betalingsachterstand te grote schulden opbouwen. De energieleverancier zal eerst een coulante betalingsregeling voor de energierekening aanbieden. Mocht dit niet voldoende zijn dan kunnen huishoudens bij het noodfonds terecht dat voor maximaal de winterperiode het bedrag uitkeert aan de energieleverancier. Btw-tariefverlaging aanschaf en installatie zonnepanelen Vanaf 1 januari 2023 geldt een 0% btw-tarief op zowel losse als in het dak opgenomen zonnepanelen. Huiseigenaren hoeven dan niet langer btw te betalen bij de aankoop van zonnepanelen. Nu betalen huiseigenaren nog 21% btw op zowel de aanschaf- als plaatsingskosten waarbij zij een groot deel van de btw kunnen terugvorderen bij de Belastingdienst. Deze tariefverlaging geldt ook voor een tweede set zonnepanelen. Afbouw salderingsregeling Als zonnepaneeleigenaar ontvang je nu nog een terugleververgoeding voor de opgewekte stroom die je zelf niet gebruikt. Ook wel salderen genoemd. Het kabinet wil met ingang van 1 januari 2025 de salderingsregeling jaarlijks stapsgewijs afbouwen. In 2031 zal de salderingsregeling volledig zijn afgebouwd. Om huishoudens te beschermen, wil het kabinet in de wet opnemen dat huishoudens recht hebben op een redelijke terugleververgoeding van minstens 80% van de marktprijs (exclusief belastingen).   Belasting:   Flinke stijging WOZ-waarde In 2022 wordt een flinke stijging van ongeveer 15% verwacht van de WOZ-waarde. De WOZ-beschikking wordt in het begin van ieder jaar verstuurd naar alle huiseigenaren. De WOZ-waarde is bepalend voor de hoogte van een aantal belastingen. Denk aan de gemeentelijke belastingen zoals de onroerendezaakbelasting (ozb) en rioolheffing. Het waterschap gebruikt het voor het heffen van de watersysteemheffing. En de Belastingdienst voor bijvoorbeeld inkomstenbelasting (via het eigenwoningforfait), schenkbelasting en erfbelasting. Controleer daarom goed of de WOZ-waarde goed is vastgesteld. Zo niet, teken dan bezwaar aan. Wijziging belastingheffing over vermogen (box 3) In 2023 geldt een heffingsvrij vermogen in box 3 van € 57.000,- (in 2022 was dit € 50.650,-). Voor fiscale partners geldt een heffingsvrij vermogen van € 114.000,- (in 2022 was dit € 101.300,-). Box 3 belastingtarief wordt in 2023 met 1% verhoogd naar 32% (in 2022 was dit 31%). Vrijstelling schenken (jubelton) afgebouwd Tot het einde van dit jaar (31 december 2022) is het nog mogelijk om tot € 106.671,- belastingvrij te schenken. De schenkingsvrijstelling eigen woning (jubelton) wordt per 1 januari 2023 verlaagd tot € 28.947,-. De vrijstelling zal per 1 januari 2024 helemaal worden afgeschaft. Heb je dus plannen om te gaan schenken, doe het dan nog dit jaar! Startersvrijstelling overdrachtsbelasting voor duurdere woning De woningwaardegrens van de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting wordt per 1 januari 2023 verhoogd van € 400.000,- naar € 440.000,-. Laatste afbouwstap hypotheekrenteaftrek Als je jaarinkomen hoger is dan € 73.031,- heb je per 1 januari 2023 minder voordeel van de hypotheekrenteaftrek: het aftrekpercentage daalt van 40% naar 36,93%. Dit is het tarief van de eerste inkomstenbelastingschijf. Ook de rente over restschulden, betaalde alimentatie en giften zijn tegen dit lagere percentage aftrekbaar.  Aftrekpost wet Hillen wordt verder afgebouwd Heb je geen of een kleine hypotheekschuld? Oftewel: is je eigenwoningforfait hoger dan je aftrekbare kosten, zoals de hypotheekrenteaftrek? Dan heb je volgens de Wet Hillen recht op een extra aftrekpost ter grootte van het verschil. Deze aftrek wordt sinds 2019 in 30 jaar afgebouwd.In 2023 is nog 83,34% van het positieve verschil tussen de aftrekbare kosten eigen woning en het eigenwoningforfait aftrekbaar; in 2022 was dit 86,67%. Omdat je door deze afbouw mogelijk inkomen uit je eigen woning krijgt, kan het zijn dat je meer inkomstenbelasting gaat betalen. Verlaging eigenwoningforfait Voor woningen met een WOZ-waarde tot 1,2 miljoen wordt in 2023 het percentage van het eigenwoningforfait verlaagd naar 0,35% (2022: 0,45%). Voor woningen boven de 1,2 miljoen blijft het percentage 2,35%. Of deze daling leidt tot een lager eigenwoningforfait is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarde.   Wonen:   Tot 2031 € 100 miljoen per jaar beschikbaar voor woningbouwplannen Voor de bouw van extra woningen stelt het Kabinet vanaf 2022, voor de periode van tien jaar, jaarlijks €100 miljoen beschikbaar. Dit geld is bedoeld voor nieuwe woningbouwplannen, niet voor de versnelling van bestaande projecten. Gemeente mag de helft van koop- en huurhuizen toewijzen aan eigen inwoners Het kabinet wil dat gemeenten met ingang van volgend jaar de helft van alle koop- en huurwoningen kunnen toewijzen aan mensen die al binnen de gemeente wonen. Ook mensen met een cruciaal beroep, zoals leraren en verpleegkundigen, mogen voorrang krijgen. Deze aanpassingen in de Huisvestingswet moeten nog politiek behandeld worden. Het gaat bij het toewijzen zowel om nieuwbouwwoningen als om bestaande woningen. Bij koopwoningen geldt de wetswijziging alleen voor huizen onder de prijsgrens van de Nationale Hypotheek Garantie (op dit moment 355.000 euro of minder). Studieschuld en hypotheek Voor koopstarters wordt bij het aanvragen van een hypotheek de actuele studieschuld bepalend. Nu is dat nog de oorspronkelijke studieschuld. Het Nibud onderzoekt, in het kader van het jaarlijkse adviesrapport over de leennormen, hoe dit vormgegeven kan worden.   Pensioen:   Verhoging AOW-uitkering Het kabinet verhoogt aankomend jaar het wettelijk minimumloon. Per saldo stijgt het minimumloon met 10,15% vanaf 1 januari 2023. De AOW-uitkering blijft gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en stijgt hierdoor mee met het minimumloon. De AOW-uitkering wordt hierdoor ook ruim 10% hoger.   Wetsvoorstel toekomst pensioenen Het kabinet wil graag dat het nieuwe pensioenstelsel ingaat vanaf 1 januari 2023. Het kabinet gaat voor een nieuwe premieregeling, waarbij de inleg en de opbouw meer geïndividualiseerd worden. De doorsneepremie verdwijnt. Ook is het doel dat de pensioenuitkering eerder kan worden verhoogd als de financiële resultaten goed zijn. De pensioenuitkering kan daarbij eerder worden verlaagd als de financiële resultaten slecht zijn. Verder moet het nieuwe pensioenstelsel zorgen voor een transparanter en persoonlijk pensioen.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

