Hypotheek wijzigingen 2017

Naast onze voorspellingen zijn er ook al een aantal zaken die met zekerheid gaan wijzigen voor woningkopers en woningeigenaren. De belangrijkste hebben we voor u op een rij gezet:

 Eenmalige schenkingsvrijstelling van 100.000 euro

Vanaf 2017 mag een kind van ouders (of iemand anders) eenmalig schenkbelastingvrij 100.000 euro ontvangen als het geld besteedt wordt aan een eigen woning of aan de aflossing van een hypotheek. Een groot succes in 2013 en 2014, toen dit tijdelijk ook gold. Een mooie kans voor zowel starters en doorstromers om meteen een extra stap te zetten naar een iets groter huis.

  Laatste jaar dat rente over nieuwe restschulden aftrekbaar is

2017 is het laatste jaar dat de rente van een restschuldlening maximaal 15 jaar aftrekbaar is. Verkoopt u in 2017 uw woning en is de verkoopprijs lager dan uw hypotheek? Dan houdt u een restschuld over. Die moet betaald worden met spaargeld of meegefinancierd worden in een nieuwe hypotheek of aparte lening. Indien u het geld moet lenen dan is de rente over die restschuld voor maximaal 15 jaar na de verkoopdatum aftrekbaar. Er geldt zelfs geen verplichte aflossing van die restschuld, al zullen veel geldverstrekkers dit wel eisen. Wie na 31 december 2017 zijn woning verkoopt met een restschuld kan vanaf 2018 de rente voor een nieuwe restschuldfinanciering niet meer aftrekken. Tenzij het nieuwe kabinet natuurlijk andere besluiten neemt aankomend jaar.

  Meer spaargeld nodig voor kopen woning

Elk jaar moeten kopers meer spaargeld meenemen: sinds 2013 wordt de maximale hypotheek ten opzichte van de waarde van de woning jaarlijks met 1% verlaagd. In 2017 is de maximale hypotheek 101% van de waarde van de woning. De bijkomende kosten bij het kopen van een woning zijn gemiddeld 5 à 6% en dus is er in 2017 bij een koopsom van € 245.000 al snel  €11.000,- aan spaargeld nodig. En dat staat nog los van benodigd spaargeld voor de inrichting en verhuizing.

 Minder lenen tot aan de NHG-grens, meer lenen boven NHG-grens

De woonnormen zijn voor 2017 weer wat strenger geworden waardoor voor veel huishoudens geldt dat ze in 2017 minder kunnen lenen dan in 2016. Dit geldt met name voor bedragen tot de NHG-grens (247.450 euro). Tweeverdieners met een hoger inkomen die uitkomen op een koopsom boven de NHG grens kunnen vaak net iets meer lenen dan in 2016.

  Maximale aftrek hypotheekrente 50%

Voor de hogere inkomens geldt dat de maximale hypotheekrenteaftrek elk jaar met een half procent omlaag gaat. Het maximale tarief waar tegen de hypotheekrente in 2017 kan worden afgetrokken is 50% (tegenover 50,5% in 2016). In de meeste gevallen betekent dit dat de netto hypotheeklast met een paar euro per maand omhoog gaat.

NHG grens omhoog

De maximale hypotheek wordt vanaf 2017 bepaald aan de hand van de gemiddelde koopsom (€ 245.000,-) vermeerderd met de wettelijk toegestane maximale hypotheek ten opzichte van de waarde van de woning. Dus 101% van de waarde van de woning; ofwel € 247.450,-. In geval van energiebesparende maatregelen kan de maximale hypotheek zelfs uitkomen op € 259.700,-.

           Afkopen (bank)spaar-, beleggingshypotheek is in 2017 makkelijker

Wie vanaf 1 januari 2017 zijn spaarverzekering (spaarhypotheek), spaarrekening (bankspaarhypotheek), leven- of beleggersverzekering of beleggersrekening gaat beëindigen wegens verkoop van de woning, hoeft in beginsel niet meer af te rekenen met de fiscus. Tip: laat uw financieel adviseur wel goed voorrekenen of het verstandig is dit te doen. In de meeste gevallen is het namelijk financieel ongunstig om deze oude hypotheekvormen om te zetten. Bij deze oude hypotheekvormen profiteert u namelijk maximaal van de belastingaftrek.

  Vermogen anders belast

De vermogensbelasting wijzigt in 2017. Tot 2017 betaalde iedereen evenveel belasting over zijn of haar vermogen, per saldo 1,2%. Ten minste voor zover het vermogen per belastingplichtige boven de € 25.000,- komt (dit is het nieuwe, verhoogde vrijstellingsbedrag in 2017). Bij vermogen worden niet de daadwerkelijke inkomsten uit vermogen belast maar wordt uitgegaan van een bepaald rendement dat u zou moeten kunnen behalen. Tot en met 2016 ging de Belastingdienst er vanuit dat u 4% rendement zou kunnen behalen en daar moet u 30% vermogensbelasting over betalen. Dus per saldo 1,2%.

Vanaf 2017 wordt er vanuit gegaan dat hogere vermogens een hoger rendement kunnen behalen dan lagere vermogens. Dat betekent dat de vermogensbelasting voor lagere vermogens per saldo omlaag gaat en voor hogere vermogens omhoog. Een belastingplichtige met een vermogen tussen de € 25.000,- en € 100.000,- gaat 0,86% vermogensbelasting betalen over het meerdere boven de vrijstelling van € 25.000 (namelijk 30% van 2,87%). Dat is dus minder dan hij in 2016 betaalde.

Over het vermogen tussen de € 100.000,- en een miljoen euro gaat een belastingplichtige per saldo 1,38% vermogensbelasting betalen (namelijk 30% van 4,6%). Boven een miljoen euro wordt het 1,62% vermogensrendementsbelasting (namelijk 30% van 5,39%).

Dus: belastingplichtigen met een vermogen tot € 237.500 gaan er op vooruit met de nieuwe regeling en degene met een hoger vermogen gaan er op achteruit.