13 september 2022

Hoge inflatie en hoge rente ook van invloed op hypotheekmogelijkheden

Over het algemeen is wel bekend dat een hogere rente betekent dat je minder hypotheek kunt krijgen. Logisch ook omdat bij een hogere rente je maandlasten hoger zijn. Waarbij het niet zo is dat als de rente verdubbeld of verdrievoudigd je opeens maar de helft of een derde aan hypotheek kunt krijgen. Dat komt omdat een annuïteitenhypotheek een dempende werking heeft op de stijging van de brutolasten bij een hogere rente; de aflossingscomponent in het bruto maandbedrag gaat de begin jaren namelijk omlaag. Hypotheeknormen te ruim Toen de hypotheeknormen vorig jaar werden vastgesteld was nog niet voorzien hoeveel de inflatie dit jaar zou zijn. Inmiddels worden consumenten geconfronteerd met veel hogere uitgaven voor energie, brandstof en boodschappen. Dat betekent dat er in feite minder geld overblijft om uit te geven aan wonen. Jaarlijks worden de hypotheeknormen aangepast en de rekenmeesters zijn druk bezig om de normen voor 2023 vast te stellen. Om te voorkomen dat er grote sprongen zitten in hoeveel iemand bij een bepaald inkomen kan lenen, is afgesproken dat bij het bepalen van de hypotheeknormen gekeken wordt naar niet alleen het afgelopen jaar maar naar een paar jaren in het verleden, namelijk het voorgaande jaar en de drie daaraan voorgaande jaren. Ofwel, voor de hypotheeknormen voor 2023 wordt gekeken naar een gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2022. De Nederlandsche Bank (DNB) en Autoriteit Financiële Markten (AFM) hebben al aangegeven dat de huidige hoge inflatie meegewogen moeten worden in de nieuwe financieringslastpercentages, in plaats van dat die hoge inflatie van dit jaar slechts voor een kwart meegenomen wordt. Als hun terechte advies wordt meegenomen, is de kans dan ook groot dat de financieringslastpercentages lager uitpakken dan dit jaar. Belangrijke rol bij adviseurs, ook nu al Ook nu al ligt er een belangrijke rol bij hypotheekadviseurs. Zij moeten niet alleen kijken naar de wettelijk vastgelegde norm, maar vooral ook goed kijken naar de individuele situatie van de klant. De hypotheeknormen zijn gebaseerd op één uniform huishouden met relatief lage uitgaven terwijl bijvoorbeeld een gezin met meerdere kinderen een veel hoger uitgavenpatroon kan hebben, waardoor er ook minder geld is om aan wonen uit te geven. In de praktijk zien we dat consumenten minder spaarruimte hebben door onder andere hogere energienota’s en duurdere boodschappen. Dat betekent minder ruimte voor buffers en daarom moeten consumenten ook nu al voorzichtiger zijn met maximaal lenen. Lagere financieringslastpercentages, hogere rente en hogere inkomens Zoals het er nu uitziet is de kans redelijk aanwezig dat we in 2023 lagere financieringslastpercentages gaan zien in combinatie met een mogelijk hogere rente. Die combinatie leidt tot een lagere maximale hypotheek. Dat zal waarschijnlijk maar voor een beperkt deel gecompenseerd kunnen worden door hogere inkomens. Dit treft starters over het algemeen meer dan doorstromers omdat starters vaker dan doorstromers de maximale leencapaciteit nodig hebben.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

01 september 2022

Verkoop of uitkoop bij einde relatie

In het jaar zijn er altijd twee pieken waarin er meer relaties worden verbroken. De eerste is aan het begin van het nieuwe jaar (als de Kerst net achter de rug is) en de tweede is na de zomervakantie. Op een vakantie blijken de onderlinge frustraties vaak duidelijker dan in de normale thuissituatie en blijkt dat ‘het proberen’ geen succes heeft opgeleverd. Opvallend is overigens dat het aantal echtscheidingen al enkele jaren achter elkaar daalt. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat ook het aantal beëindigde relaties daalt, omdat mensen ook steeds vaker kiezen voor samenwonen in plaats van trouwen; alleen zijn daar geen CBS cijfers over beschikbaar. Een kind of een huis Uit elkaar gaan heeft naast de emotionele kant ook een zakelijke kant. Als er een kind of kinderen zijn, dan is het belangrijk om goede afspraken te maken. Bij wie gaat het kind of kinderen wonen of wordt er gekozen voor co-ouderschap? Hopelijk kun je zelf of samen met een scheidingsmediator goede afspraken maken. Denk bijvoorbeeld aan zaken als de afspraken rond het kind/kinderen, alimentatie (kind en of partner), pensioenverdeling en verdeling van de spullen. En het grootste van die ‘spullen’ is dan vaak de woning. Verkoop of uitkoop? Ben je samen eigenaar van de woning dan zijn er bij een scheiding meestal twee opties: 1. Verkoop van de woning Kun of wil jij of je voormalig partner niet in de woning blijven wonen, dan moet de woning verkocht worden. Dankzij de gestegen huizenprijzen in de afgelopen jaren zal er meestal sprake zijn van overwaarde. Dat wil zeggen, de woning levert meer op dan dat er nog aan hypotheek resteert. Maar in een enkel geval is er sprake van een tegenvallende verkoopprijs, waardoor er na aflossing van de hypotheek een restschuld overblijft. Zowel in het geval van overwaarde als bij een restschuld krijgt elk in de helft van die overwaarde respectievelijk restschuld. Bij een restschuld maak je afspraken met de geldverstrekker over het terugbetalen van de restschuld. Is er sprake van een hypotheek met NHG, dan bestaat de mogelijkheid dat (een deel van) de restschuld wordt kwijtgescholden of dat de hypotheek aangepast wordt, zodat toch één van beide in de woning kan blijven wonen. In de meeste gevallen is er echter sprake van overwaarde en dan moet je rekening houden met de bijleenregeling en de fiscale regels rond de eigen woningschuld. Om te beginnen de bijleenregeling. Koop je binnen drie jaar een nieuwe woning, dan moet je deze overwaarde gebruiken om de hypotheek op de nieuwe woning te verlagen. Doe je dat niet, dan is over dit deel de hypotheekrente niet aftrekbaar. Verder moet je er rekening mee houden dat je al enkele jaren hypotheekrenteaftrek hebt gehad. Bij de nieuwe hypotheek wordt daar rekening mee gehouden. Het is aan te raden om naar een financieel adviseur te gaan om te laten berekenen hoeveel je maximaal aan hypotheek kunt krijgen. Als namelijk rekening wordt gehouden met je bestaande hypotheek, dan kan dat wel eens lager uitvallen dan de vereenvoudigde berekeningen op websites, die met name geschikt zijn voor starters. 2. Uitkopen van de ander Als jij of je partner in de woning blijft wonen, dan dient de woning en hypotheek op naam gezet te worden van die persoon. Dat kan niet zomaar. De hypotheek is namelijk oorspronkelijk verstrekt op twee personen en twee inkomens. Voor degene die de woning verlaat, moet ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid worden verleend door de geldverstrekker. Een geldverstrekker zal daar alleen mee akkoord gaan als het inkomen van de achterblijvende partner voldoende is om de hypotheek alleen te dragen. Maar met alleen ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid ben je er meestal niet. Een complicerende factor is tegenwoordig vaak de overwaarde in de woning. De partner die de woning verlaat heeft recht op de helft van die overwaarde. Soms lukt het de achterblijvende partner om die helft van de overwaarde te betalen uit andere financiële middelen en/of door meer spullen toe te bedelen aan de vertrekkende partner. Maar vaak moet dit gefinancierd worden door de hypotheek te verhogen. De achterblijvende partner moet dan niet alleen de al bestaande hypotheek in zijn eentje kunnen betalen, maar ook de verhoging. Juist door de sterk gestegen overwaardes is dit regelmatig een grote uitdaging. Is er sprake van partneralimentatie, dan houdt de geldverstrekker daar rekening mee bij het bepalen van het inkomen. Dat betekent dat als de achterblijvende partner partneralimentatie ontvangt de geldverstrekker rekening houdt met de ontvangen alimentatie. Houd er daarbij wel rekening mee dat dit alleen geldt voor de periode dat die alimentatie loopt. Betaalt de achterblijvende partner alimentatie, dan drukt dit zijn maximale hypotheekmogelijkheden. Dat kan betekenen dat er alsnog niks anders op zit dan de woning te verkopen. Maar soms kan een scheidingsmediator of financieel adviseur helpen om een oplossing te vinden in het totaalpakket waardoor verkoop van de woning voorkomen kan worden. Bijvoorbeeld doordat de geldverstrekker en/of NHG een oplossing biedt of doordat een oplossing buiten de hypotheek gevonden wordt. Nieuwe woning vinden is een uitdaging Voor degene die de woning verlaat is er ook een uitdaging en in het geval van verkoop zijn dat er dus twee. Hoewel je een zak geld overhoudt ter grootte van de helft van de overwaarde, is het in de huidige woningmarkt lastig om een andere betaalbare huur- of koopwoning terug te vinden. We zien in de praktijk ook regelmatig dat na een relatiebreuk er weer tijdelijk onderdak wordt gezocht bij de ouders.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

30 augustus 2022

Aflossingsvrije hypotheek op retour door hoge rente

In de afgelopen maanden heeft er een grote verandering plaatsgevonden in het aantal afgesloten aflossingsvrije hypotheken in verhouding tot aflossende hypotheken. Het aandeel van aflossingsvrije hypotheken is van 45%, het hoogtepunt in februari van dit jaar, gedaald naar ‘slechts’ 31% in augustus. Dat betekent ook een belangrijke breuk met het verleden. In de afgelopen jaren steeg het aantal aflossingsvrije hypotheken van 35% in 2018 naar 45% in februari 2022. In maart is de kentering ingezet naar 31% in augustus. Hoge rente zorgt voor minder aflossingsvrij Wie een nieuwe aflossingsvrije hypotheek afsluit (dus geen voorzetting) kan de hypotheekrente niet aftrekken. Aftrek geldt alleen maar bij een annuïteiten- of lineaire hypotheek. De afgelopen jaren stond de rente enorm laag, met tarieven tussen de 1% en 2%, en dan is de hypotheekrenteaftrek ook niet zo hoog. Maar nu de hypotheekrentes tussen de 3% en 4% bewegen, loop je ineens wel veel hypotheekrenteaftrek mis. We leggen dat uit aan de hand van een voorbeeld, waarbij we het eigenwoningforfait buiten beschouwing laten. Stel je hebt een extra hypotheek nodig van € 60.000,- voor een grote verbouwing. Vorig jaar kon je de rente op het dieptepunt 20 jaar vastzetten voor 1,3%. Bij een annuïteitenhypotheek was je ruim € 201,- per maand kwijt, waarbij 2/3e bestond uit aflossing en slechts € 65,- aan rente (waarbij het aflossingsdeel in de tijd iets groter wordt). Netto was je ongeveer € 177,- kwijt. Door voor een aflossingsvrije hypotheek te kiezen, betaalde je alleen de rente van € 65,-, die dan wel niet aftrekbaar was, maar wel ruim € 100,- lager dan de nettohypotheeklast bij een annuïteitenhypotheek. Uitgaande van een rente van 3,7% ben je bij een annuïteitenhypotheek nu € 276,- kwijt, waarvan 1/3e in de eerste maanden bestaat uit aflossing en het grootste deel is nu rente, namelijk € 185,-. Netto ben je ongeveer € 208,- kwijt. Door voor een aflossingsvrije hypotheek te kiezen ben je nog geen € 25,- goedkoper uit. Je betaalt namelijk € 185,- aan rente, die niet aftrekbaar is. Door net iets meer te betalen, heb je aan het einde van de looptijd wel de hypotheek helemaal afgelost. Overigens is het wel zo dat die netto maandlast bij een annuïteitenhypotheek elke maand iets oploopt, doordat je bij deze hypotheek steeds minder rente gaat betalen als gevolg van de maandelijkse aflossing op de hypotheek. Maar duidelijk is dat het veel minder gunstig geworden is om een aflossingsvrije hypotheek af te sluiten. Waarom nog wel veel aflossingsvrij bij 50-plussers Op basis van dit rekenvoorbeeld zou je wellicht verwachten dat er helemaal geen aflossingsvrij meer wordt afgesloten, maar toch is nog ruim 30 procent van alle hypotheekdelen nog een aflossingsvrije hypotheek. Daarbij zien we ook een groot verschil tussen 50-plussers en 50-minners. Bij die laatste groep is ongeveer 20% van de hypotheken (overal waar we spreken over hypotheken, gaat het over hypotheekdelen) aflossingsvrij en bij 50-plussers is dat ruim 53%. Dus meer dan de helft van de afgesloten hypotheken! Er zijn drie belangrijke oorzaken waarom 50-plussers veel meer aflossingsvrij afsluiten en we benoemen die in volgorde van belangrijkheid. 1. OvergangsregimeDe hypotheekrente is bij een nieuwe aflossingsvrije hypotheek niet aftrekbaar. Maar wie een hypotheek heeft afgesloten voor 1-1-2013 kan gebruik maken van het overgangsregime. Dat betekent dat voor het deel van de hypotheek waar op 31-12-2012 hypotheekrenteaftrek gold, de hypotheekrenteaftrek is blijven bestaan en die mag ook meegenomen worden als je de hypotheek oversluit of een nieuwe woning koopt. Koop je een duurdere woning waar je een hogere hypotheek voor nodig hebt en sluit je voor dat meerdere een aflossingsvrije hypotheek, dan is de hypotheekrente over dat deel niet aftrekbaar. Veel 50-plussers hebben zo’n bestaande hypotheek, die ze op grote schaal voortzetten bij oversluiting of bij de aankoop van een nieuwe woning. Het is zelfs zo dat als ze bijvoorbeeld een bestaande (bank-)spaar-, leven-, beleggings- of annuïteitenhypotheek, die al liep op 31-12-2012, omzetten in een aflossingsvrije hypotheek, ze recht blijven houden op hypotheekrenteaftrek. Door die omzetting betalen ze alleen nog maar rente en geen aflossingmeer, waardoor de bruto en netto maandlast omlaag gaan. Aandachtspunt voor deze 50-plussers is nog wel dat ze er rekening mee moeten houden dat de hypotheekrente maximaal 30 jaar aftrekbaar is. Er komt dus wel een einde aan die aftrek. 2. Lenen voor consumptief doelBij 50-plussers wordt vaker een hypotheek afgesloten voor een ander doel dan de aankoop of verbouwing van een woning. Bijvoorbeeld voor de aankoop van een camper, auto, vakantiewoning of een schenking aan een kind/kinderen of voor de financiering van eerder stoppen met werken of aanvulling van het pensioen. Als je leent voor één van deze doelen dan is de hypotheekrente sowieso al niet aftrekbaar. Een aflossingsvrije hypotheek is dan veel goedkoper dan bijvoorbeeld een annuïteitenhypotheek. Stel je koopt een camper van € 60.000,- tegen een 20 jaar vaste rente van 3,7% dan ben je bruto en netto € 276,- per maand kwijt bij een annuïteitenhypotheek. Bij een aflossingsvrije hypotheek is dat € 185,-. Dat scheelt toch € 90,- per maand. Waarbij je er natuurlijk wel goed van bewust moet zijn dat je niet aflost op deze hypotheek en je dus nog steeds rente betaalt, zelfs als de camper allang ter ziele is. 3. Grote overwaardeTot slot is het zo dat met het vorderen van de leeftijd de overwaarde steeds groter is. Een grote groep 50-plussers kiest daarom liever voor de lage maandlast van de aflossingsvrije hypotheek omdat ze niet zo nodig nog extra overwaarde hoeven op te bouwen in de hypotheek.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

24 augustus 2022

PERSBERICHT - Twee derde vijftigplussers wil eerder stoppen met werk

-  Senioren wegen financiële consequenties van vervroegd pensioen-  Onrust onder kwart Nederlanders over hoogte pensioenopbouw-  Alleenstaande vrouwen beter op de hoogte én meer bezorgd APELDOORN, 3 augustus 2022 – Ruim zestig procent van de werkende vijftigplussers wil eerder dan de AOW leeftijd met pensioen. Dat blijkt uit onderzoek van Van Bruggen Adviesgroep onder ruim 1.500 senioren. Momenteel ligt de AOW-leeftijd op 66 jaar en zeven maanden. In 2024 loopt deze nog verder op naar 67 jaar. Zes procent wil het liefst nooit stoppen met werken. 87 procent van de vijftigplussers bouwt momenteel pensioen op of heeft dat in het verleden gedaan. Twee derde geeft aan een goed beeld van de hoogte van dat pensioen te hebben. “Het is goed om te zien dat een groot deel van de senioren stilstaat bij hun toekomstige, financiële situatie”, zegt Michiel Meijer, algemeen directeur bij Van Bruggen Adviesgroep. “In de praktijk zie ik veel senioren inventariseren of zij eerder kunnen stoppen of minder kunnen gaan werken. Daarbij is het belangrijk om vooruit te kijken: in hoeverre bestaat de financiële ruimte om af te bouwen? Ruim één op de vijf vijftigers die eerder wil stoppen met werken, wil dat al doen op zestigjarige leeftijd. Nog eens een extra één op de vijf wil dit doen op 62 of 63-jarige leeftijd. “Dat vraagt om een overbrugging van vier tot zeven jaar en is alleen te realiseren als je ruim op tijd een financieel plan hebt, maar dit ontbreekt vaak in de praktijk”, stelt Meijer, die ziet dat zestigers noodgedwongen meer realiteitszin hebben. “Doordat ze vaak niet op tijd een financieel plan hebben gemaakt, zien zij in dat er vaak geen financiële ruimte is om heel veel eerder te stoppen.” Uit het onderzoek blijkt dat zij hun vervroegd pensioen daarom later plannen, op 64, 65, 66 of gewoon 67-jarige leeftijd. Zorgen over hoogte van pensioen Een kwart van de vijftigplussers (23%) maakt zich zorgen of zij uiteindelijk afdoende pensioen hebben opgebouwd. Bij alleenstaanden is dit met 31 procent ietwat hoger. Meijer: “Het maakt uit of jij alleen verantwoordelijk bent voor de vaste lasten of dat je dit samen met een partner doet. Wat ook een rol speelt is de aanwezigheid van kinderen die misschien studeren.” Huishoudens zonder (thuiswonende) kinderen hebben, zo blijkt uit de resultaten, een beter beeld van de financiële situatie over tien jaar. Alleenstaande vrouwen meer bezorgd over toekomst Vrouwen weten iets minder goed wat de hoogte is van hun aanstaande pensioen dan mannen: 59 tegenover zeventig procent. “In het geval van een relatiebreuk of echtscheiding leidt dit regelmatig tot zeer ongewenste situaties. We zien vaak dat de financiële situatie van de vrouwelijk ex-partner aanzienlijk slechter is dan zij dacht”, aldus Meijer. Focus je op alleenstaanden, dan zijn vrouwen juist beter geïnformeerd: 62 versus 54 procent. Ook weten alleenstaande vrouwen beter wat stoppen met werk zou betekenen voor hun financiële situatie dan mannen: 52 tegenover 35 procent. 36 procent van de alleenstaande vrouwen maakt zich zorgen over de hoogte van hun pensioen, tegenover 26 procent van de alleenstaande mannen Van Bruggen Adviesgroep Als landelijke organisatie met onafhankelijke, financieel adviseurs heeft Van Bruggen Adviesgroep een duidelijk hoofddoel: dé meest klantvriendelijke dienstverlener van Nederland worden én bij alle life-events altijd het verschil kunnen maken voor de klant.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

02 augustus 2022

Groeiende onzekerheden bij nieuwbouw

Een belangrijk motto van dit kabinet is ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Maar dat is in de huidige tijd nog niet zo makkelijk. Gemeenten willen een goede prijs voor hun grond, terwijl aannemers voorzichtig zijn, omdat in combinatie met stijgende bouwkosten nieuwbouwwoningen wel betaalbaar moeten blijven. Voordat er daadwerkelijk gebouwd kan worden, moeten vergunningen geregeld zijn, wat steeds moeilijker wordt als gevolg van stikstofproblemen en juridische procedures die door omwonenden of andere belangenpartijen worden opgestart. Aannemers hebben verder te maken met een tekort aan personeel en bouwmaterialen die steeds duurder worden en/of moelijker te verkrijgen. Kortom: nieuwbouw gaat niet van een leien dakje. Als potentiële nieuwbouw koper moet je daarom ook extra letten op een aantal zaken. Gaat het project wel door? Rente lang genoeg geldig Net als de projectontwikkelaar moet je als koper van een nieuwbouwproject maar hopen dat het project ook daadwerkelijk doorgaat. Steeds vaker neemt de bouwer een opschortende voorwaarde op, omdat bepaalde vergunningen nog geregeld moeten worden of omdat er nog een juridische procedure loopt. Als koper is het van belang dat de hypotheekofferte lang genoeg geldig is en dat je indien nodig de offerte kunt verlengen. Want niemand weet hoe de hypotheekrente zich verder zal ontwikkelen en dan wil je niet dat opeens je hypotheekofferte niet meer geldig is, omdat de vergunning voor de bouw langer op zich laat wachten en je een nieuwe hypotheek moet aanvragen tegen mogelijk een hogere rente . De geldigheid van de hypotheekofferte en de mogelijkheid om te verlengen en de daarbij behorende kosten verschilt sterk per geldverstrekker. Langere bouwduur Als je een nieuwbouwwoning koopt, zit je tijdelijk met dubbele woonlasten. Namelijk de hypotheek- of huurlasten van je huidige woning, maar ook beginnen de kosten voor je nieuwe woning te lopen zodra je bij de notaris bent geweest. Naarmate de bouw vordert, nemen de kosten toe voor de nieuwe woning. Het is belangrijk om die dubbele woonlasten goed te begroten en ook om daar een goede marge bij aan te houden. Want als de bouw langer duurt, heb je ook langer te maken met dubbele woonlasten. Extra kosten De NVM waarschuwt dat steeds vaker aannemers een deel van de snel stijgende bouwkosten (deels) willen doorbelasten aan de koper. De NVM geeft aan dat aannemers vaker geen vaste prijzen afgeven voor projecten. Let hier dus goed op in de koopaannemingsovereenkomst. Heb je hier te maken, zorg dan dat je een extra goede buffer hebt om prijsverhogingen op te kunnen vangen. Houd bij je begroting ook rekening met toekomstige prijsstijging van zaken die je zelf nog moet aanschaffen, bijvoorbeeld een keuken of badkamer die je zelf gaat plaatsen, een vloer of tuininrichting. Het is altijd al verstandig om een goede extra marge aan te houden, omdat er in de praktijk altijd onverwachtse extra kostenposten zijn. Maar het is verstandig deze nu extra te verhogen en zo rekening te houden met mogelijke kostenverhogingen. Overbrugging: hanteer conservatieve waarde huidige woning In veel gevallen is de huidige woning nog niet verkocht als de nieuwbouwwoning wordt aangekocht. Omdat de bouw enkele maanden duurt en de oplevering soms meer dan een jaar of zelfs twee jaar kan duren, wordt de huidige woning vaak pas op een later moment verkocht. In de afgelopen jaren viel dat financieel gunstig uit, omdat de huizenprijzen stegen en je op een later tijdstip meer voor je woning kreeg. Maar in de huidige markt is het een stuk onzekerder tegen welke waarde je de woning in de toekomst kunt verkopen. Wellicht gaat dat tegen een lagere prijs dan je nu verwacht dat die oplevert. Het is daarom van belang om een conservatieve waarde te hanteren bij het vaststellen van de overbruggingshypotheek. Reken liever met tussen de 80 à 90% van de verwachte waarde van de woning, dan met 100%. Je kunt namelijk makkelijk een extra aflossing doen als de verkoopwaarde achteraf gezien meevalt. Maar je wilt niet terug naar de geldverstrekker om een extra hypotheek af te sluiten als de verkoopwaarde tegenvalt. Het alternatief is om je woning ongeveer tegelijkertijd met de aankoop van de nieuwbouwwoning te verkopen. Dan weet je waar je aan toe bent. Je zou af kunnen spreken met de koper van je woning dat de overdracht van de woning pas plaatsvindt op het moment van de oplevering van de nieuwbouwwoning. De koper moet daar dan natuurlijk wel mee akkoord gaan. Waarbij de positie van de koper in de huidige markt sterker wordt en de kans groot is dat deze een korte termijn qua overdracht zal vragen.
Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste (rente)nieuws.

28 juni 2022

Wat merkt de consument van de renteverhogingen?

De financiële markten zijn al weken onrustig door de stijgende rentes en de hoog oplopende inflatie. Maar wat betekenen de stijgende spaar- en hypotheekrentes eigenlijk voor jou als consument? Spaarrente De spaarrente wordt bepaald op de internationale geldmarkt en is dus sterk afhankelijk van het rentebeleid dat de Europese Centrale Bank (ECB) voert. In 2008 ontvingen spaarders nog gemiddeld 2,9% rente op hun spaargeld. Afgelopen jaar moesten spaarders met meer dan € 100.000,- echter geld betalen om het geld op de spaarrekening te stallen.  Om de Europese economieën aan te jagen, stelde de ECB een negatieve beleidsrente in. Geld lenen werd spotgoedkoop, en voor banken werd het onvoordelig om geld ‘vast’ te laten staan op spaarrekeningen. De ECB heeft onlangs aangekondigd dat het de beleidsrente met ongeveer twee procentpunt gaat opschroeven tussen juli 2022 en mei 2023. Door dit besluit komen de banken ook in beweging. Rabobank maakte bekend de negatieve spaarrente te halveren van -0,5% naar -0,25% vanaf € 100.000,-. ING volgde met de mededeling dat het de negatieve rente voor grote spaarders gaat afschaffen. Voorlopig hoeven spaarders er echter niet op te rekenen dat de spaarrente weer richting het niveau van 2008 gaat. Daarvoor is de ECB-rente nog te laag. Bovendien kan het soms jaren duren voordat de spaarrentes meegaan met de beleidsrente van de ECB. Hypotheekrente In tegenstelling tot de vrij statische spaarrente wordt de hypotheekrente bepaald door de kapitaalmarkt. Bij deze rente zijn de rentesprongen de afgelopen weken een stuk groter. Bij een stijgende hypotheekrente worden vooral starters getroffen. Deze groep, die het op de oververhitte huizenmarkt al zwaar te verduren hebben, krijgen door de stijging van de hypotheekrente nog minder leenruimte. Rekenvoorbeeld: In onderstaand rekenvoorbeeld gaan we uit van een stel dat samen € 83.400,- verdient en met de huidige rente van 3,7% een hypotheek wil aanvragen. Met dat inkomen kunnen ze een hypotheek krijgen van € 422.783,-, ongeveer de gemiddelde huizenprijs op dit moment. Als de hypotheekrente stijgt tot 4,2%, kan datzelfde stel nog maximaal € 412.153,- lenen. Stijgt de hypotheekrente verder tot bijvoorbeeld 5,2%, dan kan dit stel nog maximaal € 398.690,- lenen. Begin januari was de hypotheekrente voor de meest verstrekte hypotheek (met een rentevaste periode van 20 jaar) nog 1,4%. Afgelopen week stond die op 3,7%, ruim anderhalf keer hoger. We sluiten niet uit dat de rentes de 4% gaan overschrijden. Naast dat het fictieve stel minder kan lenen, stijgen de maandlasten mee als de hypotheekrente stijgt. Het stel uit het voorbeeld moet bij de huidige rente van 3,7% € 1.946,- bruto per maand betalen, als zij het huis kopen voor € 422.783,-. Stijgt de hypotheekrente naar 4,2%, dan betalen ze € 122,- per maand meer en lossen ze ook nog eens minder af. Stijgt de rente naar 5,2% dan stijgt de bruto maandlast naar € 2.322,-. Kortere rentevaste periode meer in trek? Inmiddels zijn ook hypotheken met een kortere rentevaste periode meer in trek. Omdat mensen hopen dat het over tien jaar beter is, kiezen ze vaker voor een hypotheek met een wat kortere rentevaste periode – al biedt dat ook geen garanties. Als je een econoom vorig jaar gevraagd had hoe hoog de hypotheekrente zou staan, dan had niemand je dit kunnen zeggen. Omdat de meeste huizenkopers hun hypotheekrente voor periodes van tien tot twintig jaar vastzetten, is een hogere hypotheekrente vooral vervelend voor wie in de tussentijd de renteperiode afloopt. Hoewel sommige huizenbezitters er ook op vóóruit gaan. Wie in 2002 zijn hypotheekrente voor twintig jaar vastzette, deed dat tegen een hogere rente dan nu. Voor deze groep kan het dus interessant zijn om de hypotheek over te sluiten. Door de hypotheek over te sluiten, kunnen ze mogelijk besparen op hun maandelijkse hypotheeklasten. Ook krijgen ze zekerheid over wat ze de hele rentevaste periode aan maandlasten zullen gaan betalen. Ze hebben dus zicht op de maandelijkse kosten voor de hypotheek over tien, vijftien of twintig jaar. Wil je advies over wat jij in jouw situatie het beste kunt doen? Ga in gesprek met een financieel adviseur. Maak een afspraak
03 mei 2022

Overwaarde gebruiken voor pensioenaanvulling

De overwaarde op woningen is de afgelopen jaren fors gestegen. Wie eerder wil stoppen met werken of na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd wat extra geld te besteden wil hebben, kan een deel van die overwaarde te gelde maken. Je moet daar wel goed bij bedenken dat als je dat geld vervolgens hebt uitgegeven, er wel een hypotheekschuld resteert, waarover je in ieder geval rente moet betalen. Overwaarde gebruiken voor pensioenaanvulling De overwaarde van mensen rond de AOW-leeftijd is fors gestegen. Vooral dankzij de gestegen huizenprijzen. Maar we zien nog een belangrijk verschil met jongere generaties; hun gemiddelde hypotheek ligt een behoorlijk stuk lager. Dat heeft twee verschillende redenen. In de eerste plaats woont de oudere generatie al langer in hun huidige woning, waardoor de gemiddelde prijs waarvoor zij de woning gekocht hebben, lager ligt. Want hoe langer terug in de tijd, hoe lager de aankoopprijs. En dus was er ook een kleinere hypotheek nodig. Daarnaast heeft de oudere generatie ook langer de tijd gehad om af te lossen op de hypotheek. De gemiddelde 65- tot 75-jarige met een koopwoning heeft nog een hypotheek van iets minder dan € 90.000,-, terwijl dat voor dertigers en begin veertigers nog meer dan twee ton is.  De gemiddelde overwaarde van 55- tot 75-jarigen ligt net onder de twee-en-halve ton (gebaseerd op de laatst bekende cijfers van het CBS uit 2020; waarbij we dus weten dat de gemiddelde huizenprijzen en overwaardes alleen maar verder zijn gestegen).  Overwaarde in een woning geeft een fijn gevoel, maar is alleen slechts een papieren rijkdom. Wie minder wil gaan werken of zelfs eerder wil stoppen met werken, kan de overwaarde gebruiken om de lagere inkomsten tot het moment van het bereiken van de AOW- (pensioen) gerechtigde leeftijd te overbruggen. Een andere mogelijkheid is om de overwaarde te gebruiken om een eventueel pensioeninkomen een stukje aan te vullen. We laten het zien aan de hand van drie voorbeelden. Minder werken Zou je graag een dag minder willen werken en ga je bijvoorbeeld van vijf naar vier dagen, dan lever je bruto 20% salaris in. Netto is dat vaak wat minder. Je inkomsten worden dus lager, maar het is ook zaak om naar je uitgaven te kijken, omdat die misschien ook wel iets omhooggaan als je wat meer vrije tijd hebt (als je nu nog een bedrag per maand weet te sparen zonder concreet doel, heb je een kleiner bedrag nodig om maandelijks te overbruggen als je minder gaat werken). Stel je hebt berekend dat je € 500,- per maand extra nodig hebt om eerder te stoppen met werken; dat is op jaarbasis € 6.000,-. Als je vijf jaar eerder wilt stoppen met werken, heb je dus als aanvullingsbedrag in die periode € 30.000,- nodig. Als je een aflossingsvrije hypotheek afsluit en je doet dat bijvoorbeeld tegen een rente van 3%, dan betaal je daar maandelijks € 75,- extra voor. Wil je echt € 500,- meer te besteden hebben per maand, dan moet je een iets hogere hypotheek nemen van € 34.500,-. Je zet vervolgens dit geld op een spaarrekening en boekt daar maandelijks € 575,- van over naar je betaalrekening.  Kan iedereen zomaar die € 34.500,- extra lenen? Nee, want de geldverstrekker moet wel akkoord gaan. Die kijkt onder andere naar het inkomen. Is dat nu en in de toekomst voldoende om de hypotheeklasten van te kunnen betalen? Dus er wordt ook gekeken of het toekomstige pensioeninkomen voldoende is om de eventuele huidige en de nieuwe hypotheek te kunnen betalen. Daarnaast wordt gekeken of de aflossingsvrije hypotheek niet meer is dan 50% van de waarde van de woning, waarbij ook een eventuele bestaande aflossingsvrije hypotheek meegerekend wordt.  Tot slot moet je je goed realiseren dat ook na die vijf jaar overbrugging die extra hypotheek gewoon doorloopt, waarvoor dus ook de rentelast blijft gelden. Maar daardoor heb je wel voor jezelf vijf jaar lang meer vrije tijd gekocht. Eerder stoppen met werken Als je mensen vraagt of ze tot hun AOW-gerechtigde leeftijd blijven doorwerken, dan zeggen de meeste mensen van niet. Bijzonder daarbij is dat jongere mensen dat vaker zeggen dan bijvoorbeeld 50’ers en 60’ers. Blijkbaar realiseren die laatsten zich al meer dat als je eerder wilt stoppen met werken, een overbrugging behoorlijk in de papieren gaat lopen. Stel je hebt nu een inkomen van € 50.000,- per jaar en je wilt drie jaar eerder stoppen met werken.  Dan moet je toch al snel € 36.000,- per jaar overbruggen (bij benadering je netto jaarlijkse inkomen). Dat is dus € 108.000,- in totaal. Als je ook de extra maandelijks te betalen rente uit dit potje wilt betalen, dan heb je een aflossingsvrije hypotheek van ongeveer € 120.000,- nodig. De maandelijkse extra rentelast is dan € 300,-.  Heb je nog een bestaande hypotheek waar je tot nu toe nog hypotheekrenteaftrek op had, dan is het goed om je te realiseren dat die wegvalt (als je geen inkomen meer hebt). Er zijn mogelijk meer fiscale gevolgen, zoals het wegvallen van de arbeidskorting (heffingskorting). Ook bouw je minder pensioen op, omdat de pensioenbijdrage via je werkgever vervalt. Pensioenaanvulling vanaf AOW-gerechtigde leeftijd Als je bij het bereiken van je AOW-gerechtigde leeftijd een extra stukje inkomen per maand te besteden wilt hebben, dan zul je eerst een inschatting moeten maken voor hoe lang je die pensioenaanvulling wilt hebben. Dat heeft er ook mee te maken waar je in de toekomst nog extra geld voor nodig denkt te hebben.  Stel je wilt tien jaar lang maandelijks € 500,- extra te besteden hebben van je 67e tot je 77e , dan heb je als aanvullingsbedrag € 60.000,- nodig. Maar als je ook de rente mee wilt financieren en niet alleen de tien jaar van de inkomensaanvulling, en ook van bijvoorbeeld je 77e tot 87e , dan heb je een totale hypotheek nodig van ongeveer € 150.000.-. Dan gaan we er vanuit dat in de huidige situatie geldt dat je geen rente krijgt op je spaarrekening.  Een geldverstrekker toetst dus of het inkomen en de waarde van de woning voldoende is. Als het inkomen niet voldoende is, dan is in sommige gevallen nog wel een speciale hypotheek mogelijk, de zogenaamde opeethypotheek. Bij deze hypotheek ontvang je een periodieke maandelijkse aanvulling en wordt de hypotheekrente bij de schuld bijgeschreven. Er zijn slechts een beperkt aantal geldverstrekkers die deze hypotheekvorm kennen.  In alle drie de beschreven voorbeelden, moet je goed realiseren dat je je overwaarde gaat opeten. Daarvoor heb je nu meer te besteden, maar uiteindelijk blijft er dus voor de nabestaanden minder vermogen over op het moment dat je komt te overlijden.  Stijgende rente ongunstig De hiervoor beschreven mogelijkheden hebben wel te lijden onder de stijgende rente. Het maakt natuurlijk veel uit of je nu 2%, 3% of een misschien nog hoger rentepercentage moet betalen over je extra aflossingsvrije hypotheek. Als je de rentelasten mee wilt financieren, heb je een steeds hoger bedrag aan extra hypotheek nodig. Wil je meer weten over overwaarde en hoe je dit kunt inzetten? Download de gratis whitepaper. 
02 mei 2022

PERSBERICHT - Consument op woningmarkt nog minder keus?

APELDOORN, 28 april 2022 – Van Bruggen Adviesgroep signaleert dat hypotheekverstrekkers door toedoen van toezichthoudende instanties steeds vaker moeten terugvallen op standaardisatie van het proces. De franchiseketen vreest dat door standaardisering, het schrappen van hypotheekproducten en vereenvoudiging van acceptatiecriteria de behoefte van veel consumenten nóg verder onder druk komt te staan. “De woonbehoefte van de Nederlander staat al jaren flink onder druk. Uiteraard moeten we verantwoord hypotheken blijven verstrekken maar ik vind het jammer dat veel partijen zich nu door de waan laten meeslepen”, vertelt Michiel Meijer, algemeen directeur van Van Bruggen Adviesgroep.  “De ratio zou moeten overheersen. Wat er nu namelijk gebeurt is dat bepaalde partijen de beperkte keuze van de consument en het leveren van maatwerk juist nóg weer verder onder druk zetten.” Volgens Van Bruggen Adviesgroep is er juist door de toename van aanvragen door oplopende rentes, de onzekerheid voor consumenten en de voorzichtig stabiliserende huizenprijzen behoefte aan maatwerk en een individuele benadering van de consument. “De spelregels binnen het woondomein moeten veel duidelijker worden en kaders scheppen om in te spelen op individuele klant situaties, zodat hypotheekverstrekkers op voorhand weten wat ze wel en niet kunnen en mogen aanbieden”, vertelt Meijer. De angst dat innovatie en maatwerk altijd meteen leiden tot sancties of terugroep-acties moet volgens hem verdwijnen. Omarmen in plaats van afstoten De franchiseketen vindt dat de consument nu vooral gebaat is bij duidelijkheid. Alle partijen die actief zijn op de Nederlandse woningmarkt zouden er volgens Van Bruggen Adviesgroep goed aan doen om de banden nóg meer aan te halen. Meijer hoopt dat de drie partijen (toezichthouders, geldverstrekkers en hypotheekadviseurs), die volgens hem van cruciaal belang zijn in het bedienen van de Nederlandse consument op het woondomein, veel intensiever gaan samenwerken: “Toezichthouders, geldverstrekkers en hypotheekadviseurs moeten juist nu met elkaar in gesprek met als doel verantwoord te blijven financieren ondanks de verhitte omstandigheden waarin zij momenteel moeten opereren.” Aanleiding voor Van Bruggen Adviesgroep om te waarschuwen, is het besluit van de Rabobank om, na gesprekken met de AFM, zijn maatwerk acceptatie per 1 april stop te zetten. Meijer vreest voor een sneeuwbaleffect: “De kans is groot dat veel meer geldverstrekkers hun maatwerk zullen terugschroeven of stopzetten. De AFM poogt hiermee klanten te beschermen voor overkreditering, maar in feite betekent het dat er niet meer naar het individu gekeken wordt. Financiering moet verantwoord zijn maar mijn angst is dat iedere persoon met een financieringsvraagstuk straks over één kam wordt geschoren en dat vind ik niet terecht.” Over Van Bruggen Adviesgroep    Als landelijke organisatie met onafhankelijke, financieel adviseurs heeft Van Bruggen Adviesgroep een duidelijk hoofddoel: dé meest klantvriendelijke dienstverlener van Nederland worden én bij alle life-events altijd het verschil kunnen maken voor de klant. Naast financieel advies biedt zij ook makelaarsdiensten, zodat de klant op één adres terecht kan voor alle zaken rond de koop of verkoop van een huis.   
20 december 2021

PERSBERICHT - Tweede hypotheek 50-plusser veel vaker aflossingsvrij dan bij 50-minner

● 45 procent van de vijftigplussers kiest bij tweede hypotheek voor aflossingsvrij● Grotere overwaarde in het voordeel van vijftigplusser● Lagere maandlasten belangrijker dan vergroting overwaarde door periodieke aflossing● Aandeel aflossingsvrij bij vijftigplusser groter door overgangsregeling APELDOORN, 20 december 2021 – Van Bruggen Adviesgroep merkt op dat vijftigplussers veel vaker bij een tweede hypotheek voor een aflossingsvrije hypotheek kiezen dan mensen die jonger dan vijftig zijn. Uit cijfers van HDN blijkt dat slechts zeventien procent van de vijftigminners voor deze vorm kiest terwijl dat percentage bij vijftigplussers bijna op de helft ligt. Vanaf zestigplus kiest zelfs 62 procent bij een nieuwe voor een aflossingsvrije hypotheek. Het aandeel aflossingsvrije hypotheken bij een tweede hypotheek is bij vijftig- en zestigplussers de afgelopen jaren gestaag gestegen, van respectievelijk 26 naar 33 procent en van 48 naar 62 procent. Het verschil met vijftigminners is groot. Volgens Michiel Meijer, algemeen directeur van Van Bruggen Adviesgroep, komt dit door verschillen in uitgangspunten. “De 50-plusser heeft gemiddeld meer overwaarde in het huis zitten en benut deze vaker voor consumptieve doeleinden of een schenking aan kinderen. Dit wordt veroorzaakt doordat de gemiddelde restant hypotheekschuld steeds lager is bij een hogere leeftijdsklasse. Er is daardoor veel meer ruimte om op een verantwoorde wijze een aflossingsvrije hypotheek af te sluiten.” Bovendien kiest zeker de zestigplusser graag voor een in de toekomst betaalbare maandlast. Meijer: “De lasten zijn laag bij een aflossingsvrije hypotheek. En door de rente lang vast te zetten, is er ook lang zekerheid over deze lage maandlasten. Dit is wenselijk voor wanneer het pensioeninkomen lager is. Zelfs bij een verbouwing wordt daarom regelmatig voor een aflossingsvrije hypotheek gekozen, ondanks dat de hypotheekrente dan niet meer aftrekbaar is. De voorkeur voor meer aflossingsvrij is prima verklaarbaar op die leeftijd.” “Voor een 50-minner met een veel langere horizon, waarbij de kans bestaat dat hij in de toekomst naar een duurdere woning wil verhuizen, is het vaak veel verstandiger om te kiezen voor een hypotheek met aflossing. Dit omdat je dan meer overwaarde opbouwt, waardoor je in de toekomst ook bij een duurdere woning een betaalbare hypotheek overhoudt”, vult Meijer aan. Aandeel aflossingsvrije hypotheek door overgangsregeling groter bij vijftigplusser. Onderzoeksresultaten laten verder zien dat het aflossingsvrije deel bij vijftigplussers ook groter is bij oversluitingen en doorstromers. Meijer: “Dit is logisch omdat vijftigplussers in grotere mate gebruik kunnen maken van de overgangsregels. Per januari 2013 geldt dat de hypotheekrente alleen nog aftrekbaar is voor aflossende hypotheken. Maar wie voor die tijd al een hypotheek had, wat voor veel vijftigplussers geldt, mag zijn aflossingsvrije hypotheek gewoon voortzetten en zelfs oversluiten met behoud van de hypotheekrentearek.” Toch blijkt uit cijfers dat ook onder vijftigminners de aflossingsvrije hypotheek aan populariteit heeft gewonnen. Dat geldt niet alleen voor tweede hypotheken maar ook voor oversluiten en doorstromen. Bij doorstromen kiest 39 procent van de vijftigminners voor een aflossingsvrije hypotheek, terwijl dit bij oversluiten geldt voor 44 procent van hen. De reden is van vergelijkbare aard. “Ook een deel van de vijftigminners heeft inmiddels een behoorlijke overwaarde opgebouwd. Het is zeer waarschijnlijk dat dit vooral op gaat voor de veertigers”, besluit Meijer. Over Van Bruggen Adviesgroep Als landelijke organisatie met onafhankelijke, financieel adviseurs heeft Van Bruggen Adviesgroep een duidelijk hoofddoel: dé meest klantvriendelijke dienstverlener van Nederland worden én bij alle life-events altijd het verschil kunnen maken voor de klant. Naast financieel advies biedt zij ook makelaarsdiensten, zodat de klant op één adres terecht kan voor alle zaken rond de koop of verkoop van een huis.
08 november 2021

PERSBERICHT - Hypotheekadviesketens lanceren gezamenlijk de Advieswijzer

Best, Amsterdam, Capelle aan den IJssel, Apeldoorn, 8 november 2021 – De vier grootste onafhankelijke hypotheekadviesketens van Nederland - Hypotheek Visie, De Hypotheekshop, De Hypotheker en Van Bruggen Adviesgroep - lanceren in samenwerking met de OvFD vandaag de Advieswijzer. Bij het afsluiten van een hypotheek kan het voor een consument een groot verschil maken op welke wijze het productaanbod aangeboden wordt. Advieswijzer geeft met behulp van drie iconen in één oogopslag inzicht over de totstandkoming van het productaanbod bij het afsluiten van een hypotheek: krijgt de consument persoonlijk advies over het gekozen product, vergelijkt de financiële dienstverlener producten en aanbieders en is de dienstverlener ongebonden. Waarom de Advieswijzer Onafhankelijk advies is voor veel consumenten geen helder begrip. Met de Advieswijzer willen de adviesketens consumenten duidelijk maken wat de verschillen zijn tussen onafhankelijk advies en een niet onafhankelijk advies. Sinds 2013, met de ingang van het provisieverbod, ontvangt iedere consument voorafgaand, tijdens of na het eerste oriënterende gesprek met een hypotheekadviseur het dienstverleningsdocument (DVD). Uit de evaluatie in 2018 van het provisieverbod door het Ministerie van Financiën blijkt dat de inhoud van het DVD onvoldoende transparantie biedt in het productaanbod en het de consument onvoldoende helpt bij het maken van keuzes. Een nieuwe DVD is in de maak, maar de vier grote onafhankelijke hypotheekadviesketens willen het voor de consument nu al zo helder mogelijk maken. Transparantie en duidelijkheid voor consument De Advieswijzer biedt met behulp van drie iconen gemakkelijk inzicht in de totstandkoming van het productaanbod. De drie iconen staan voor persoonlijk advies, uitgebreide vergelijking en ongebonden advies. Het laat zien of de consument advies ontvangt dat is afgestemd op de persoonlijke situatie en wensen, of er een uitgebreide vergelijking van producten en aanbieders plaatsvindt en of de gekozen dienstverlener ongebonden is. De Advieswijzer Op de overkoepelende website (www.advies-wijzer.nl) staan de iconen met een extra toelichting waarom persoonlijk advies, een (uitgebreide) vergelijking en een ongebonden dienstverlener zo belangrijk is. De vier onafhankelijke adviesketens zullen de iconen met uitleg ook op hun eigen website en in andere communicatiemiddelen gaan gebruiken. De informatie en iconen helpt de consument een bewustere keuze te maken op welke wijze het productaanbod aangeboden wordt.
24 augustus 2021

PERSBERICHT- Huizenkopers staren zich blind op lage maandlasten

APELDOORN, 24 augustus 2021–Van Bruggen Adviesgroep signaleert dat de aflossingsvrije hypotheek aan een opmars bezig is onder vijftigplussers. Het aandeel aflossingsvrije hypotheken onder vijftigplussers was in 2017 nog 48 procent. Inmiddels ligt dat op 55 procent. De adviesketen waarschuwt echter dat de motivatie van oudere huizenkopers om lage maandlasten te hebben vaak niet gunstig is. Die korte termijn-focus is op de lange termijn financieel verre van aantrekkelijk.